Ras: Great Japanese Dog
Andere naam: Voorheen amerikaanse akita
Oorsprong: Japan
Gehouden als: Gezelschapshond
Grootte: Reuen 66 tot 71 cm, teven 61 tot 66cm.
Gewicht: 40-50 kg
Kleur: Alle mogelijke kleuren
Vachtsoort: Harde boven vacht net een fijne ondervacht
Gem. Leeftijd: 10-13 Jaar
Korte historische samenvatting:
Het begin van de geschiedenis van de Great Japanese Dog (vroeger Amerikaanse
Akita) is
gelijk aan de ges
chiedenis van Japanse Akitas. In het begin (1603) werden de
Akita Matagis, (middelgrote beer-jagende honden) gebruikt als vecht honden
Vanaf 1868, werd de Akita Matagis gekruist met Tosas en Mastiffs. De
consequenties hiervan waren dat de omvang van de akitas toenam, maar de
kenmerken verbonden aan Spitz type werden verloren. In 1908 werden de
hondengevechten (gelukkig) verboden, maar Akita werd bewaard en werd verbeterd
tot een groot Japans ras. Het gevolg was dat negen superieure voorbeelden van de Akita werden aangewezen als "Nationaal Monumenten" in 1931.
Tijdens WO II (1939-1945), was het gebruikelijk om honden als bron van bont voor
militaire
Kledingstukken te gebruiken. De politie gaf opdracht tot de vangst en de
inbeslagneming van alle honden, behalve Duitse herders die voor militaire
doeleinden werden gebruikt. Sommige liefhebbers probeerden deze opdracht te
omzeilen door hun honden met Duitse herders te kruisen. Toen WO II eindigde was
het aantal akitas drastisch gereduceerd en verdeeld in drie verschillende
types:
1) de matagi Akita
2) de vecht Akita
3) de herder Akita
Dit leidde tot een zeer verwarrende situatie bij het ras. Tijdens de weder
opbouw van het ras na WO ll, werd de Kongo-ga van de Dewa-lijn tijdelijk erg
populair. Veel Akitas van de Dewa-lijn, welke kenmerken van de Mastiff en
Duitse herder hadden, werden door de Amerikaanse militairen mee terug genomen
naar de Verenigde Staten. Akitas van de Dewa-lijn, intelligent en een groot
aanpassingsvermogen, fascineerden fokkers in de Verenigde Staten en de lijn werd
voortgezet door een stijgend aantal fokkers en met grote stijging in
populariteit.
De Amerikaanse Akita Club werd in 1956 opgericht en de Amerikaanse Kennel Club (AKC)
accepteerde het ras (de inschrijving in het stamboek en show status) in oktober
1972. Tot op heden accepteren de AKC en JKC (Japanse Kennel Club) elkaars
stambomen helaas niet en daardoor werd de deur gesloten voor de introductie van
nieuwe bloedlijnen uit Japan. Hierdoor zijn de Akitas in de Verenigde Staten
aanzienlijk verschillend van die in Japan, het land van herkomst. Zij
ontwikkelden zich als een uniek type in de Verenigde Staten, met kenmerken en
type onveranderd sinds 1955. Dit is in scherp contrast met Akitas in Japan die
werden gekruist met Matagi Akitas om het oorspronkelijke ras terug te krijgen.
Algemene verschijning:
Grote hond, robuust gebouwd, evenwichtig, met veel substantie en zware botten.
Het brede hoofd, ( een stompe driehoek,) met diepe snuit, in verhouding kleine
ogen en rechte oren, vooruit gericht en bijna doorlopend in de rug en hals, is
kenmerkend voor het ras.

