U bevindt zich hier: N Norfolk Terriër

Ras: Norfolk Terriër
Oorsprong:
Groot-Brittannië
Gehouden als:
Gezelschapshond
Grootte:
Ideale schofthoogte 25-26 cm (10 inches)
Gewicht:
5-5,5 kg
Kleur:
Rood, balck and tan, grizzle en tarwe kleurig
Vachtsoort:
Harde rechte en draadachtige vacht
Gem. Leeftijd:
14 Jaar

Nieuwe pagina 1

Herkomst: De naamsoorsprong ligt in het gelijknamige graafschap (Engeland), maar zijn geschiedenis ligt in Cambridge, waar ze rond 1870 voornamelijk door studenten werden gekocht. Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog maakte het ras moeilijke tijden door. De Norfolk Terriër (hangend oor) en de Norwich Terriër (staand oor) behoorden tot de jaren zestig van de vorige eeuw tot één en hetzelfde ras.

Algemeen voorkomen: Kleine, lage, alerte hond. Compact, sterk en met stevige botten. De rug is kort, de snuit wigvormig, krachtig en met sterke kaken. Maakt een onbevreesde indruk; de rasstandaard noemt hem een 'duiveltje' voor zijn afmetingen. Het relatief korte staartje wordt zwierig gedragen.

De Standaard:
De Norfolk is de kleinste kortbenige terriër met een schouderhoogte van ongeveer 26 cm en weegt gemiddeld zo’n 5 kilo. Het is een compacte, vierkante hond die beslist geen lange indruk mag geven. Hij heeft een korte, sterke rug en zware botten. (zie tekening) Het hoofd is breed van schedel met een korte, brede neusrug en een scharend gebit met grote tanden en kiezen. De oren worden hangend gedragen en de ogen zijn ovaal gevormd, donker van kleur met een alerte uitdrukking. De staart is hoog aangezet en wordt rechtop gedragen. Het gangwerk is krachtig en soepel. Mits u ze natuurlijk goed verzorgd, kunnen ze best oud worden. Leeftijden van 13 en 14 jaar en zelfs ouder zijn geen uitzondering!

Vacht, onderhoud en voeding: De vacht is hard en draadharig en komt voor in alle kleuren rood, tarwe en black and tan. Vergeleken met andere rassen heeft de Norfolk een makkelijke vacht. Behalve een regelmatige borstelbeurt hebben ze eigenlijk niet veel meer verzorging nodig en ze zullen dan niet verharen. Afhankelijk van de vachtkwaliteit moeten ze wel 2 á 3 keer per jaar geplukt worden. Een goede trimmer is daarvoor de aangewezen persoon maar met wat geduld en doorzetting kan iedereen het plukken ook zelf leren.
De voeding levert eigenlijk nooit problemen op. Vlees met brood en groenten of complete hondenmaaltijden, de Norfolk neemt overal genoegen mee. Wel moet u oppassen dat u hem niet te veel eten geeft, eten willen ze wel ieder moment van de dag en ze kunnen gemakkelijk dik worden.

Kenmerken: Een van de kleinste Terriërs, een "duiveltje" voor zijn afmetingen. Beminnelijk van aard, niet twistziek, sterk gestel.

Aard: Oplettend en onbevreesd.
Hoofd en schedel: Brede schedel, slechts licht gerond, met goede ruimte tussen de oren. Snuit wigvormig en krachtig, lengte van de snuit ongeveer een derde korter dan de lengte van de punt van de achterhoofdsknobbel tot de onderkant van de goed duidelijke stop.

Ogen: Ovaal van vorm, diepliggend, donkerbruin, of zwart. Oplettende uitdrukking, vurig en intelligent.

Oren: Middelgroot, V-vormig, licht gerond aan de punten, dicht tegen de wangen naar voren vallend.

Mond: Lippen strak gesloten, sterke kaken, krachtige, tamelijk grote tanden; perfect, regelmatig schaargebit, d.w.z. de boventanden sluiten nauw over de ondertanden en staan recht in de kaken.
Hals : Sterk en van middelmatige lengte.
Voorhand: Droge, goed achterwaarts geplaatste schouderbladen, ongeveer even lang als de bovenarmen. Voorbenen kort, sterk en recht.

Lichaam: Compact, korte rug, rechte bovenbelijning, goed gebogen ribben..

Achterhand: Goed gespierd, goed gehoekte kniegewrichten, sprongen goed laag en van achteren gezien recht, grote stuwkracht.

Voeten: Rond met dikke voetzolen.

Staart: Staart van middelmatige lengte om de hond algemeen evenwicht te geven, dik aan de wortel en naar de punt toelopend, zo recht mogelijk en vrolijk, maar niet overdreven gedragen..

Gangwerk/beweging: Recht, laag, stuwend. Vanuit de schouder recht naar voren bewegend. Goede hoeking van de achterbenen geeft veel stuwkracht te zien. Achterbenen volgen de sporen van de voorbenen, soepel bewegend vanuit de heupen. Goed buigend bij kniegewrichten en sprongen. Bovenbelijning blijft horizontaal.
Kleur: Alle tinten rood, tarwekleurig, zwart met roestbruin (black and tan) of grauw (grizzle). Witte aftekeningen of vlekken ongewenst maar toegestaan.

Fouten: Iedere afwijking van bovenstaande punten moet als fout worden aangemerkt en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.

N.B.: Reuen meten twee duidelijk normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

( Informatie bron N.T.C.N )