Ras: Lhasa Apso
Andere naam: Apso Seng Kyi
Oorsprong: Tibet en het patronaatland is Engeland.
Gehouden als: Gezinshond
Grootte: 25 cm teefjes vaak iets kleiner
Gewicht: 4-7 kg
Vachtsoort: Lange harde vacht
Gem. Leeftijd: 12-14 Jaar
Rasbeschrijving:
De Lhasa Apso is een zeer aantrekkellijke hond, het is een Tibetaanse
Aristokraat. Hij heeft een lichaam dat ontwikkeld is voor het leven in het ruwe
Himalayagebergte en klimaat maar ook geschikt voor het beklimmen van het
bergachtiggebied. De hoogte en het feit dat Tibet omgeven is door het Himalaya
gebergte, resulteert in een landklimaat met hete zomers en strenge winters en de
nodige zand-en sneeuw stormen. Dit barre klimaat
heeft bij de dieren die er
leven geevolueerd in een dikke huid c.q. een lange dikke beharing met ondervacht
en harde dikke haren. De Lhasa Apso is een behendige hond met een goed bespiert
en compact lichaam, iets gestrekt geschikt om efficient met zijn energie om te
gaan.
De Lhasa Apso werd gefokt door Boedhistische monniken, het ras moest er uitzien
als een leeuw, er zijn geen leeuwen in Tibet maar door de verhalen die de
Tibetanen hoorden vertellen van handelsreizigers die terugkwamen uit Nepal,
Bhutan en India, via de handels routes , kregen de Tibetanen een beeld van een
leeuw in gedachten en zo wilden men dat de Lhasa's er moesten uitzien destijds.
De Lhasa Apso diende de Tibetanen als gezelschapshond en als waakhond, maar ook
als warmtekruik voor de monniken die v.w.g. het Boedhistische geloof in
afzondering moesten voor een bepaalde periode.
De Lhasa Apso heeft een uitermate goed ontwikkeld gehoor wat ze heden ten dage
nog steeds bezitten. Een Lhasa Apso hoort veel eerder een geluid als een andere
hond en als ze denken dat er onraad is zal hij dit meteen melden aan de baas.
Ook worden de Lhasa's beschouwd als reincarnatie van gestorven monniken, dit is
nog steeds zo. De Lhasa Apso heeft een oosters karakter, zoals de Afghaanse
windhond en Saluki, bezit ook de Lhasa Apso deze karakter eigenschappen . De
Tibetaanse bevolking die vele eeuwen geisoleerd leefden (tot ca1900) zijn zelf:
Afstandelijk voor vreemden, trots, vol humor, en zelfs wat arrogant. Zo kan men
de Lhasa Apso ook beschrijven; Afstandelijk voor vreemden, trots, vol humor, en
zelfs wat arrogant. Hieruit kan men de conclusie trekken dat een Lhasa Apso geen
slaafse hond is, hij luister wel erg goed. De Lhasa is soms gecompliceerd maar
heeft een sterk karakter als hij nee zegt dan blijft het nee!
Veel mensen hebben problemen met de vacht omdat de juiste haarstructuur nog maar
bij enkele Lhasa's aanwezig is, de juiste vachtstructuur komt in in bepaalde
foklijnen nog voor, die ze dan ook zorgvuldig in ere houden. Een overvloedige
lange vacht die over de grond een tapijt vormt, waar men de hond bijna niet meer
kan zien,is voor velen een lust voor het oog; maar is dit wel een Lhasa Apso
vacht?

De harde vacht dient de Lhasa Apso te beschermen tegen hevige kou en warmte,maar
ook tegen de enorme hoeveelheid U.V.straling op de grote hoogte van Tibet
(ca.3500m),de Lhasa dient een harde en zware stevige vacht te hebben,men kan het
voelen als men de vacht in de hand neemt en er in knijpt. Het haar voelt en ziet
men als het ware afzonderlijk,bij een wollige vacht is dit niet zo. Ook als de
vacht bespoten is met allerlei producten heeft dit niet hetzelfde effect dan is
de vacht meer plakkerig.
Nee dus, een Lhasa Apso vacht is een harde, stevige en rechte vacht en heeft een
middelmatige ondervacht. Hoe kunnen we zien en voelen wat een goede vacht is ?
Het zien: Bij een typische Lhasa vacht ziet men als het ware de haarstrengen
afzonderlijk, omdat de dichtheid groot is, de diameter van een harde haarstreng
is vele malen groter als die bij een zijde of wollige haarstreng. Dit is ook de
reden waarom een juist deze haarstreng soort zwaar is n.m. de diameter is
groter,dus bevat deze ook meer gewicht(massa). Het Lhasa haar lijkt veel op
mensenhaar. Jonge Lhasa's kunnen een wat minder harde vacht hebben,maar na
anderhalf jaar moet toch duidelijk de goede structuur te zien zijn.
