Ras: Afghaanse Windhond
Andere naam: Tazi, Baluchi windhond
Oorsprong:
Afghanistan
Gehouden als: Gezelschaps, waak en jachthond
Gewicht:
23-27 kg
Grootte:
Reuen 68-74 en teven 63-96 cm
Kleur:
Komt voor in alle kleuren. Afghanen hebben altijd een zwart masker.
Vachtsoort:
Lange vacht die fijn van stuctuur is en een afghaan is op de rug altijd kortharig, veel reuen hebben daar wat meer haar dan teven.
Gem. Leeftijd:
12-14 jaar

Geschiedenis:
De geschiedenis van de Afghaanse windhond gaat zeer ver terug. De Shikoris, inwoners van Afghanistan, beweren zelfs dat Noach de Afghaanse windhonden een plaats gaf in zijn Ark! Er bestaat geen enkele twijfel over het feit dat de Afghaanse windhond tot de oudste rassen van de wereld behoort.

De Afghaan werd via Engeland uit Afghanistan geïmporteerd in het begin van deze eeuw. Afghanen kwamen in het Nederlandse Hondenstamboek voor het eerst voor in deel XXIII van 1929, waarin een vijftal Afghanen wordt vermeld, die sinds 1927 vanuit Engeland
in Nederland waren geïporteerd. Deze importen betekenden de start van dit ras in Nederland.

Er bestonden oorspronkelijk eigenlijk 2 rassen: de vlakte-Afghaan en de berg-Afghaan. Het eerste type werd in de lager gelegen gebieden gebruikt voor de jacht op hazen en antilopen; het tweede tot ver in het ruwste hooggebergte voor de jacht op steenbokken, bergherten enz. Op alle verschillen tussen deze Afghanen gaan we hier niet in. De tegenwoordige rashond behoort gefokt te worden naar de Engelse rasstandaard (een boekje met de standaarden van onze rassen en de statuten van de vereniging is bij het secretariaat te koop, evenals het clubboek over de geschiedenis van de NVOW en de rassen in Nederland.

Gebruik :

Veel mensen die Afghanen houden hebben daar een reden voor. Afghanen worden veel gebruikt op renbanen en coursings. Renbaan houdt in een ronde van meestal 400 meter rennen. Bij coursing word het echte jagen benadrukt. De nephaas maakt veel scherpe bochten, gaat langs hindernissen, waar de honden dan overheen gaan.

Karakter:
Kenmerkend voor een ras dat zelfstandig de prooien moest vangen, is de onafhankelijke aard. De Afghaan is niet geselecteerd op gehoorzaamheid, maar alleen op prestatie, de jachtlust, snelheid, behendigheid en moed. Je neemt er geen om speciaal kunstjes te laten doen (hoewel er in Amerika een circusnummer is met Afghanen!), maar het klikt alleen echt tussen hond en baas als er een wederzijds respect is voor elkaar: men leeft samen en probeert elkaar tot zijn recht te laten komen. Daarbij is de mens natuurlijk degene die de omstandigheden verschaft en bepaalt. Kan men een Afghaan niet het juiste milieu bieden, neem er dan geen. Respect voor de hond houdt ook in dat u hem niet hard behandelt bij de opvoeding, dus zeker geen slaag geeft. De hond zal dan geen respect meer voor u hebben, misschien wel bang voor u zijn, maar u tegelijk verachten. Het wordt dan niets tussen u beiden. Toch moet de hond leren begrijpen dat u in bepaalde opzichten de leider bent die grenzen en wetten stelt waaraan hij zich moet houden.

Aard:
Afghanen zijn niet gemakkelijke honden, ze zijn zeer eigenwijs, hebben een zeer sterke eigen wil, je hoeft ze niets op te dragen waar ze geen zin in hebben. Als je een hond puur voor gezelschap wilt nemen, die braaf is, ook rustig blijft als er eens wat minder kan worden gewandeld, kan je beter geen Afghaan nemen. Als je thuis geen flink stuk land hebt, moet je er vaak en zeer lang met hun uit. Anders gaan ze thuis zeer vervelend worden. Het is echt een hond met een gebruiksaanwijzing. Als je goed met ze omgaat, zijn ze supertrouw en zullen ze echt je maat voor het leven zijn. Het zijn sociale honden, mits ze vroegtijdig aan andere honden zijn gewend. Aggressieve honden haken vaak af als ze met een Afghaan te maken krijgen, ze winnen het vaak, ze zetten heel erg door.

