Ras: Fila Brasileiro
Oorsprong: Brazilië
Gehouden als: Waak en speurhond
Grootte: Reuen 65-75 cm en teven 60-70 cm
Gewicht: Reuen min. 50 kg en teven min. 40 kg
Kleur: Allerlei kleuren, wit, muisgrijs, gespikkelde vachten en
gevlekte vachten zijn niet toegestaan
Vachtsoort: Kortharige, dichte en zachte vacht
Gem. Leeftijd: 9-11 Jaar
Geschiedenis:
Wie de Fila ziet, ziet Brazilië. De Fila is een passie: een instinctieve
primitieve kracht terug te voeren naar zijn voorouders. De trieste,
melancholieke uitdrukking van de Fila verbergt een scala aan verlangens: het
verlangen naar de grote haciënda van weleer, het verlangen naar de jacht op de
jaguar, het verlangen naar de lange trek naast het
vee, het verlangen naar
vrijheid en open ruimte. Over het ontstaan van de Fila Brasileiro zijn diverse
theorieën ontwikkeld. Wie het aandurft over de afstamming van de Fila te
schrijven stuit op een aantal zeer uiteenlopende meningen omtrent het ontstaan
van dit ras. Een aantal van deze meningen is hieronder beschreven. Een
uitgebreider beeld over de Fila kunt u krijgen, door de boeken te lezen die
achter in rasbrochure van de Fila Brasileiro vermeld staan. De rasbrochure is te
bestellen bij de rascommissie.
Het woord "Fila" komt waarschijnlijk uit het Portugese "Caes de Fila" waarmee
bedoeld wordt een hond die achtervolgt, pakt en vasthoudt. Zuid Amerikaanse
honden met namen zoals "Presa"(pakken) en de "Bravo" dog (moedige hond) in
Colombia; de Cubaanse dog in het Caribische gebied; de Cordovaanse Dog van
Argentinië (voorouders van de Dogo Argentino) en de Braziliaanse "Fila", zijn of
waren waarschijnlijk afstammelingen van de nu zo goed als verdwenen Iberische
prooi en bijthonden, die waren geïntroduceerd door de Spaanse en Portugese
veroveraars van Amerika. Onder andere werd naar Zuid Amerika de Alano
meegebracht: een grote atletische hoogbenige hond van het Molosser type, thans
geheel verdwenen. Met de later ingevoerde Engelse Mastiff (Canes Sagaces), de
Bloedhond en de oude Engelse Buldog (Canes Pugnaces, niet te verwarren met de
huidige Engelse Buldog), zou dit tot de hedendaagse Fila Brasileiro hebben
kunnen leiden. Maar men moet zich bedenken dat de Fila geen ras is dat door de
mens is ontwikkeld, het heeft zich door de eeuwen heen gevormd op een
natuurlijke wijze die gelijk liep met de behoefte van de bewoners in dit immens
grote land. In Europa hecht men de meeste waarden aan de uitlatingen van dr.
Paul Santos Cru, die meent dat Fila zou zijn ontstaan uit primitieve kruisingen
tussen de Mastiff, de Buldog en de Bloedhond.
Meer info...
Algemene kenmerken: Krachtige botten, rechthoekige bouw, compact, maar
harmonisch en evenredig in de verhoudingen. Bij dit massale uiterlijk is echter
duidelijk een grote bewegelijkheid en snelheid waar te nemen. Teven dienen een
duidelijk zichtbare vrouwelijkheid uit te stralen, waardoor het verschil met de
reu goed zichtbaar is.
Karakter en temperament: Moed, doorzettingsvermogen en uitgesproken
dapperheid maken een deel uit van de eigenschappen van Fila Brasileiro. Voor de
eigenaar en zij familie is de Fila volgzaam en voor de eigen kinderen
buitengewoon verdraagzaam. Een bekend Braziliaans spreekwoord luidt: "Zo trouw
al een Fila". Hij zoekt altijd het gezelschap van zijn baas. Een van zijn
kenmerkende eigenschappen is zijn wantrouwen (origineel "ojeriza") jegens
vreemden. De Fila straalt kalmte, zelfverzekerdheid en zelfvertrouwen uit. Hij
laat zich niet uit zijn evenwicht brengen door vreemde geluiden of een onbekende
omgeving. De Fila is een onovertroffen bewaker van de eigendommen van zijn baas.
Instinctmatig is hij een toegewijd jager op groot wild en een veedrijver.
