tkas aan, is aan beide zijden van de schouderbladen goed bespierd en steekt uit boven het doornuitsteeksel van de borstwervel.
Bij een zo schuin en zo goed mogelijk liggende schouder bedraagt de hoek naar de horizon ca 50 graden.
De opperarm goede lengte met goede bespiering, hoek tot het schouderbled ongeveer 105- 110 graden. De ellebogen: goed aanliggend en niet uitdraaiend.
Het spaakbeen: Krachtig en recht, goede bespiering. De lengte in overeenstemming met het lichaam.
Voormiddenvoet: Botten krachtig, van voren gezien recht en van opzij een slechts nauwelijks waarneembare schuine hoek van hoouit 10 graden.
De voorvoeten: Deze zijn kort en gesloten. De tenen naar boven gewelfd (kattenvoeten), de nagels kort en zwart.


De Achterhand:

Algemeen: Van achteren gezien toont de Dobermann - op grond van zijn geprononceerde spierstelsel van het bekken - breed en afgerond in de heupen en het kruis. De van het bekken naar het dijbeen en scheenbeen lopende spieren geven een goede breedteontwikkeling ook in het gebied van het dijbeen, in de knieholte en bij het spaakbeen. De krachtige achterpoten zijn recht en staan parallel.
De dijen: Deze zijn van een goede lengte met een sterke bespiering. Een goede hoek naar het heupgewricht. De hoek naar de horizon bedraagt ca 80-85 graden.
De knie: Het kniegewricht is krachtig en wordt door de dij en het scheenbeen gevormd evenals door de knieschijf. De hoek van de knie bedraagt ca 130 graden.
Het scheenbeen: Dit is middelmatig lang en is in harmonie tot de totale lengte van de achterhand.
Het spronggewricht: Middelkrachtig, parallel. Het scheenbeen verbindt zich in het spronggewricht met de middenvoetsbeentjes (hoek ca 140 graden). De middenvoet achter is kort en staat loodrecht op de grond.
De achterpoten: Net als de voorpoten zijn de tenen ook kort, gewelfd en gesloten. De nagels kort en zwart.


Het Gangwerk: Het gangwerk is zowel voor het prestatievermogen, alswel voor het exterieur van bijzonder belang. De gang moet elastisch, elegant, soepel, vrij en uitgrijpend zijn. De voorbenen bewegen zich zo ver mogelijk naar voren. De achterhand geeft ver uiigrijpend en veerkrachtg de gewenste stuwkracht. Het voorbeen van de ene kant en het achterbeen van de andere kant worden tegelijk naar voren gezet. De rug, de banden en de gewrichten moeten goed vast zijn.

De huid: De huid zit overal strak en is goed gepigmenteerd.

De beharing:
De gesteldheid van het haar: het haar is kort, hard en dicht. Het ligt vast en glad en is gelijkmatig over het gehele oppervlak verdeeld. Onderwol is niet geoorloofd.

De kleur: De kleur is zwart of donkerbruin met roestrode, scherp afgetekende zuivere brand. De brand bevindt zich op de bek, als vlek op de wang en bovenste oogleden, op de keel, twee vlekken op de borst op de middenvoeten en voeten, aan de binnenkant van de achterbenen, om de anus en op de zitbeenuitsteeksels.

Grootte en gewicht:
Grootte: schofthoogte Reuen 68 - 72 cm,
Teven 63 - 68 cm, telkens is het gemiddelde gewenst.
Gewicht: reuen: ca 40 - 45 kg, Teven: ca 32 - 35 kg.

Fouten:
Algemene verschijning: gebrek aan geslachtskenmerken. Te weinig substantie, te licht, te zwaar, te hoog, zwakke beenderen.
Hoofd: te krachtig, te smal, te kort, te lang, teveel/te weinig stop, ramsneus, sterk afvallende schedelbeenlijn, zwak ontwikkelde onderkaak, ronde of spleetogen, lichte ogen, te dikke wangen, niet aanliggende lippen, bolle of diep liggende ogen, te hoog of te laag aangezette oren, open mondhoek.
Hals: iets kort, te kort, bovenmatig ontwikkelde keelhuid, keelkwabben, hertenhals, te lang (niet harmonisch).
Lichaam: rug niet vast, afvallend kruis, ingezakte rug, karperrug, te veel of te weinig welving van de ribben, niet genoeg borstdiepte, respectievelijk brede evenals te lange rug, ontbrekende voorborst, te hoog of te diep aangezette staart, te weinig of te sterk opgetrokken buiklijn. Ledematen: Te veel of te weinig hoeking van de van de voor- respectievelijk de achterhand, losse ellebogen, van de standaard afwijkende stand en lengte van de botten en gewrichten, te nauwe of te brede stand van de tenen, koehakkig / O-benen en te nauwe stand van de achterhand, open of slappe voeten, onderontwikkelde tenen, lichte nagels.
Beharing: te licht, niet scherp begrensde, onzuivere brand, te donker masker, grote zwarte vlekken op de benen. Lang zacht en wollig haar, evenals plekken met te weinig haar of kale plekken. Grote haarkruinen in het bijzonder op het lichaam, zichtbare onderwol.
Karakter: ontbrekende zelfverzekerdheid, te hoog temperament, te hoge scherpte, aggressiviteit, te weinig of te hoge prikkeldrempel.
Grootte: van de standaard afwijkende grootte tot 2 cm, moet worden bestraft met terugzetten in de beoordeling.
Gangwerk: onvaste, trippelende, niet vrije gang en telgang.

( Informatie bron DVIN )


Ziektes bij de Dobermann