Belangrijke verhoudingen:
De verhouding van hoogte lengte is 9 tot 10 voor reuen en 9 tot 11 voor
teven.
De diepte van de borst is gelijk aan de helft van de schoft hoogte
De afstand van de stop tot aan de neuspunt is gelijk aan de afstand van de
stop tot de occiput .
Gedrag & Temprament:
Vriendelijk, alert, ontvankelijk, waardig, volgzaam en moedig.
Hoofd:
Massief, maar in balans met het lichaam, vrij of rimpelt wanneer ontspannen. Het
hoofd vormt van bovenaf bekeken een stompe driehoek
Schedel:
Vlak en breed tussen de oren. Een ondiepe rimpel kan over het voorhoofd lopen
Stop: duidelijk aanwezig maar niet abrupt.
Gezicht:
Neus: Breed en zwart. Een licht en diffuus gebrek aan pigment op neus is
aanvaardbaar
bij witte honden maar zwart heeft altijd de voorkeur.
Snuit: Breed, diep en vol
Lippen: Zwart. Niet hangend; tong roze.
Kaken/Tanden: kaken niet afgerond maar stomp, sterk en krachtig.
Tanden sterk met regelmatige en volledige aansluiting; schaargebit heeft de
voorkeur.
Ogen: Donkere bruin, in verhouding klein, niet prominent, bijna
driehoekig van vorm. Het oogleden zwart en aangesloten.
Oren: Ster
k recht en klein in verhouding tot de rest van het hoofd. Als
het oor vooruit gevouwen is zal het de bovenkant van het ooglid raken. De oren
zijn driehoekig, lichtjes rond gemaakt bij uiteinde, wijd bij basis, niet te
laag aangezet. Vanaf de zijkant bekeken staan de oren licht naar voren en volgen
de lijn van de nek
Hals:
Dik en gespierd met minimale keelhuid, in verhouding redelijk kort en wordt
richting schouder geleidelijk breder. Een uitgesproken kraag loopt vloeiend over
in de basis van schedel.
Lichaam:
Langer dan hoog. Huid niet te dun, noch te vast noch te los.
Rug: gelijkmatig
Lendenen: Stevig gespierd.
Borst: breed en diep. Ribben lopen door in een goed ontwikkeld borststuk
Onderlijn en Buik: Gematigd opgetrokken
Staart:
Groot en goed bedekt met haar, hoog aangezet en op de rug of tegen de flank
gedragen in een ¾, volle of dubbele krul. Het uiteinde raakt altijd op of onder
de rug. Aanzet breed en sterk. Wanneer de staart neer gelaten wordt raakt het
einde van het staartbeen de sprong. Haar uitstaand, recht en zacht en geen pluim
Ledematen:
Voor: Van voor af gezien recht met zware botten
Schouders: Sterk en krachtig met gematigde layback.
Houding: Licht vooruit hellend in een hoek van ongeveer 15°
Achter: Sterk gespierd, breedte en botten vergelijkbaar met voorpoten.
Dij: Sterk, goed ontwikkelt, wanneer van achter bekeken parallel
Sprong: Matig gebogen.
Voeten:
Recht, katten voeten, met dikke kussentjes.
Gangwerk:
Krachtig, bedekken de grond met bescheiden bereik en aandrijving. De beweging
van achterpoten komen overeen met de voorpoten maar achter blijft sterk, stevig
en gelijkmatig.

Vacht & haar:
Dubbel-laag. Ondervacht dik, zacht, dicht en korter dan dekvacht. Dekvacht
stijl, ruw/stijf en staat iets van lichaam. Haar op hoofd, onderpoten en oren
kort. Haar bij schoften en croup is ongeveer 5 cm, iets langer dan op rest van
lichaam, behalve de staart, waar het haar lang en vol is.
Kleur:
Alle kleuren zoals rood, sesam, wit, enz. of zelfs pinto en brindle (gestroomd).
De kleuren zijn helder en duidelijk, en de aftekeningen zijn evenwichtig, met of
zonder masker of bles. Geheel witte honden hebben geen masker. Pinto heeft een
witte grondkleur met grote gelijkmatige vlekken die hoofd en meer dan één derde
van het lichaam bedekken. De ondervacht kan een andere kleur hebben van de
dekvacht.
Grootte:
Schofthoogte: reuen: 66 tot 71 cm (26-28 duim),
teven: 61 tot 66 cm (24-26 duim).
Fouten:
Elk van de volgende punten moet als een fout worden beschouwd en de ernst van de
fout is afhankelijk van de graad waarin de fout voorkomt.
Vrouwelijke reuen, mannelijke teven.
Smal of puntig hoofd.
Ontbrekende tand (behalve 2 van PM1 en/of M3).
Blauwe of zwarte bevlekte tong.
Lichte ogen.
Korte staart.
In of uitstaande ellebogen
Schuchterheid of wreedheid.
Ernstige fouten:
Licht in substantie.
Licht botten

Diskwalificerende fouten:
Pigmentloze neus. Een neus met pigmentloze plekken (vlinderneus).
Hangende of gevouwen oren.
Onder - of voor beet.
De sikkel of ongekrulde staart.
Reuen onder 63.5 cm (25 duim), teven onder 58.5 cm (23 duim).
NB. : De mannelijke dieren moeten twee blijkbaar normale testikels
hebben die volledig in het scrotum zijn gedaald
(Informatie bron Fudo Shin)





