Ras: Dwergpinscher
Andere naam: Zwergpinscher
Oorsprong: Duitsland
Gehouden als: Gezinshond
Grootte: Ongeveer 25-30 cm
Gewicht: 4-5 kg
Kleur: Eenkleurig bruin, rood of black and tan
Vachtsoort: Zeer korte vacht
Gem. Leeftijd: 13-14 Jaar
Over de Dwergpinscher:
De Dwergpinscher is een levendige, waakzame, brutale dwerghond. Hij moet
vierkant gebouwd zijn en goed gespierd, absoluut niet mager en
beslist ook niet
dik. Als gladharige dwerg kan dit ras ook door kleinbehuisde mensen gehouden
worden. Daarbij komt dat zijn eigenschappen hem nog tot bewaker van huis en hof
bestempelen.
Onder de voorouders van de Dwergpinscher was zeker ook een klein hondje met
bolle schedel en korte beharing. Zo'n soort hondje treft men op diverse oude
(15e eeuwse) schilderijen aan. Ook blijkt uit opgravingen dat een dergelijk
hondje reeds in, het stenen tijdperk bestond.
De Dwergpinscher dankt zijn ontstaan aan Duitse fokkers. Eeuwenlang had men in
West- en Midden-Europa een groep honden die speciaal geschikt was voor het
verdelgen van ratten en muizen en tevens als waakhond zijn mannetje stond. Ze
werden Rattler of Pinscher genoemd.
Hoewel reeds in de 15e eeuw, wijd verbreid een klein kortharig hondje voor kwam,
is de Dwergpinscher in huidige vorm waarschijnlijk ontstaan uit zorgvuldig
kruisen van kleine Rattlers met Terriërs en Teckels. De bruine kleur (rehpinscher)
zou door kruising met Teckels zijn ontstaan. Chocolate kwam ook voor maar werd
pas in 1900 erkend (inmiddels volgens de FCI-standaard weer niet meer
toegestaan).
Karakter:
Hoewel klein van stuk is de Dwergpinscher beslist niet klein in karakter. Ze
gedragen zich ten opzichte van grote honden als ware ze zelf net zo groot..
De Dwergpinscher is van naturen leergierig en pienter. Het is voor een
Dwergpinscher niet belangrijk waar hij mee naar toe moet, of het
gehoorzaamheidstraining is, een boswandeling of een tentoonstelling, de
Dwergpinscher vind het prima, zolang hij maar bij "zijn mensen" zijn kan.
Zijn grote ideaal is het bewaken van alles wat hij lief heeft, of dat het huis,
de auto de kat of de kinderen van het gezin zijn, dat
doet er niets toe. Wee de
vreemdeling die zonder toestemming te vragen zijn domein betreed. Indien de Dwergpinscher goed opgevoed is blijft het echter bij waarschuwen en zal hij
zodra de baas dat beveelt de vreemdeling toelaten en mogelijk zelfs zeer
vriendelijk bejegenen.
Uiterlijk:
Totaalbeeld: De rasbeschrijving verlangt een robuuste, levenslustige
dwerghond met een schofthoogte van 25 tot 30 cm, die zover mogelijk een
verkleinde vorm van de Duitse Middenslag Pinscher moet zijn, echter zonder de
tekortkomingen die bij dwergrassen vaak voorkomen.
De Dwergpinscher heeft een zeer kortharige vacht. De kleur is eenkleurig bruin
(dat van verschillende bruine nuances tot reerood kan lopen) of zwart-bruin
(wordt ook wel black and tan genoemd).
Rasstandaard:
Kort historisch overzicht: De Dwergpinscher werd en al rond de vorige
eeuwwisseling in grote aantallen gehouden en in het fokregister van 1925 waren
al 1300 inschrijvingen. Uit de vele kleurvariëteiten fokte men evenals bij de
Duitse Pinscher, de kleuren zwart met lichtere aftekeningen en eenkleurige rode
tot roodbruine dieren.
