U bevindt zich hier: J Japanse Terriër

Ras: Japanse Terriër
Andere naam:
Nihon Terriër en Nippon Terriër
Oorsprong:
Japan
Gehouden als:
Gezelschapshond
Grootte:
32,5-33,5 cm
Gewicht:
4,5-6 kg
Kleur:
Overheersend wit met zwart
Vachtsoort:
Korte en glanzende vacht
Gem. Leeftijd:
12-14 Jaar

Kenmerken:
- Lange slanke en rechte benen
- Sterke nek
- Oren hebben een natuurlijk vouw
- Kleine neus
- Donkere ogen
- Vrij klein hoofd

Herkomst: De Japanse Terriër is ontstaan in het midden van de 18de eeuw, toen Engelse (en Nederlandse?) zeelieden naar Japan kwamen en hun gladharige Fox Terriërs kruisten met inheemse Japanse honden. Die kruisingen werden als jachthond en als gezelschapshond gebruikt. Buiten Japan, waar het ras in 1930 wordt erkend, komt hij nauwelijks voor.

Algemeen voorkomen: Een kleine, compacte en sierlijke hond met tamelijk lichte botten. De oren zijn hoog aangezet, klein en dun, evenals de staart, die in het land van herkomst gecoupeerd wordt. Maakt een vrij vierkante en racy indruk.

Vacht: De vacht is vrij zacht, fijn, dicht en glanzend. Kleur: wit met zwarte en bruine aftekeningen op het hoofd. Een kleine zwarte vlek op de rug of bij de staart is toegestaan.

Gebruik: Gefokt als gezelschapshond, maar ook prima in staat om te werken, zoals bij voorbeeld het apporteren van wild uit het water.

Gezondheid: Geen ernstige rasgebonden afwijkingen bekend.

Aard: Levendig, lief en soms wat wispelturig.