Ras: Leonberger
Oorsprong: Duitsland
Gehouden als: Gezinshond
Grootte: Reuen 72-80 cm en teven 65-75 cm
Gewicht: 34 - 50 kg
Kleur: Rood bruin of geel-goud kleurig
Vachtsoort: Zacht en stevige vacht die halflang is met een dichte ondervacht
Gem. Leeftijd: 9-11 Jaar
Kenmerken:
- Staart word "half stok" gedragen
- Wijd uitelkaar staande voorbenen
- Oren zijn even breed en lang
- Bruine ogen
- Lichaam is krachtig en gespierd
Herkomst: Duits ras. Genoemd naar de plaats Leonberg in Württemberg, Duitsland. Omstreeks 1860 gefokt uit kruisingen van de Landseer, de Sint Bernard en de Pyreneese Berghond. Grondlegger Heinrich Essig wilde een hond fokken die zou lijken op de leeuw in het stadswapen.
Algemeen voorkomen: Groot, krachtig, gespierd, elegant, goed geproportioneerd.
Vacht: Matig zacht tot grof, vlak liggend, recht of iets golvend. Manen aan borst en hals. Kleur als van een leeuw, goudgeel tot roodbruin met een zwart of donker masker.
Gezondheid: Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en erfelijk bepaalde oogafwijkingen en ondergaan een gedragstest (MAG-test).
Aard: Zelfbewust, rustig, vriendelijk.