Algemeen totaalbeeld: De Dwergpinscher is de verkleinde weergave van de
Duitse Pinscher, zonder de gebreken van verdwergde verschijningen. Zijn
elegante, kwadratis
che bouw is door zijn korte beharing duidelijk zichtbaar.
Belangrijke verhoudingen:In verhouding van lengte en hoogte moet de
lichaamsbouw zo kwadratisch mogelijk tonen.De totaallengte van het hoofd
(neuspunt tot achterhoofdsbeen) komt overeen met de helft van de ruglengte
(schoft tot staartaanzet).
Gedrag en karakter (aard): Levendig, temperamentvol, zelfverzekerd en
evenwichtig. Dit alles maakt hem tot een aangename familie- en gezelschapshond.
Hoofd:
Bovenschedel:
Schedel: Krachtig, gestrekt, zonder sterk ontwikkeld achterhoofdsbeen. Het
voorhoofd is vlak en verloopt zonder rimpels en parallel aan de neusrug.
Stop: Licht, maar toch duidelijk gemarkeerd.
Gezichtsdeel:
Neus: De neusspiegel: is goed ontwikkeld en zwart
Voorsnuit: eindigt in een stompe wig. De neusrug is recht.
Lippen: Zwart, vast en glad tegen de kaken liggend. De mondhoeken gesloten.
Kiezen / tanden: Krachtige boven en onderkaak. Het volledige schaargebit (42
tanden volgens de tandformule) is krachtig, goed sluitend en zuiver wit. De
kauwspieren zijn goed ontwikkeld zonder storende bakkenvorming.
Ogen: Donker, ovaal met aansluitende zwart gepigmenteerde oogleden.
Oren: Staande oren; klaporen, hoog aangezet, V-vormig, de binnenkanten tegen de
wangen liggend, naar voren gedraaid in de richting van de slapen, waarbij de
parallelle vouw niet boven het hoofd uit komt.
Hals: Adellijk gebogen, niet te kort. Zonder duidelijk beginpunt
harmonisch overgaand in de schoft; droog zonder wam of keelhuid. De huid is
strak en sluit rimpelloos aan.
Lichaam:
Bovenlijn: vanuit de schoft naar achteren iets aflopend.
Schoft: Vormt het hoogste punt van de bovenlijn.
Rug: krachtig, kort en strak.
Lendenpartij: Krachtig. De afstand van de laatste ribbenboog tot de heup is kort
waardoor de hond compact lijkt.
Croupe: In een lichte ronding verlopend, ongemerkt overgaand in de staartaanzet.
Borst: Matig breed, in dwarsdoorsnede ovaal, tot de ellebogen reikend. De
voorborst is door de borstbeenpunt duidelijk gemar
keerd.
Onderlijn en buik: De flanken niet overmatig opgetrokken, met de onderkant van
de borstkast een mooie gebogen lijn vormend.
Staart: In de natuurlijke staat.
Ledematen:
Voorhand:
Algemeen: De voorbenen zijn, van voren gezien, sterk, recht en niet te dicht
bij elkaar geplaatst. De onderbenen staan vanaf de zijkant gezien recht.
Schouders: Het schouderblad ligt vast tegen de borstkast aan, is aan beide
zeiden van het schouderblad goed gespierd en steekt boven de dooruitsteeksels
van de borstwervels uit. Zo schuin mogelijk en goed terugliggend, een hoek
vormend van 50º met de horizontale lijn.
Opperarm: Goed tegen de romp aanliggend, krachtig en gespierd; hoek met
schouderblad bedraagt 95º tot 105º .
Ellebogen: correct aansluitend, niet naar buiten of binnen draaiend.
Onderarm: Krachtig ontwikkeld en gespierd, van voor en van opzij gezien
kaarsrecht.
Voorvoetwortelgewricht: Krachtig en stabiel.
Voormiddenvoet: krachtig en verend, van voren gezien kaarsrecht, van opzij
bekeken iets schuin naar de grond staand.
