Ras: Engelse Bulldog
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Gezinshond
Grootte: 31-36 cm
Gewicht: Ongeveer 22-25 kg
Kleur: Witgevlekt, beige, roodbruin, wit en gestroomd
Vachtsoort: Korte en dichte vacht
Gem. Leeftijd: 7-9 Jaar
Kenmerken:
- Wijd uitelkaar staande ogen
- Hanglippen
- Dikke en gespierde voorbenen
- Ogen en nesu staan dicht bij elkaar
- Poten staan iets naar buiten
Herkomst: Meestal Engelse Bulldog genoemd, ten onderscheid van de Franse. Nationale ras van Engeland. Reeds voorkomend in de dertiende eeuw. Ooit gebruikt voor het vechten met stieren (bull baiting).
Algemeen voorkomen: Fors gebouwde hond, tamelijk laag op de benen, breed, krachtig en gedrongen. Hoofd massief, tamelijk groot in verhouding.
Vacht: Fijn, kort, dicht en glad. Eenkleurig of eenkleurig met een zwart masker of een zwarte voorsnuit; gestroomd, verschillende tinten rood, geelbruin, lichtgeel; wit of wit in combinatie met een van de genoemde kleuren.
Gezondheid: Bij dit ras kan een aantal gezondheidsproblemen voorkomen, waaronder kortademigheid, problemen met warmte, en moeilijke geboorten. Honden waarmee wordt gefokt worden op een aantal gezondheidsaspecten onderzocht.
Aard: Waakzaam, ondernemend, trouw aan de baas, betrouwbaar, moedig, goedig van aard.
Bijzonderheden: De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten. Overmatige plooivorming met name op het gezicht vraagt extra aandacht.