( Dat ze heel eigenwijs zijn en een gebruiksaanwijzing hebben, benadruk ik omdat er anders Afghanen bij mensen kunnen komen, die niet door hebben dat je een Afghaan echt niets hoeft te vertellen, waar ze waarschijnlijk alleen maar aggressief van worden. Ik hoop niet dat dit gebeurd, veel mensen zullen niet met een Afghaan overweg kunnen, wij wilden met ons nest de honden ook alleen naar mensen hebben die ervaring met soorten windhondenrassen hadden, omdat het anders een teleurstelling kan gaan vormen, zodat de hond en de eigenaar ongelukkig zijn, vandaar)

Een misverstand wat veel mensen over, alle windhonden, dus ook Afghanen hebben, is dat ze het vaak zielig vinden dat ze zo dun zijn. In feite zijn ze helemaal niet dun, dat is gewoon hun lichaamsbouw. ( bijv. Onze hond is altijd 25 kg geweest, dus het gemiddelde gewicht, maar bij haar zag je altijd botten.) Bij windhonden hoort het zo, ze lijken zeer dun, maar als je ze dikker zou laten worden, zouden ze ongezond en te zwaar zijn. Het is uit de oertijd dat ze zo slank zijn, het is een hond die altijd heeft moeten overleven in woestijnen en zeer warme gebieden, en om te overleven moest hij jagen. Om de snelheid te halen, is zijn bouw zich gaan aanpassen aan zijn leefomstandigheden, ze kregen zeer weinig te eten, wat nu ook nog merkbaar is, ze eten en drinken zeer weinig. Ze moesten om te overleven jagen, daarvoor moesten ze zeer licht en fijn gebouwd zijn, om hun prooi te kunnen krijgen. Kijk maar naar bijvoorbeeld een Cheeta, deze zijn altijd zeer slank, hebben dezelfde bouw als windhonden, zij moeten ook jagen om te overleven, doen het met weinig eten, ze zijn wel gezond. Je kunt een Afghaan de hele eetbak vol brokjes doen, hij zal het nimmer opeten.

Een Afghaan heeft altijd ruime passen, hij probeert zo veel mogelijk terrein te winnen, wat zijn snelheid ten goede komt.

Lichaamsbeweging:
Lichaamsbeweging is zeer belangrijk voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de Afghaan. Tot de leeftijd van ongeveer 6 maanden kan hij alle lichaamsbeweging die hij nodig heeft verkrijgen in zijn eigen huis en tuin. Hij moet nooit teveel beweging krijgen en zodra hij tekenen van vermoeidheid gaat vertonen, moet hij naar zijn eigen bed kunnen gaan en rusten. Als de Afghaan opgroeit zal hij meer lichaamsbeweging nodig hebben. Een volwassen Afghaan, die te weinig beweging krijgt, kan vrij snel een lastpost in het gezin worden. Met onvoldoende beweging om hem gelukkig te houden zal hij andere dingen bedenken en gaan doen. Deze dingen worden helaas niet altijd op prijs gesteld in het huis. Beweging moet worden gegeven, onafhankelijk van de weersgesteldheid, de toestand van de eigen gezondheid en de beschikbaarheid van tijd.

Een van de voor velen prettige eigenschappen van de volwassen Afghaan is het gedrag binnenshuis: zeer beheerst en rustig en zo totaal anders dan de vrolijke en drukke herders- en jachthondenrassen die door anderen weer zo leuk gevonden worden.
Met andere huisdieren kan de Afghaan meestal zeer goed overweg. Buiten is hij meestal niet agressief tegenover andere honden, maar als hij aangevallen wordt is de echte Afghaan vaak onoverwinnelijk! Bij zeer jonge kinderen die niet weten hoe ze zich moeten gedragen tegenover de hond en wel eens onbewust wreed of onhandig gedrag vertonen, raden wij de Afghaan niet aan.

Algemene verschijning:
Geeft de indruk van kracht en waardigheid waarbij snelheid en macht samengaan. Hoofd trots gedragen.

Kenmerken:
Oosterse of oriëntaalse uitdrukking is kenmerkend voor het ras. De afghaan kijkt naar en door iemand heen.

Hoofd en schedel:
Schedel lang, niet te smal, met geprononceerde achterhoofdsknobbel. Snuit lang met geduchte kaken en geringe stop. De schedel goed in balans en bedekt met een lange kuif. Neus bij voorkeur zwart, leverkleur is toegestaan bij lichtkleurige honden.