Het voelen: Als men de vacht op de flanken, oren en staart tussen de
vingers neemt en een rollende beweging maakt tussen de vingers moet men
duidelijk de harde strengen voelen. Als men dan de haren loslaat dienen deze
door hun eigen gewicht vrij vlug weer tegen de andere haren aan te vallen. Opent
men de vacht en kijkt tussen de rest van de vacht,dan is te zien of deze heel
dik behaart is en of deze wollig is.
De Kleuren; Goud,zandkleur,honingkleur,donkergrijs,leikleurig,rookkleurig,twee-of
meerkleurig zwart,wit,bruin Alle kleuren gelijkwaardig. Deze lijst van kleuren
spreekt voor zich,vroeger hadden de leeuwkleurige Lhasa's de voorkeur maar dit
is niet meer van toepassing, door op deze kleur te selecteren gingen er go
ede
andere eigenschappen verloren. Er zijn nog maar enkele fokkers die de
goudkleurige Leeuwe kleur hebben, zelf heb ik er nog en daar ben ik dan ook heel
blij mee.
De grootte; Ideale grootte 25,4 schofthoogte voor reuen,teven iets
kleiner.
Deze aanduiding, de ideale hoogte 25,4 cm is een richtlijn, het is ook geen
minimum of maximum. de keurmeesters en fokkers moeten het ideaal zoals in de
standaard staat omschreven nastreven en benaderen. Het totaalbeeld en de balans
bij de Lhasa Apso staat voorop samen met de maat als raspunt.
Wij hopen U met deze uiteenzetting nader geinformeert te hebben over ons
exclusief ras de
" Lhasa Apso "
De eerste rasstandaard dateert van 1934 opgemaakt ten huize van Lady Freda
Valentine bij haar thuis in Greenstreet Londen, Engeland. De FCI heeft deze
overgenomen en aangepast in 1972 (door Engelse up-date) De huidige standaard is
van 1987: FCI Nr.227 C.
Algemene Verschijning: Harmonieus,stevig,zwaar behaard
Karakter: Vrolijk en zelfbewust.
Temperament: Attent,zeker van zichzelf maar wat hooghartig gereserveerd
ten opzichte van vreemden.
Hoofd en schedel: Zwaar behaard hoofd,het haar valt goed over de
ogen,goede snor en baard.Schedel matig smal, achter de
ogen afvallend, niet
geheel vlak,maar ook niet gewelfd of appelvormig. Rechte voorsnuit met matige stop.Zwarte neus. Snuit ongeveer 4cm lang ,maar niet vierkant; lengte van
neuspunt tot stop is ruwweg eenderde van de totale hoofdlengte (van neuspunt tot
achterhoofdsknobbel ).
Ogen: Donker ,middelmatig groot, frontaal geplaatst ,ovaal,noch
groot,evenmin klein en diepliggend.Geen wit tonend onder of boven de iris.
Oren: Hangend,zwaar bevederd.
Gebit: Ondersnijtanden net over bovensnijtanden sluitend(omgekeerd
schaargebit) Snijtanden in een brede en zo recht mogelijke lijn. Compleet gebit
gewenst.
Hals: Sterk en gebogen.
Voorhand: Schouders goed terugliggend, rechte voorbenen, zwaar bekleed
met haar.
Lichaam: Lengte van boeggewricht tot zitbeenknobbel is groter dan de
schofthoogte. Goed geribd, rechte ruglijn, sterke lendenen. Harmonisch
Achterhand: Goed ontwikkeld met goede spieren. Goed gehoekt. Zwaar
bekleed met haar. De spronggewrichten moeten van achter bekenen parallel lopen
en niet te dicht bij elkaar staan.
Voeten: Ronde kattenvoeten met goede voetzolen, goed bevederd.
Gangwerk: Vrij en kwiek.
Staart: Hoog aan
gezet, goed over de rug gedragen, maar niet als een "pot-hook".
Vaak een knik in het eind, goed bevederd.
Vacht: Lange bovenvacht, zwaar, recht en hard, noch wollig, noch
zijde-achtig. Middelmatige ondervacht.
Kleur: Goud, zandkleur, honingkleur, donkergrijs, leikleurig,
rookkleurig, twee-of meerkleurig, zwart, wit, bruin. Alle kleuren gelijkwaardig.
Grootte: Ideale grootte 10 inches(25,4cm) schofthoogte voor reuen, teven
iets kleiner.
Fouten: Iedere afwijking van de voorgaande punten moet als foutief worden
beschouwd; de mate waarin de fout moet worden aangerekend, moet in juiste
verhouding staan tot de ernst van de fout.
(informatie bron El Minja's)