Voorvoeten: Kort en rond. Tenen strak tegen elkaar aanliggend en gewelfd
(kattenvoeten); voetkussens sterk; nagels kort, zwart en sterk.
Achterhand:
Algemeen: Van de zijkant bekeken schuin gesteld, van achter bekeken parallel
verlopend, niet eng gesteld.
Dijbeen: Matig lang, breed en krachtig gespierd.
Knie: Niet naar binnen of buiten gedraaid.
Onderbeen: Lang en krachtig, pezig, in een krachtig spronggewricht overgaand.
Spronggewricht: Uitgesproken gehoekt, krachtig, stabiel, niet naar binnen of
buiten gedraaid.
Achtermiddenvoet: Kaarsrecht op de grond geplaatst.
Achtervoeten: Iets la
nger dan de voorvoeten, tenen strak tegen elkaar liggend en
gewelfd, nagels kort en zwart.
Gangwerk:
De Dwergpinscher is een draver. De rug blijft in de beweging vast en
relatief rustig. De beweging is harmonisch , zeker, krachtig en ongeremd, met
goede staplengte. Typisch voor de draf is een ruimgrijpende, sierlijk en
vloeiende beweging met krachtige stuwing en vrije voorhandbeweging.
Huid: Over het gehele lichaam strak aansluitend
Beharing:
Haar: Kort en dicht, glad aanliggend en glanzend, zonder kale plekken.
Kleur:Eenkleurig: Hertenrood, roodbruin tot donkerroodbruin.Zwartbruin:
Lakzwarte haar met rode tot bruine aftekeningen. Na te streven zijn zo donker
mogelijke, zuivere, scherp afgetekende brand. De aftekeningen zijn als volgt
verdeeld: boven de ogen, aan de onderkant van de hals, aan de middelvoet van de
voorbenen, aan de voeten, aan de binnenkant van de achterbenen en onder de
staartwortel. Twee van elkaar gescheiden zuiver begrensde driehoeken aan de
voorborst.
Maat en gewicht:
Schouderhoogte: Reuen en teven 25 tot 30 cm.
Gewicht: Reuen en teven 4 tot 6 kg.
Fouten:
Iedere afwijking van de hiervoor genoemde punten moet als fout gezien
worden, en de ernst van de fout is afhankelijk van de graad van afwijking.
In het bijzonder: Plompe of te lichte, laagbenige- of hoogbenige bouw.Zware of
ronde schedelRimpels op het voorhoofdKorte, spitse of smalle
voorsnuit.Tanggebit Lichte, te kleine of te grote ogen.Laag aangezette of zeer
lange, verschillend gedragen oren.Losse keelhuidTe lange, opgetrokken of slappe
rugKarperrugAfvallend croupeLange voetenTelgangSteppend gangwerkDunne
beharingDoorstoken, aalstreep, donker zadel en verbleekt of gevlekte
beharing.Meer dan 1 cm boven of onder de maat
Zware fouten:Ontbreken van geslachtstype (b.v. reuachtige teef)Lichte
bouwAppelkopNiet parallelle hoofdbelijningNaar buit
en draaiende ellebogenOndergeschoven achterhandSteile of krombenige achterhandNaar binnen
gedraaide spronggewrichten (koehakkigheid)Tussen de 1 en 2 cm te groot of te
klein
Diskwalificerende fouten:Misvorming van ieder soortGebrek aan
typeGebitsfouten als voorbeet, overbeet en kruisbeet.Grote fouten in onderdelen
als lichaamsbouw, haar- en kleurfouten.Meer als 2 cm te groot of te
kleinSchuwheid, agressiviteit, boosaardigheid, overdreven wantrouwig, nerveus
gedrag.
N.B.: Reuen moeten twee duidelijk normaal ontwikkelde testikels hebben die in de
balzak zijn ingedaald.
( Informatie bron kennel van Tilburgs Roem )





