Ras: Bedlington Terriër
Andere naam: Rothbury Terriër
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Gezinshond
Grootte: Ongeveer 41 cm
Gewicht: 8-10 kg
Kleur: Blauw, blauw met bruin, lever of zandkleurig
Vachtsoort: Warrelig kort en krullerig met een ondervacht
Gem. Leeftijd: 14-15 Jaar
Kenmerken:
- Lang recht en smal hoofd
- Lange nek
- Sprekende ogen
- Gespierde achterbenen
- Nauwsluitende lippen
Herkomst: Vroeger een werkhondenras in Northumberland (Engeland). Door inkruising met windhonden in uiterlijk wijkend van de andere Terriërrassen. Het temperament is typisch dat van de Terriërs.
Algemeen voorkomen: Lenige, gespierde hond met een peer- of wigvormig hoofd. Gebouwd op snelheid. Het lichaam heeft een karperrug en is redelijk lang met gebogen lendenen. Gracieuze verschijning met racy belijning.
Vacht: Het haar is dik en wollig en van de huid af staand. Niet draadharig. Vooral op de schedel en de snuit - maar verder over het hele lichaam - neiging tot krullen. Kleuren: overwegend blauw of leverkleurig. Soms komen blauw en tan of zandkleurig voor.
Gebruik: Oorspronkelijk voornamelijk gebruikt voor het verdelgen van voor de mens schadelijk geachte dieren, zoals bijvoorbeeld ratten. Ook gebruikt voor de jacht op dassen en otter. Nu een aanhankelijke en innemende huishond.
Gezondheid: Jaren terug werd het ras bedreigd door een erfelijke stofwisselingsziekte (koperstapelingsziekte). De rasvereniging voert nu een actief fokbeleid dat steunt op DNA-onderzoek van de fokdieren. De fokkers van de rasvereniging volgen dit reglement.
Aard: Levendig en moedig. Voor vreemden meestal wat terughoudend.
Bijzonderheden: Bedlington Terriërs verharen niet. De vacht moet regelmatig met kam en borstel worden behandeld. Een aantal keren per jaar moet de vacht met schaar en tondeuse worden bijgewerkt.