Gangwerk: De Fila heeft een elastische gang met een lang bereik. Zijn
vloeiende schreden doen je denken aan de grote katachtige. Het meest
karakteristieken is de telgang, een tweemaatse zijdelingse gang, waarbij de
benen te ener zijde als een paar beweging (genaamd "de kamelengang"). Deze
beweging is duidelijk waarneembaar langs de gehele toplijn tot aan de staart.
Tijdens de gang wordt het hoofd lager gedragen dan de rug. De draf is vloeiend
en vrij met een krachtige stap. De galop is krachtig met een snelheid die men
van zo’n grote zware hond niet zou verwachten. Door de bewegelijkheid in de
gewrichten, typisch voor de Molosser, wekken de bewegingen van de Fila de
indruk, dat direct en snel van richting kan worden veranderd en dit is ook
juist.
Uitdrukking/expressie: In rust: kalm en edel en vol zelfvertrouwen. De
Fila toont nimmer een verveelde of afwezige uitdrukking. Indien alert:
vastberaden en waakzaam met een rustige en standvastige oogopslag.
Hoofd: Het hoofd van de Fila is groot, zwaar, massief, maar altijd in de
juiste verhouding tot de totale lichaamsafmetingen. Van boven af gezien doet het
denken aan een trapezium, waarin het hoofd peervormig is geplaatst. Gezien de
zijkant is de verhouding tussen de schedel en snuit 1:1, waarbij de snuit een
weinig korter is dan de schedel.
Schedel: En profiel vormt de schedel een vloeiende gebogen lijn van de
stop naar de occiput (achterhoofdknobbel). Bij pups steekt deze
achterhoofdsknobbel duidelijk uit.

Van voren gezien is de schedel groot en breed met een iets gebogen bovenlijn. De
zijlijnen lopen bijna verticaal, gebogen nauwer wordend naar de snuit toe,
zonder stop te tonen.
Uitdrukking/expressie: In rust: kalm en edel en vol zelfvertrouwen. De
Fila toont nimmer een verveelde of afwezige uitdrukking. Indien alert:
vastberaden en waakzaam met een rustige en standvastige oogopslag.
Hoofd: Het hoofd van de Fila is groot, zwaar, massief, maar altijd in de
juiste verhouding tot de totale lichaamsafmetingen. Van boven af gezien doet het
denken aan een trapezium, waarin het hoofd peervormig is geplaatst. Gezien de
zijkant is de verhouding tussen de schedel en snuit 1:1, waarbij de snuit een
weinig korter is dan de schedel.
Schedel: En profiel vormt de schedel een vloeiende gebogen lijn van de
stop naar de occiput (achterhoofdknobbel). Bij pups steekt deze
achterhoofdsknobbel duidelijk uit.
Van voren gezien is de schedel groot en breed met een iets gebogen bovenlijn. De
zijlijnen lopen bijna verticaal, gebogen nauwer wordend naar de snuit toe,
zonder stop te tonen.
Stop en voorhoofdsgroef: Deze is gezien vanaf de voorkant praktisch niet
aanwezig. De middelste rimpel is niet diep en loopt vloeiend omhoog. Van opzij
gezien is de stop laag, glooiend en wordt feitelijk alleen gevormd door de goed
ontwikkelde wenkbrauwen.
Snuit: Krachtig, breed, diep en altijd in volkomen harmonie met de
schedel. Van boven af gezien is de snuit vol, onder de ogen iets nauwer wordend
naar het midden van de snuit en weer iets breder wordend naar de voorkant. Van
opzij gezien is de neus recht of heeft een ietsje gebogen lijn (Romeinse neus),
echter nooit omhoog gebogen. De voorkant van de snuit vormt bijna een loodrechte
lijn met de groef direct onder de neus en vormt een perfecte boog met de
bovenlippen, welke dik zijn en los hangen over de onderlippen, waardoor vorm
gegeven wordt aan de onderlijn van de snuit die bijna parallel loopt met de
bovenlijn. De rand van de lippen is altijd zichtbaar. De onderlippen zijn
aaneengesloten tot aan de hoektanden, daarna loshangend met getande randen. Aan
de wortel is de snuit diep, echter zonder daarbij de lengte te overtreffen. De
randen van de lippen vormen een omgekeerde "U".
Neus: Goed ontwikkelde brede neusgaten, die echter niet de gehele
kaakbreedte beslaan. Kleur: zwart.
Ogen: Middelgrote tot groot, amandelvormig, ver uit elkaar geplaatst en
middelmatig diep tot diep geplaatst. Toegestane kleuren: van donkerbruin tot
geel, echter altijd in overeenstemming met de kleur van de vacht. Door de
overvloedige losse huid hebben veel Fila’s neerhangende onderste oogleden, welke
niet gezien wordt als fout, want juist hierdoor ontstaat de melancholieke
uitdrukking die typerend is voor het ras.
