Ras: Oost-Siberische Laika
Andere naam: Vostotchno-Sibirskaia Laika
Oorsprong: Rusland
Gehouden als: Jacht en gezelschapshond
Grootte: 56-64 cm
Gewicht: 18-23 kg
Kleur: Grijs, wit, zwart, bruin/rood en wit/zwart
Vachtsoort: Middelkorte dichte bovenvacht met een waterdichte ondervacht
Gem. Leeftijd: 10-12 Jaar
Historie:
De naam Laika is geen rasaanduiding, maar komt
van het Russische woord 'lájatj', dat blaffen betekent. Hiermee wordt het type
honden bedoeld die sinds de oertijd met de mens samenleven en die door verschil
in gebruik en geologische ligging van uiterlijk verschillen. Zij liggen aan de
oorsprong van vele huidige noordse rassen. RASINDELING Alles wijst erop, dat het
bij noordse honden moeilijk is een concrete rasindeling te maken, omdat de
autochtone typen zich vaak nog in 'natuurlijke' toestand bevinden en de erkende
rassen alle relatief sinds korte tijd erkend zijn. De Duitse kynoloog Richard
Strebel, die in Rusland de gelegenheid had om schedelmateriaal te bestuderen,
deelde begin deze eeuw de poolhonden in twee groepen in: Canis familiaris
Palustris (Rütimvorm) (kleinere Keeshondachtigen); Canis familiaris Inostranzewi
(Anutschin-vorm) (grotere Laika, Wolfachtige honden). De Laiki (meervoud van
Laika) deelt hij in bij de tweede groep, en ze zijn volgens hem een
overgangsvorm tussen
Keeshonden en Doggen.
Prof. N. Smirnoff onderscheidde twee groepen honden: 1. Honden die van de wolf
afstammen 2. Honden die van de jakhals afstammen.
De Laiki rekent hij tot de eerste groep als bestaande uit trekhonden en
jachthonden op groot wild. De huidige indeling van de Laika-rassen is
vastgesteld op het Allunion kongres te Moskou in 1947 (Hauck en Strebel). Ieder
gebied had namelijk zijn eigen Laika-ras, maar vaak verschilden deze niet veel
in uiterlijk en gebruik. Men heeft toen de circa 27 verschillende Laika-typen
ingedeeld in 6 rassen. West Siberische Laika: gebruikshond: jacht-, waak-,
sledehond. In de oorlog gebruikt als rode kruishond en als mijnenzoeker.
Russisch Europese Laika: jachthond. Uiterlijk lijkt deze op Karelische
Berenhond; iets kleiner. Zwart-wit van kleur.
Oost Siberische Laika: ras in opbouw, nog niet uniform. Gebruikshond:
jacht-, waak-, sledehond. Zwaarder van bouw dan de West Siberische Laika en vaak
donker van kleur.
Karelo-Finse Laika: jachthond op kleine dieren en vogels, uiterlijk en
gebruik komt sterk overeen met dat van de Finse Spits.
Jezdoraja Laika: een zwaar gebouwde, vaak als vrachtsledehond (NoordoostSiberië)
gebruikt. Zeer verschillend van uiterlijk.
Nenezker Laika: herdershond bij de rendierkuddes en hulp bij de jacht;
van oorsprong Samojeden-Laika. Kleur wit. zwart. zwart-wit. Van deze 6 rassen
zijn er momenteel 3 door de FCI erkend, te weten: De West Siberische Laika, de
Russisch Europese Laika en de Oost Siberische Laika. Deze drie rassen plaatst
men bij de jachthonden, maar er wordt telkens weer benadrukt dat een sterke
scheiding tussen jacht- en sledehond niet mogelijk is en deze honden in meerdere
funkties inzetbaar moeten kunnen zijn.
Typen:
De in het land van oorsprong meest verspreide Laika is de West Siberische Laika.
Dit heeft hij onder andere te danken aan zijn sterke constitutie en bijna
universele bruikbaarheid. Zijn thuisgebied omvat de Noord-Oeral en West-Siberië.
