Ras: Hollandse Smoushond
Oorsprong: Nederland
Gehouden als: Tegenwoordig een makkelijke gezinshond, vroeger ook wel stalhond en ratten - en muizenvanger
Grootte: Reuen 37-42 cm en teven 35-40 cm
Gewicht: Ongeveer 10 kg
Kleur: Strogeel achtig
Vachtsoort: Ruw, steil en grof
Gem. Leeftijd: 12-15 Jaar
Geschiedenis:
De 19e eeuw kan gerust de eeuw van het paard worden genoemd. Waar paarden zijn,
zijn stallen. In deze stallen wemelde het van de muizen en
ratten omdat het
voedsel van de paarden daar ook werd opgeslagen. In de stallen werden daarom
honden gehouden die uitblonken in het verdelgen van ongedierte.
De Smous, officieel Hollandse Smoushond geheten, was een algemeen bekende
verschijning in de stallen op het platteland, maar vooral in de steden. Het was
een hondje, dat bovendien zijn baasje graag vergezelde naar het café. Vooral in
het midden van de 19e eeuw moet hij uitermate populair zijn geweest in (de
omgeving van) Amsterdam. De smous werd vooral gehouden door (Joodse) kooplieden.
Waar de Hollandse Smoushand precies vandaan komt is niet met zekerhoed te
zeggen. Er werd vroeger weinig aandacht geschonken aan stalhonden en er werd
nauwelijks iets over geschreven. Pas in de 19e eeuw veranderde dit.
De eerste werkelijke berichten over de Hollandse Smoushond dateren van 1850.
Na 1850 zijn wat meer feiten over de geschiedenis op schrift gesteld. In
Amsterdam opereerde destijds een bekende hondenhandelaar, de heer C.J. Abraas.
Deze verkocht de Smous als 'Heeren Stalhond' voor de koopmansbeurs. Cafés in de
directe omgeving van de beurs beschikten door toedoen van Abraas bijna allemaal
over een Smoushond.
Uit een door L. Seegers geciteerde beschrijving daarvan komt naar voren dat deze
honden een tamelijk uniform type bezaten. De naam Smousje of
Smoushond ontleende
hij aan zijn ruwharige vacht en behaarde gezicht, zoals ook de Joden (eveneens
Smouzen genoemd) dat toendertijd hadden.
Meer info..
Rasstandaard:
Algeheel beeld:
Een ruigharige, levendige, beweeglijke, krachtig en vierkant gebouwde hond,
schofthoogte gelijk aan lichaamslengte (van boegpunt tot zitbeen). Teven mogen
iets langer zijn. Gebouwd en gespierd om paard en rijtuig te kunnen volgen en
tevens om in de stal ratten te kunnen vangen, werd de Smoushond weleer aangeduid
als Herenstalhond. Hij mag dan ook niet grof of plomp zijn. Hoogtemaat van reuen
circa 37-42 cm, teven 35-40 cm. Gewicht 9 a 10 kilogram.
Hoofd:
Het hoofd is een van de kenmerkendste punten van de Hollandse Smoushond. Van
boven gezien breed en kort; de schedel enigszins gewelfd; de stop duidelijk
afgetekend en het voorhoofd gewelfd, maar beide niet zo sterk dat er gelijkenis
met het hoofd van de Griffon Bruxellois door ontstaat; de snuit vol, met
stevige, vrij korte kaken (voorsnuit circa 1/3 van de afstand
neuspunt-achterhoofdsknobbel) lippen dun en goed aansluitend met zwarte randen.
Neusspiegel zwart en breed. Bij voorkeur normaal scharend gebit met krachtige
elementen; een tanggebit of een ondervoor scharend gebit zijn niet als foutief
te beschouwen. De ogen zijn zeer karakteristiek, ze hebben een vriendelijke,
levendig, uitdrukking, zijn donkerbruin, groot en rond; ze mogen niet uitpuilen
of diep weggezonken zijn.Ze hebben sterk ontwikkelde donkere wimpers en zwarte
oogranden.
Oren:
Hoog aangezet, klei
n en dun hangoor, noch dood hangend, noch zijwaarts
uitstaand; driehoekig van vorm met iets afgeronde punt. Bij aandacht wordt de
oorpunt iets naar voren tegen de wang gedrukt.
Hals:
Niet te lang, eerder kort en gespierd. Het schouderblad ligt matig schuin, in
verband met de matige hoekingen van voor- en achterhand.
Lichaam:
Maakt een indruk van stevigheid; zowel grofheid als windhondvormen zijn af te
keuren. De rug is recht, ter hoogte van. de lendenen licht gewelfd, breed en
sterk gespierd. Krachtig en bespierd kruis.De borst is niet overmatig diep, met
goed gewelfde ribben, en maakt een brede indruk. De buik is weinig opgetrokken.
Voorbenen:
Recht, niet te dicht bijeen en toch goed onder de hond geplaatst; ze hebben
stevig, ovaal bot.
Achterhand:
Matig gehoekt, met laag geplaatste hak; krachtig bespierd.
Voeten:
Rond, gesloten, klein (kattenvoeten), met krachtige tenen en zwarte nagels.
Staart:
Gaaf; aan de korte kant; vrolijk gedragen, maar niet over de rug gekruld.
Beharing:
Dit is een belangrijk punt. Het haar is:
a. Over het hele lichaam: Grof, hard, ruw, recht, ruig uitstaand, 4 -7 cm lang.
Niet gekruld, gegolfd of wollig; neiging tot klitten is een ernstige fout.
Voldoende van onderhaar voorzien om de hond te vrijwaren voor koude en
nattigheid; een scheiding op de rug is een fout, daar hieruit blijkt dat het
haar te lang en te zacht is en dat er niet voldoende onderhaar is om het recht
te houden.
b. Benen: Hebben middellange, niet zeer dicht ingeplante, achterwaarts gerichte
dekharen, enigszins broek en veer vormend. Fout: Rondom wollig en dichtbehaard,
als een zuil van haar.
c. Staart: Rondom behaard, zonder veer.
d. Hoofd: Geheel met hetzelfde stugge haar bedekt als het lichaam, maar dan iets
korter, althans op de schedel. De wangen zijn lang behaard. Er is flink
garnituur, bestaande uit snor, baard en wenkbrauwen; bij deze laatste mag het
haar wel wat over de ogen hangen, maar niet zo, dat het het vrije uitzicht
belemmert, of de ogen onzichtbaar maakt.

Kleur:
Eenkleurig geel in alle schakeringen, met een voorkeur voor donker strogeel.
Oren, snor, baard en wenkbrauwen mogen een donkerder kleur geel hebben dan de
rest van het lichaam. Alle andere kleuren dan geel in de verschillende tinten,
diskwalificeert.
Karakter:
Aanhankelijk, vrolijk, vriendelijk en vrij van aard. Honkvast. Niet zenuwachtig,
druk, schrikachtig of kefferig. Gemakkelijke gezinshond
Opmerking:
De reuen moeten twee normaal ontwikkelde , volledig in het scrotum ingedaalde
testikels hebben.
( Informatie bron Smoushonden Club )





