Ras: Old English Sheepdog
Andere naam: Bobtail
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Herders en gezinshond
Grootte: Reuen min. 60 cm en teven min. 56 cm
Gewicht: 29,5-30,5 kg
Kleur: Blauw, grauw of grijs
Vachtsoort: Weelderig, ruig, hard en lang met een waterdichte ondervacht
Gem. Leeftijd: 12-13 Jaar
Rasstandaard van de Old English Sheepdog (Bobtail)
Herkomst : Dit ras, ook wel Bobtail genaamd, is afkomstig uit het zuidwesten
van Engeland. Vermoedelijk is het ontstaan uit kruisingen met de Russische
Owcharki en de Poolse Owczarek Nizinny. De Old English Sheepdog is voor
uitsterven behoed omdat hij ontdekt werd als showhond.
Algemeen voorkomen : Een sterke, vierkant tonende hond van grote
evenredigheid en algehele soundness. Volkomen vrij van hoogbenigheid, geheel
overvloedig behaard.
Een stevig bespierde, goed ontwikkelde hond met een zeer schrandere uitdrukking.
De natuurlijke contouren horen niet kunstmatig veranderd te worden door knippen
of scheren.
Kenmerken: Een hond met een groot uithoudingsvermogen. De ruglijn loopt
gedeeltelijk op. Van boven bezien toont het lichaam peervormig. Hij heeft een
typische rollende gang bij de telgang of stap. De blaf heeft een kenmerkende
klank.
Temperament
Een gezeglijke hond met een gelijkmatig karakter. Onverschrokken, trouw en
betrouwbaar, zonder een spoor van zenuwachtigheid of niet uitgelokte
agressiviteit.
Hoofd en Schedel: Het hoofd is in goede verhouding tot de maat van het
lichaam. De schedel is ruim, nogal vierkant, goed gewelfd boven de ogen, met een
duidelijke stop. De voorsnuit is sterk vierkant en afgeknot, ongeveer half zo
lang als het gehele hoofd. De neus is groot en zwart, de neusvleugels ruim.
Ogen: De ogen staan ruim uit elkaar. De ogen zijn donker of "walleyed" ( 1
bruin, 1 blauw ). Twee blauwe ogen zijn aanvaardbaar. Lichte ogen zijn
onwenselijk. Pigmentatie van de oogranden is gewenst.
Oren: De oren zijn klein en worden plat tegen het hoofd gedragen.
Mond: De tanden zijn sterk, groot en regelmatig geplaatst. Sterke kaken, met
een volmaakt, regelmatig en volledig schaargebit, te weten de
boventanden nauw
sluitend over de ondertanden en recht op de kaak geplaatst. Een tanggebit is
aanvaardbaar, doch onwenselijk.
Hals: De hals is tamelijk lang, sterk, en sierlijk gebogen.
Voorhand
De voorbenen zijn volmaakt recht, de beenderen zwaar, zij tillen het lichaam
goed van de grond. De ellebogen sluiten goed aan langs de ribben. De schouders
horen goed schuin te liggen en zijn nauwer bij de schoft dan bij de
schouderpunten. Beladen schouders zijn onwenselijk. De hond staat lager bij de
schoft dan bij de lendenen.
Lichaam: Het lichaam is tamelijk kort en gedrongen, de ribben goed gewelfd,
de borstkas diep en ruim.
Achterhand: De lendenen zijn zeer sterk, breed en licht gebogen, de eerste
dij is dicht behaard, rond en gespierd, de tweede dij is lang en goed
ontwikkeld, het kniegewricht is goed gebogen, de hak is laag. Van achteren
bezien moeten de hakken recht staan, de voeten noch naar binnen, noch naar
buiten gedraaid.
Voeten: De voeten zijn klein, rond en stevig, de tenen goed gebogen, de
zolen dik en hard. De wolfsklauwen behoren verwijderd te zijn.
Staart: De staart is gewoonlijk volledig gecoupeerd.( sinds mei 2001 niet
meer van toepassing, in Nederland is na deze datum een coupeerverbod ingegaan)
Beweging: Van achteren bezien, toont de hond bij het gaan een rollende
beweging, als van een beer. Bij het draven strekt hij moeiteloos uit en heeft
hij een sterk stuwende achterhand, terwijl de poten recht in de lijn van de
voortbeweging gaan. Hij beweegt zeer soepel in galop. Bij lage snelheid gaan
sommige honden in telgang. Bij het gaan wordt het hoofd soms van nature lager
gedragen.
Vacht: De vacht is overvloedig en van een goede, harde structuur, niet glad,
maar ruig en vrij van krul. De ondervacht vormt een waterdichte laag. Hoofd en
schedel zijn goed bedekt met haar, de oren zijn matig behaard, de hals is goed
behaard, de voorpoten zijn rondom goed behaard, de achterhand is zwaarder
behaard dan de rest van het lichaam. De kwaliteit en structuur van de vacht zijn
belangrijker dan alleen de lengte.
Kleur: Iedere tint grijs, grauw of blauw. Lichaam en achterhand
aaneengesloten van kleur, met of zonder witte sokken. Witte vlekken in het
gekleurde gebied zijn ongewenst. Hoofd, nek, voorhand en onderbuik zijn wit, met
of zonder aftekening. Iedere tint bruin is ongewenst.
Formaat: 61 centimeter en groter voor de reuen, 56 centimeter en groter voor
de teven. Type en evenredigheid zijn van het grootste belang en mogen in geen
geval worden opgeofferd aan het formaat alleen.
Fouten: Iedere afwijking van de hiervoor genoemde punten dient als fout te
worden aangerekend en de ernst waarmee de fout moet worden aangerekend hoort
evenredig te zijn met de mate waarin de fout zich toont.
( Informatie bron OESCN )





