Ras: Mastin Espanol
Oorsprong: Spanje
Gehouden als: Waak en gezinshond
Grootte: Reuen min. 78 cm en teven min. 74 cm
Gewicht: 55-70 kg
Kleur: Rood, geel, roodbruin, zwart, gestroomd of gevlekt
Vachtsoort: Fijn dik en zacht met zeer veel ondervacht
Gem. Leeftijd: 9-11 Jaar
Bijzonderheden: Deze honden schijnen veel te kwijlen
Geschiedenis: Over de oorsprong van dit ras lopen de meningen nogal
uiteen. Volgens sommigen is de Mastin een autochtoon Spaans ras, anderen beweren
dat, gezien de gelijkenis met de Tibetaanse Mastiff en de Turkse Anatolian, de
Mastin al voor de romeinse tijd door de Phoeniciërs op het Iberisch schiereiland
is geïntroduceerd.Tot voor kort werd de Mastin in Spanje uitsluitend gefokt als
werkhond. Zijn taak was en is, mensen en dieren van de schaapskudden verwijderd
te houden.De belangrijkste
tegenstander van de Mastin is altijd de wolf geweest
en deze komt in Noord Spanje nog altijd veelvuldig voor.
De oprukkende industrialisatie en het in cultuur brengen van het nog ongerepte
land vormen echter een steeds groter wordende bedreiging voor zowel de wolf als
de Mastin. Nu de noodzaak, daartoe verdwijnt, doen de Spaanse herders nagenoeg
geen moeite meer het ras zuiver te houden. Nu al kan men in Spanje duizenden
honden tegenkomen met Mastinbloed, waarbij absoluut geen sprake is van een
volbloed Mastin. Binnen een beperkt aantal jaren, zou dan ook de Mastin net als
zijn historische opponent de wolf, in Spanje uitsterven.Gelukkig zijn er een
aantal mensen die zich het lot van zowel de Mastin als de wolf hebben
aangetrokken en die zich de nodige moeite hebben getroost, het voortbestaan van
beide dieren veilig te stellen. Een beperkt aantal fokkers in Spanje is de
laatste 10 A 20 jaar al bezig een raszuivere Mastin te fokken om zodoende het
ras te bewaren en waar mogelijk te verbeteren. Aan het eind van de zeventiger
jaren is zelfs een rasvereniging opgericht die zeer actief bezig is. Meer
info...
Algemeen: Sommigen beschouwen hem als een origineel oud Spaans ras. Zijn
taak was de lammeren en schapen te beschermen tegen wolven en dieven.
Algemeen voorkomen: Grote, krachtige hond met veel massa, licht gestrekte
bouw, met goede bewegingsmogelijkheden. Breed, mastiffachtig hoofd, brede
voorsnuit die naar de neus toe licht versmalt, met goed ontwikkelde lippen, die
echter nooit overdreven ontwikkeld mogen zijn. Open mondhoeken is niet gewenst.
Zeer gewenst is een goed ontwikkelde plooivorm die vanuit de ooghoek langs het
hoofd verloopt en in de rijk ontwikkelde keelhuid overgaat. Zwaar bone en een
goed ontwikkeld lichaam.
Gewicht: Reuen: 80 kg.
Teven: 65 kg.
Beharing en kleur: Middellang stevig dekhaar met overvloedige onderwol.
Het haar over de rug en op de staart is langer dan aan de zijkanten van het
lichaam.
Kleur: Blond met nuances naar rood, wolfsgrauw, zwart, black and tan en
gestroomd. Witte aftekeningen aan de voeten, benen, staartpunt en voorsnuit is
toegestaan.
Geheel witte honden is niet gewenst.
Karakter: Zachtmoedig, intelligent, maar wantrouwend tegen vreemden.
Hangt sterk aan eigen familie
Gebruik: Uitstekend als waakhond op eigen hof, maar ook als huishond. Hij
is niet een drukke hond.
Gezondheid: Voorkomende erfelijke gebreken is heupdysplasie.
De vacht vereist een regelmatige kam en borstelbeurt,
Vooral als de hond gaat verharen moet men de onderwol zo spoedig mogelijk
verwijderen.

Eind jaren 50 was het aantal Mastins in Spanje sterk gereduceerd.
