Ras: Manchester Terriër
Andere naam: Black and tan Terriër
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Rattenvanger en gezinshond
Grootte: Reuen 40-41 cm en teven 38 cm
Gewicht: 5-10 kg
Kleur: Black and tan
Vachtsoort: Glad, kort en glanzend
Gem. Leeftijd: 13-14 Jaar
Kenmerken:
- V-vormige oren
- rechte ne lange voorbenen
- Kort lichaam
- Wigvormige snuit
- Kleine en donkere ogen
Herkomst: Rond 1870 één van de populairste rassen van Engeland. Zij werden gebruikt als rattendoders in wedstrijdverband (zgn. 'ratkilling'), waarbij weddenschappen werden afgesloten. Na het afschaffen van deze sport en het verbod op het couperen van oren, ging de populariteit snel achteruit en stierf het ras bijna uit. Na de Tweede Wereldoorlog weer bescheiden teruggekomen als huishond.
Algemeen voorkomen: Compacte, sierlijke hond met stevig benen. Elegant dankzij een behoorlijk lange, licht gebogen hals. Typerend zijn de kleine, V-vormige knoporen, die boven de schedel worden gedragen. Maakt een bedrijvige indruk.
Vacht: De vacht is dicht, kort, glad, glanzend en stevig van structuur. Kleur: een in de rasstandaard uitvoerig beschreven verdeling van gitzwart en rijk mahoniebruin (tan). Zwart en bruin mogen zich niet mengen en de scheiding tussen de kleuren moet scherp zijn.
Gebruik: Vroeger rattendoder, nu goed gezelschap voor de baas en zijn gezin, zowel in de stad als op het platteland.
Gezondheid: Er zijn in dit ras gevallen bekend van de Willebrandsziekte (Von Willebrand's Disease; een stoornis in de bloedstolling).
Aard: Vrolijk, bedrijvig, oplettend en scherpzinnig. Soms wat eigenzinnig en geen allemansvriend.
Bijzonderheden: Vergt door zijn korte beharing weinig onderhoud en staat bekend als een zindelijke hond.





