Ras: American Staffordshire Terriër
Oorsprong: Verenigde Staten
Gehouden als: Waak en gezinshond
Grootte: Reuen 45,7-48-4 cm en teven 43,2-45,7 cm
Gewicht: 18-23 kg
Kleur: Alle kleuren toegestaan
Vachtsoort: Kort en glanzend
Gem. Leeftijd: 12 Jaar
Geschiedenis van de American Staffordshire Terriër:
Op de pagina word de geschiedenis, de afkomst en de ontwikkeling van de
American Staffordshire Terrier besproken. Rond 1800 waren er drie landen waar
honden werden gefokt van een type dat overeenkomt met dat van de huidige Am
Staff. De landen die het meest van invloed zijn geweest op de ontwikkeling van
dit ras zijn Ierland
en Engeland. Een kleiner aandeel op de
ontstaansgeschiedenis van het ras hadden honden afkomstig uit Schotland. Gezien
de geschiedenis van Ierland en Engeland en het gegeven dat het buurlanden zijn,
mogen we aannemen dat er een uitwisseling heeft plaats- gevonden van de gefokte
honden. Men neemt aan dat er meer honden van Ierland naar Engeland zijn gegaan
dan andersom. Dit o.a. af te leiden uit de voorouders van de honden uit bekende
bloedlijnen. Deze bloedlijnen gaan terug naar honden uit Ierland.
De geschiedenis van de voorvaderen De American Staffordshire Terrier is een
kruising tussen de Bulldog en de Terrier. Duidelijk zal zijn dat er na een
kruising tussen twee rassen niet direct een ras ontstaat dat aan het beoogde
doel voldoet. De eerste nakomelingen zullen nogal een verscheidenheid in type te
zien geven en vanuit die situatie gaat men selecteren en bepalen met welke
honden men verder fokt
.
Landen van herkomst:
Engeland:
Zo rond 1850 begonnen de Terriers zich als aparte soorten te ontwikkelen. Niet
onvermeld mag blijven dat een fokker, James Hinks die in Birmingham woonde, zeer
actief was met het fokken van de Bull and Terrier. Als eerste slaagde hij erin
de geheel witte variant te fokken waaruit de tegenwoordige Bull Terrier is
ontstaan. In het midden van de negentiende eeuw werden deze aangeduid als
English Bull Terrier. Het ras zou ontstaan zijn door de kruising tussen de
Bulldog en de English White Terrier. Lange tijd werd er gegist welke rassen er
gebruikt zouden zijn zoals de Dalmatische Hond. De zoon van James Hinks heeft
met een open brief aan Our Dogs echter alle twijfel over het eventuele gebruik
van de Dalmatische Hond weggenomen, door te verklaren dat zijn vader dat ras
inderdaad heeft gebruikt. Later, zo tegen het einde van de negentiende eeuw,
begon men weer terug te fokken met de Staffordshire Bull Terrier en kreeg men de
gekleurde variant van de Bull Terrier. Serieus werd het pas toen in 1907 enige
kundige fokkers zich met de gekleurden gingen bemoeien. De bekroning van hun
werk kwam in 1919 toen, tot grote woede van de fokkers van witte Bull Terriers,
een gekleurde Bull Terrier voor het eerst een c.a.c. won. Vooral de brindle was
erg populair. De beide varianten werden strikt gescheiden gehouden en pas veel
later is men deze met elkaar gaan kruisen. De witte Bull Terrier verscheen reeds
in 1861 in Leeds op een hondententoonstelling en sindsdien is het ras zich
uitsluitend als tentoonstellingshond gaan ontwikkelen. Ook voor de Bull Terrier
geldt dat de hond die wij nu op shows tegenkomen er anders uitziet dan zijn
voorvaderen. Vooral de vorm van het hoofd is sterk gewijzigd. De Bull Terrier is
een erkend ras wat onder meer blijkt uit het feit dat door de Raad van Beheer
een stamboom wordt afgeven. In Nederland is de Nederlandse Bull Terrier Club
opgericht op 01-01-1936. De club kan zich in een groeiende belangstelling
verheugen en telt op dit moment ongeveer duizend leden.