Het ras had zijn flinctie als bewaker en verdediger van de schapen en geiten
verloren. Enkele grote liefhebbers van het ras hebben de originele Mastins samen
gebracht en met een goed fokbeleid het ras behoed van de ondergang,
Naam: Mastin Español ook wel genoemd: Mastin Leonés (van Leon) Mastin
Extremo (van Extremdura) Mastin Manchego (van La Mancha)
Verspreiding: Heel Spanje, speciaal de bergen en dalen van de provincies
Asturia, Léon, Kantabria, Extremadura en in het algemeen alle bergweiden en
gebieden waar het kuddematig houden van schapen bedreven wordt. Met uitzondering
van de Pyreneeën van Aragon en Navarra en het gebied van de Monegros, waar de
Mastin de los Pyreneos voorkomt.
Uiterlijk en aard: De Mastin Español is een grote, zware, gelijkmatig
gebouwde hond met harmonische proporties. Zeer sterk en gespierd, met een
krachtig beendergestel, een grote kop en halflange beharing. Over het algemeen
zachtmoedig van aard, maar wantrouwend tegenover vreemden, zowel mensen als
dieren, speciaal als hij terreinen, huizen of vee moet bewaken en verdedigen.
Zijn blaffen klinkt rauw, zwaar en diep; door zijn kracht tot in de verre omtrek
te horen. Het is een intelligente en gelijk mooie hond, zijn uitdrukking toont
beide eigenschappen. In zijn gedragingen komt hij als een bijzonder
zelfverzekerde hond over. Hij gebruikt zijn krachten gedoseerd omdat hij zich
van zijn enorm kracht bewust is.
Schouderhoogte: Naar boven onbegrensd, waarbij grotere exemplaren, mits
van harmonische proporties, worden geprefereerd. Hoogte: reuen 77 cm, teven 72
cm. Een duidelijke overschrijding van de minimum hoogte moet worden nagestreefd,
zo dat reuen hoger zijn dan 80 cm en teven hoger dan 75 cm.
Gestalte: Niet geheel vierkant, zodat de lengte van het lichaam de
schofthoogte overtreft. Evenredigheid en functionele harmonie in stand en
beweging is het doel waarnaar gestreefd wordt.
Gebruik: Bewaken en verdedigen. Met te schuwe of onevenwichtige honden
dient niet gefokt te worden. Het ras is nauw verbonden met het kuddematig houden
van schapen, speciaal het Merino-ras. Reeds in de middeleeuwen begeleidde de
Mastin de kuddes en beschermde deze tegen wolven en andere roofdieren, zowel op
trek als bij het weiden. In zijn historische functie begeleidt de Mastin ook nu
nog op deze wijze de schapen. Daarbij is zijn taak uitgebreid met het bewaken en
verdedigen van huis en haard, personen, vee en landerijen.
Kop: Groot en s
terk; in de vorm van een stompe piramide met een brede
basis. De lengteverhouding schedel : vang is 6 : 4. Van bovenaf gezien is de
totaalaanblik van de schedel en vang. rechthoekig en gelijkmatig, zonder een te
sterk inspringen bij de overgang van de vang naar de slapen. De lijn van vang en
schedel dient matig oplopend te zijn.
Schedel: Breed, krachtig, en profil gezien wat gewelfd, eerder breed dan
lang, goed zichtbaar achterhoofdbeen, licht, niet duidelijk benadrukt.
Stop: Licht, weinig geaccentueerd.
Vang: En profil gezien recht. Van achteren gezien bijna rechthoekig, naar
de neus toe geleidelijk smaller wordend, doch met duidelijke breedte, in geen
geval spits toelopend.
Neus: Zwart, vochtig, groot en breed.
Lippen: De onderlippen worden goed door de bovenlippen bedekt. De
onderlippen hebben duidelijke slijmvliezen, alsook de mondhoeken. De
slijmvliezen moeten zwart zijn.
Tanden: Wit, sterk en gezond. Grote spitse hoektanden, sterke machtige
kiezen; de snijtanden eerder klein. Alle premolaren aanwezig.
Ogen: In verhouding met de schedel klein, amandelvormig, van donkerbruin
tot hazelnootkleurig. Opmerkzame, zachte, intelligente blik, zeer waakzaan
tegenover vreemden.
Oogleden: Dik, zwart pigment. Het onderste ooglid laat wat slijmvlies
zien.