Oren: Groot, dik, V-vormig en hangend. Breed aan de aanzet, iets spits
toelopend naar de ronde uiteinden. Aangezet op het achterste deel van de schedel
op een lijn met de ogen (als de hond in ruste is). Indien de hond alert is,
bevindt de aanzet zich boven deze lijn. De aanzet staat schuin op de voorkant,
hoger dan de achterkant. Hangend tegen de wangen of naar achteren gevouwen
waarbij de binnenkant van het oor zichtbaar wordt.
Gebit: De tanden zijn breder dan lang, sterk en wit. De bovensnijtanden
zijn breed aan de wortel en spitstoelopend in een punt. De hoektanden zijn
krachtig, stevig gezet en ver uit elkaar geplaatst. Ideaal is een schaargebit,
een tanggebit is toegestaan.
Nek: De nek is buitengewoon sterk en gespierd waardoor de indruk wordt
gewekt dat de nek kort is. Iets gebogen aan de bovenkant en goed wijdstaand aan
de schedel Kwabben aan de hals.
Toplijn: Door de afstand tussen de schouderbladen zijn de schoften ver
uit elkaar geplaatst in een aflopende lijn. De schoften bevinden zich op een
lagere lijn dan de kroep. De toplijn vertoont geen neiging tot zadel of
karperrug.
Kroep: Breed en lang. Vormt in een vloeiende lijn een hoek van ongeveer
30 graden met de horizontale lijn. Iets hoger dan de schoften. Van achteren
gezien is de kroep bijna net zo breed als de borstkas, kan bij de teven zelf
breder zijn.
Lichaam: Sterk, breed en diep, bedekt met een dikke losse huid. De
borstkas is langer dan de buik. De lengte van het lichaam is hetzelfde als de
hoogte plus 10%, wanneer gemeten vanaf de punt van de schouder tot aan de punt
van de achterhand.
Borst: Goed gebogen ribben, echter zonder de positie van de schouder te
beïnvloeden. Brede diepe borst die reikt tot aan de ellebogen. Het borstbeen
steekt duidelijk uit.

Lendenen: Korter en niet zo diep dan de borst met een duidelijk zichtbare
afscheiding tussen beide delen. Teven hebben een beter ontwikkelde lendenpartij
aan de onderzijde. Van boven af gezien zijn de lendenen nauwer dan de borst en
de kroep maar mogen geen uitgesproken taille voren.
Onderlijn: Een lange borst en parallel in verhouding tot de grond over de
gehele lengte een iets opgetrokken lijn verlopend in het onderlijf, echter niet
als bij een Whippet.
Voorhand: De schouder is samengesteld uit het schouderblad en de bovenarm
(scapula en humerus), die beide van gelijke lengte moeten zijn en waarbij het
schouderblad een hoek van 45 graden vormt met de horizontale lijn en de bovenarm
een hoek van 90 graden met het schouderblad. De hoeking schouderbladbovenarm
vormt de punt van de schouder en ligt ietsje achter de punt van het borstbeen.
In een ideale positie ligt de punt van de schouder halverwege tussen de elleboog
en de schoft. Een denkbeeldige loodrechte lijn vanaf de schoft snijdt de
elleboog en eindigt bij de voeten.
Voorbenen: Krachtige loopbotten, benen parallel
en recht tot de middenvoet. Middenvoetsbotten (metacarpus) kort, duidelijk en
sterk gevormde tenen (carpus) licht gebogen. Lengte van het been moet vanaf de
grond tot aan de elleboog 50% zijn van de lengte vanaf de grond tot de schoft.
Voorvoeten: Krachtig, met goed gebogen tenen, niet te dicht bij elkaar.
Voetkussens dik, breed en diep. De ideale positie van de voeten is naar voren
gericht. Sterke, donkere nagels. Witte nagels zijn toegestaan, maar waar de
kleur van de voet en de tenen wit is.
Achterbenen: Minder zwaar van bot dan de voorbenen, maar beslist niet
licht van bot. Het dijbeen is rondom bespierd door de zware spierbundels van het
bekken (illium) en het zitbeen (ischium). Deze spieren vormen de achterhand.
Daarom moet het zitbeen de juiste lengte hebben. De achterbenen zijn parallel
met sterke voetwortelbeentjes (tarus). De middenvoetsbeentjes (metatarus) zijn
iets gebogen en hoger dan de middenhandsbeentjes (de voorvoet). De sprong en de
middenvoet zijn matig gehoekt.
Achtervoeten: Iets ovaler dan de voorvoet, maar dit geldt in wezen voor
de hele beschrijving. Hubertusklauw (vijfde teen) hoort niet aanwezig te zijn.