Ogen:
Bij voorkeur donker, maar goudkleur wordt niet uitgesloten. Bijna driehoekig, enigszins schuin oplopend van de binnen- naar de buitenooghoek.

Oren:
Laag en goed naar achteren aangezet, dicht tegen het hoofd gedragen. Bedekt met lang, zijdeachtig haar.

Mond:
Sterke kaken met een volkomen regelmatig en compleet schaargebit, dit wil zeggen dat de bovensnijtanden vlak over de ondersnijtanden vallen en loodrecht op de kaken staan. Tanggebit toegestaan.

Hals:
Lang, krachtig, met trots gedragen hoofd.

Voorhand:
Schouder lang en schuin, goed naar achteren geplaatst, goed gespierd en krachtig, zonder beladen te zijn. Voorbenen recht en stevig van bot, in één vlak met de schouders; ellebogen aangesloten.

Lichaam:
Rug horizontaal, matige lengte, goed gespierd, het achterste deel licht aflopend naar de staart. Lendenen recht, breed en tamelijk kort. Heupbeenderen vrij geprononceerd en ver uit elkaar geplaatst. Een behoorlijke ribwelving en goede borstdiepte.

Achterhand:
Krachtig, goed gehoekt en goed geplaatste knieën. Grote lengte tussen heup en hak, met een in verhouding korte afstand tussen hak en voet. Hubertusklauwen mogen verwijderd worden.

Voeten:
Voorvoeten krachtig en zeer groot, zowel in lengte als breedte, en bedekt met lang, dicht haar; tenen gebogen. Voormiddenvoeten lang en veerkrachtig, voetkussens goed op de grond. Achtervoeten lang, maar niet zo breed als de voorvoeten; bedekt met lang, dicht haar.

Gangwerk/Beweging:
Vloeiend en veerkrachtig en zeer stijlvol.

Staart:
Niet te kort. Laag aangezet met ring aan het eind. In actie geheven. Spaarzaam (dun) bevederd.

Vacht:
Lang en van zeer fijne structuur op ribben, voor- en achterhand en flanken. Bij volwassen honden vanaf de schouder naar achteren en op het zadel kort en dicht haar. Lang haar vanaf het voorhoofd naar achteren, met een duidelijke zijdeachtige kuif. Op de snuit kort haar. Oren en benen goed behaard. De middenvoeten mogen kort behaard zijn. De vacht moet zich op natuurlijke wijze ontwikkelen.

Kleur:
Alle kleuren zijn aanvaardbaar.

Maat:
Ideale hoogte: reuen 68-74 cm; teven 63-69cm.
Fouten:
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de ernst waarmee de fout wordt bekeken, moet in de juiste verhouding zijn met de mate ervan.

Opmerking:
Mannelijke dieren moeten twee duidelijk normale testikels hebben die geheel in het scrotum zijn afgedaald.

De mentaliteit van de baas:

De mentaliteit van de baas is heel belangrijk voor een gelukkig samenleven. Want Afghanen zijn anders :dat geldt vooral ook voor hun karakter. De Afghaan is misschien wel de minst "hondse" onder alle rassen. Ze hebben een introverte geaardheid, zien op vele zaken neer en maken een rustige, trotse indruk. De baas moet er dan ook rekening mee houden dat de Afghaan geen slaafse ziel, geen uitvoerder van bevelen in de zin van "direct gehoorzamen" is. "Leven en laten leven" is de grote kunst bij de omgang met de Afghaan. De Afghaan voortdurend onder appèl te willen houden of scherpe bevelen te willen geven, zou de beste methode zijn om mens en dier van elkaar te vervreemden.

Denkt u er vooral zorgvuldig over na alvorens u tot de aanschaf van een Afghaan overgaat. Laat de hond niet de kans lopen dat hij na een tijdje weer weg moet. Mocht u wel een Afghaan nemen, dan wensen we uw hond fijne huisgenoten toe die hij zeker zal waarderen. En als u een echte liefhebber van dit ras wordt, dan kunt u er eigenlijk nooit meer buiten.

Wil men zich verder verdiepen in het ras, dan kan men zich in verbinding stellen met een van de voorlichters van de vereniging en bovendien door het bestuderen van literatuur en gesprekken met kenners en fokkers.

( Informatie bron Az Khavari )