Oren: Middelgroot, driehoekig, gladharig, hangend. Boven de ooglijn
aangezet. In rust hangend en tegen de wangen aanliggend. zonder teveel tegen de
schedel te rusten. Bij opwinding van het gezicht afstaand, in het achterste,
derde deel van boven, deels opgericht. Niet gecoupeerd.
Gehemelte: Zwart, met duidelijke ribben.
Hals: In de vorm van een stompe kegel; breed, krachtig, goed gespierd,
wendbaar. Dikke losse huid. Goed ontwikkelde dubbele keelwammen.
Romp: Rechthoekig, sterk en robuust, toont de enorme kracht, maar is
wendbaar en beweeglijk.
Rug: Sterk, goed gespierd ' Ribben met aanzienlijke tussenruimten, goed
gewelfd, niet vlak. De verhouding met de schouder hoogte is 3 : 4. Lendenen
breed en krachtig, naar de flanken toe smaller toelopend.
Kruis: Breed en sterk. Ongeveer 45° hellend ten opzichte van de ruglijn en
de horizontale bodemlijn. Hoogte gelijk aan de schouderhoogte.
Ruglijn: Recht en horizontaal, ook in beweging.

Borst: Breed en diep, goed gespierd, imposant. Geprononceerd borstbeen.
Buik en flanken: buik weinig opgetrokken. Lendenen af lopend. Brede flanken.
Staart: Bij de aanzet zeer dik, mag niet te hoog of te laag zijn aangezet.
De staart is sterk en buigzaam met een langere beharing dan de rest van het
lichaam. In rust laag gedragen, raakt deze licht het spronggewricht, buigt in
het laatste gedeelte vaak om. In beweging en bij opwinding draagt de hond hem
meestal omhoog, sabelvormig en aan het einde gedraaid, maar niet helemaal
gebogen of over het kruis heen.
Voorhand: Absoluut loodrecht. Van voren recht en parallel. De onderarm is
drie maal zo lang als de middenhand. Sterke botten met krachtige middenhand.
Schouders: Schuin, zeer goed gespierd, langer dan de onderarm Hoek
schouderblad / bovenarm: ongeveer 100'. Hoek bovenarm / onderarm: ongeveer 125'.
Middenhand: Van de zijkant gezien nauwelijks gebogen, overlopend in de
onderarm met krachtige botten.
Onderarm: Sterk, met rechte botten, van de elleboog mooi overlopend in de
borst.
Voeten: Tenen als bij een kat, nauw staand. Sterke teenkoten, hoog en
goed gebogen. Nagels en voetzoolballen robuust en hard.
Bovenbeen: Sterk en goed gespierd.
Hoek bekken / bovenbeen: ongeveer 100°
Onderbeen: Lange loopbotten, goed gespierd met sterke botten. Hoek
bovenbeen / onderbeen: ongeveer 120°
Spronggewricht: Geprononceerd met goed zichtbare pezen. Hoek in het
spronggewricht: ongeveer 130°
ntwikkelde beharing tussen de tenen.
Achterhand: Krachtig, goed gespierd. Van de zijkant gezien met redelijke
hoeken. Van voren en en profil gezien loodrecht. Spronggewricht recht. Dit moet
de hond een lichtvoetige elegante gang geven.
Voeten: Als van een kat, bijna ovaal, net enkele of dubbele wolfsklauwen
die geamputeerd mogen worden.

Beweging: Hoofdzakelijk in draf krachtig, recht en harmonisch. Geen
telgang.
Huid: Elastisch, dik, rijkelijk roze met donkere pigmentering. Alle
slijmvliezen zwart.
Beharing: Dicht, grof, glad over het gehele lichaam tot de tenen. Men
onderscheidt twee haarsoorten: ten eerste het dekhaar op de rug, ten tweede het
haar dat de ribbenpartij en de flanken beschermt. Korter aan de ledematen,
langer en zijdeachtiger aan de staart.
Kleuren: Verschillend, waarbij éénkleurigheid geel, leeuwenkleur, rood,
zwart, wolfsgrauw en reebruin de voorkeur heeft. Ook gecombineerde kleuren zoals
gestroomd, met witte halskraag en gevlekt zijn toegestaan.
( Informatie bron NMMC )