Staart: Zeer breed aan de wortel, spitser toelopend naar de sprong. Als
de hond alert is, wordt de staart hoog gedragen en is de bocht aan het einde
duidelijk zichtbaar. Mag niet gekruld over de rug gedragen worden.
Hoogte:
De schofthoogte is bij:
Reuen: 65 cm tot 75 cm- 27 inches/29,52 inches
Teven: 60 cm tot 70 cm- 24 inches/27,56 inches
Gewicht:
Reuen: minimaal 45 kilo- 100 pounds
Teven: minimaal 40 kilo- 90 pounds
Kleur: Alle egale kleuren zijn toegestaan met uitzondering van
diskwalificeerde kleuren, dat zijn wit en muisgrijs, gevlekt of gespikkeld.
Geelbruine honden met een egale vacht mogen gestroomd dijn met lichtere of veel
donkerder strepen. Een zwart masker is toegestaan. Bij alle toegestane kleuren
zijn witte vlekken aan de voeten, de borst en de staartpunt toegestaan. Liever
niet op andere delen van het lichaam. Indien de witte vlekken meer dan ¼ deel
van de totale lichaamsoppervlakte overschrijden, wordt dit als zeer ernstige
fout gerekend.
Huid: Een van de belangrijkste kenmerken van het ras is de dikke losse
huid die het gehele lichaam bedekt en die vooral aan de nek uitgesproken kwabben
vormt en vaak ook voorkomt aan de borst en de buik. Sommige honden hebben een
plooi aan de zijkant van de kop, alsook langs de hals tot aan de schouder. Als
de hond in ruste is, is de kop rimpelloos. Als de hond alert is vormt de
samengetrokken schedelhuid kleine verticale rimpeltjes.
Vacht: Kort, zijdeachtig, dicht en goed aansluitend op het lichaam.

Fouten-Algemeen: Cryptorchisme, monorchisme, het gebruiken van
hulpmiddelen om bepaalde effecten te krijgen, albinisme, ontbreken van
rastypischheid, etc.
Diskwalificerende fouten:
1) Agressie tegen de baas/eigenaar
2) Lafheid
3) Roze neus
4) Bovenvoorbeet
5) Ondervoorbeet, waarbij de tanden zichtbaar zijn bij een gesloten
6) Ontbreken van een hoektand (canine) of een molaar (m.u.v. de
7) Blauwe ogen (glasogen)
8) Gecoupeerde oren of staart
9) Kroep lager dan de schoft
10) Alle witte honden, muisgrijs, gevlekt, of gespikkeld (schimmel)
11) Kleiner dan de minimum afmetingen
Reuen 65 cm – Teven 60 cm
12) Niet voldoende losse huid
13) Ontbreken van het typische gangwerk (kamelengang)
Zeer ernstige fouten:
1) Klein hoofd
2) Kleine bovenlippen, zonder kwabben
3) Uitgesproken stop, van voren gezien
4) Uitpuilende ogen
5) Ontbreken van twee gebitselementen (m.u.v. de P1)
6) Ontbreken van halskwabben
7) Apathie of angst
8) Overgevoeligheid voor harde knallen (schoten)
9) Karperrug
10) Horizontale ruglijn, niet oplopend naar de kroep
11) Overmatige plooivorming
12) Koehakkigheid
13) Ontbreken van hoeking in de achterhand (te steil)
14) Te lichte botstructuur
15) Gebrek aan massa (te slank)
16) Groter dan maximum afmetingen
Reuen: 75 cm - Teven 70 cm
17) Witte vlekken die meer dan een kwart van de totale
lichaamsoppervlakte overschrijden
18) Gebrek aan pigment langs de oogranden
19) Ronde ogen
20) Vierkante bouw
Ernstige fouten:
1) Korte snuit
2) Kleine oren
3) Hoog aangezette oren
4) Te lichte ogen
5) Rimpels op het voorhoofd als de hond in rust is
6) Ondervoorbeet
7) Ontbreken van twee gebitselementen
8) Plooien onder de keel die geen kwabben zijn maar horizontale plooien
9) Zadelrug
10) Nauwe kroep
11) Over de rug gedragen staart
12) Borst zonder diepte
13) Afwijkingen in voet of handwortelbeentjes of middenvoet of
middenhandwortelbeentjes
14) Te veel gehoekte achterhand
15) Korte stappen, klein bereik
Kleine fouten:
Alle andere afwijkingen van de rasstandaard kunnen worden beschouwd als lichtere
fouten.
( Informatie bron NMMC )