Een tweede variant van de Bull and Terrier die zich zelfstandig ontwikkelde was
de Pit Bull Terrier, ook wel English Pit Bull Terrier genaamd. Hieruit hebben
zich drie verschillende takken ontwikkeld die wij nu kennen als American Pit
Bull Terrier, American Staffordshire Terrier en Staffordshire Bull Terrier. Voor
het echter zo ver was, werden er vele namen aan het ras toegekend die wij in de
loop van dit overzicht nog zullen tegenkomen. De Bull and Terrier waaruit later
de English Pit Bull Terrier werd gefokt, is voornamelijk gebruikt voor het
hondengevecht. Zijn ideale gewicht was rond de 35 pound, ongeveer 16 kg.
Rekening houdend met het gegeven dat de algemene opinie over hondengevechten
toen heel anders was dan tegenwoordig, groeide het hondengevecht uit tot een van
de populairste sporten en waren de kampioenen net zo bekend als hun menselijke
tegenhangers, de boksers. Ook de fokker hadden veel aanzien in die dagen en vele
notabelen stelden er prijs op gezien te worden met een succesvol fokker. In 1802
kwam er een wet die wreedheid op dieren verbood, maar dit had geen consequenties
voor de hondengevechten. In 1822 werd de wet aangescherpt, maar er kwam een
uitzondering voor gevechten met dieren in de 'pit' zodat de gevechten met
dassen, hanen- en hondengevechten door konden gaan. In 1835 werden deze
uitzonderingen ingetrokken en werden de gevechten illegaal. Onder de wet viel
niet het zogenaamde 'rat killing' en Londen groeide uit tot het middelpunt van
deze tak van hondensport.
Londen en vooral ook de streek rond Birmingham met daarin de graafschappen
Stafforshire, Worchester en Warwichshire waren gebieden die bekend stonden om de
vele hondengevechten. Deze streek- ook wel de Black Country genaamd vanwege zijn
vele kolenmijnen - heeft vele beroemde honden voortgebracht. Het wekt dan ook
geen verwondering dat naar deze streek het later erkende ras Staffordshire Bull
Terrier is genoemd. Nadat de wet van kracht werd waarbij hondengevechten
verboden waren, zijn het vooral de mijnwerkers uit deze streek geweest die zijn
doorgegaan met het fokken van vechthonden en het vechten met deze honden.
Schotland:
De beroemde Schotse vec
hthond was de zogenaamde Blue Paul (Poll) Dog of Blue
Paul Terrier. Het middelpunt van de vechthondesport was Glasgow, maar de Blue
Paul is ook in Londen voor gevechten gebruikt. Een groot verschil met de honden
die in de Black Country werden gebruikt was het gewicht van de 'Blue Paul', zo'n
45 pounds (ongeveer 20 kg) bij een schouderhoogte van ongeveer 50 cm. Ook werd
de Blue Paul Dog vaak gebruikt voor gevechten met de das.
De eerste bekende exemplaren dateren van 1770. De kleur was gestroomd, rood en
blauw. Eind 1800 is deze lijn van vechthonden uitgestorven, mede omdat er vraag
was naar een wat kleinere, beweeglijkere vechthond. Het laatst bekende exemplaar
behoorde toe aan James B. Morrison uit Schotland en dat was in het jaar 1889
Rasstandaard:
Algemene indruk:
De American Stafforshire Terrier behoort de indruk te geven van grote kracht in
verhouding tot zijn grootte.
Een hond die stevig in elkaar zit,gespierd maar ook lenig en gracieus is en
attent ten opzichte van zijn omgeving.
Hij moet geblokt zijn,mag geen lange poten hebben en niet 'racy'in outline zijn.
Zijn moed is spreekwoordelijk.
Hoofd:
Middelgroot, ovaal diep, brede schedel, zeer uitgesproken wangspieren,
duidelijke stop en hoog geplaatste oren.

Bek:
- Middelgroot, afgerond aan de bovenkant en abrupt naar beneden vallend onder de
ogen.
- Sterke, duidelijk afgetekende kaken.
- De onderkaak behoort bijtkracht te hebben.
- De lippen sluiten en zijn gelijk, niet los.
- Boventanden moeten bij de voortanden aan de buitenkant nauw aansluiten (een
zgn. schaargebit).
- De neus moet duidelijk zwart zijn.
- Oren, gecoupeerd of ongecoupeerd; dit laatste heeft de voorkeur.
- Het ongecoupeerde oor moet kort zijn en wordt gedragen als een zogenaamd '
half rose' of 'prick' oor.
- Een geheel hangend of staand oor is fout.
Nek:
Zwaar en licht gebogen, taps toelopend van de schouders naar de achterkant van
de schedel.
Middelmatige lengte. Geen losse huid.
Schouders:
Sterk en gespierd met ruimte en hellende schouderbladen.
Rug:
Tamelijk kort. Licht hellend vanaf de schoft naar de ronp met een kleine
korte helling naar de staartaanzet.
De lendenen een weinig naar binnen vallend.
Lichaam:
Goed gewelfde ribben, dicht naast elkaar, tot ver naar achteren geplaatst.
Voorpoten tamelijk wijd uit elkaar geplaatst zodat de borst zich kan
ontwikkelen. Brede en diepe borst.

Staart:
Kort in verhouding tot zijn grootte, laag aangezet en toelopend tot een fijne
punt.
De staart mag niet gekruld zijn en ook niet over de rug worden gedragen. Niet
gecoupeerd.
Benen:
Rechte voorpoten met groot, ronde bone, recht op de voeten.
De voorpoten recht naast de borst gezet.
Achterhand goed gespierd, goed gehoekt, niet naar binnen of naar buiten
gedraaid.
Compacte, niet al te grote voeten. Het gangwerk moet veerkrachtig zijn zonder te
rollen of telgang.
Vacht:
Kort, strak, hard aanvoelend en glanzend.
Kleur:
Iedere kleur, egaal, gedeeltelijk gevlekt of gevlekt is toegestaan.
Echter geheel wit, meer dan 80 procent wit, black and tan en leverkleur moeten
niet worden aangemoedigd.
Maat:
Bij de reuen heeft een schofthoogte van 45,7 cm tot 48,3 cm de voorkeur.
en bij de teven heeft een schofthoogte van 43,2 cm tot 45,7 cm de voorkeur.
De hoogte en het gewicht moeten echter in een goede verhouding tot elkaar staan.
Fouten:
Dudley nose, lichte ogen, lichte of roze oogranden, te lange staart,
slecht gedragen staart en boven- of ondervoorbeet.