Ras: Mastin de Los Pirine
Oorsprong: Spanje
Gehouden als: Waak en gezelschapshond
Grootte: 71 - 80 cm
Gewicht: 55 - 75 cm
Kleur: Wit-zwart en wit/licht/geel bruin
Vachtsoort: Dichte dikke en stugge vacht
Gem. Leeftijd: 9-11 Jaar
Kenmerken:
- Groot en lang hoofd
- Sterke en soepele nek
- Tenen zijn goed gebogen
- Hangende oren
Herkomst: Zeer oud Spaans ras, beschermer van de kudde. Is nauw verwant met de Mastin Español en de Pyrenese Berghond.
Algemeen voorkomen: Grote, majestueuze hond met een statige houding en krachtige beweging.
Vacht: Zwaar, dik, maar niet lang; zacht, maar niet wollig. De grondkleur is wit, met grijs-, zwart-, geel- of roodbruine platen op het hoofd, rond het oog, op de wangen alsmede op het kruis, bij de staartaanzet.
Gebruik: Beschermde de kudde, meestal schapen, tegen aanvallen van wolven en beren. Wordt tegenwoordig als huishond gehouden.
Gezondheid: Afgezien van heupdysplasie zijn er geen ernstige rasspecifieke gezondheidsproblemen bekend. Net als bij veel grotere dogachtigen dient men bedacht te zijn op het optreden van maagtorsie.
Aard: Heeft een aangeboren bewakingsdrift. Heeft ruime bewegingsmogelijkheden nodig.
Bijzonderheden: De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten, vooral tijdens de verharing. De nagels moet kort worden gehouden, waarbij die aan de Hubertusklauwen niet vergeten mogen worden.