Echter, ook buiten deze gebieden zijn ze goed vertegenwoordigd. De huidige West
Siberische Laiki zijn ontstaan uit twee typen die men in meer of mindere mate in
de huidige hond nog kan terugvinden. Dit zijn de Mansijskaja (Mansijsker) Laika
(ook Vogulskaja Laika genaamd) en de Chantejskaja (Chanteischen) Laika (ook wel
Ostjazker Laika genaamd). In de Oeral ontstond een nieuw type door vermenging
van de Mansijskaja Laika, de Chantejskaja Laika en de Zyrjanische
Laika. Later werd hieruit door F.F. Krestnikov de Russisch Europese Laika
gefokt. De twee typen tonen veel overeenkomst qua afmeting, kleur en gebruik. De
Mansijskaja Laika was echter lichter gebouwd. Hij had een weinig uitgesproken
stop, smaller hoofd, langere snuit en was minder in vacht; de halskraag ontbrak.
De Chantejskaja Laika was zwaarder van bouw. Hij had een bredere schedel, ietwat
stop, kortere snuit en was rijker behaard met een goed ontwikkelde halskraag. De
huidige West Siberische Laiki zijn een mengeling van deze typen, waarbij men
vaak in meer of mindere mate een uitgangstype herkent. De hoogte is 52~60 cm. in
Siberië kan dit hoger zijn: 58-64 cm. De jagers zijn van mening dat het klimaat
en de jacht in Siberië sterkere, grotere honden vereist. Daarbij was men ook van
mening dat, gezien de aanwezige variatie in hoogte, men goede exemplaren niet
van de fok moest uitsluiten vanwege hun hoogte. In het verleden was dit tot 69
cm. In 1979 werd op het Allunion besloten de hoogte op 62 cm te stellen. Veel
invloed had dit echter niet.
Beschrijving:
De West Siberische Laika is een robuuste, droge hond; in het algemeen iets
langer dan hoog, hoewel de reuen bijna kwa- dratisch zijn. Ze hebben een droog,
lang, wigvormig hoofd. De kleuren zijn wit, grijs, rood, wolfsgrijs in alle
schakeringen en
bruin. Zwart, zwart gevlekt en lichtrood komt voor, maar is niet
geliefd. De aftekening is niet van belang; de hond kan symmetrisch of gevlekt
zijn. De kleur van de neus is zwart en mag bij witte en rood~witte honden bruin
zijn. Het hele type is goed in verhouding en straalt snelheid en levendigheid
uit. Het karakter is evenwichtig en zeer aanhankelijk. Hij is bijzonder
voorzichtig in de omgang met kinderen, en vriendelijk en sociaal in de omgang
met volwassenen; hoewel hij, als de nood aan de man komt, een goede waker en
beschermer is. Hij is sociaal ten opzichte van andere honden; hij zoekt een
conflict niet op, maar indien aangevallen zal hij niet wijken. Daar de Laika
zeer dicht bij de natuur staat heeft hij een sterk roedelinstinkt en natuurlijk
gedrag.
Aanleg:
oor de strenge natuurlijke selektie in het land van oorsprong, het is geen
uitzondering dat pups geboren worden bij -20' C. Er is geen menselijk ingrijpen;
is een pup niet sterk genoeg of kan een teef haar pups niet verzorgen, zullen de
pups niet overleven. Dit is een harde methode. maar heeft wel het ras gezond
gehouden. Raskwaaltjes zijn niet bekend. Hij is sober, heeft geen
voedingsproblemen. Omschakelen van geïmporteerde honden op een goed
uitgebalanceerde voeding gaf geen enkel probleem. Van een goed kwaliteitsvoer
heeft hij slechts zeer weinig nodig. Bij grote inspanning, bijvoorbeeld
sledehondenwerk, kan men omschakelen op een voer met een verhoogde
energiewaarde.
Mensenhond:
Belangrijk is dat men met hem bezig is. Als de West Siberische Laika buitenshuis
zijn energie kwijt kan, is hij binnenshuis zeer prettig en rustig. Wat ook
belangrijk voor hem is, is gezelschap. Dit kunnen honden zijn, maar menselijk
gezelschap mag zeker niet ontbreken. Want meer dan andere noordse honden is de
Laika een mensenhond, dat wil zeggen minder eigenzinnig, zeer aanhankelijk en
gericht op zijn mensen.
De West Siberische Laika wordt gemiddeld 15 jaar oud. Hij past zich gemakkelijk
aan verschillende klimatologische om-standigheden aan. Extreme koude zowel als
warmte worden door de Laika zeer goed verdragen. Zijn rijke beharing wisselt
tweemaal per jaar. De honden verharen sterk in deze periode. De vacht heeft als
voordeel, dat hij niet stinkt en vuilafstotend is. In het algemeen zwemmen ze
graag en hebben ze een groot uithoudingsvermogen.
Geschiedenis:
Sinds mensenheugenis is de Laika een hond die als trekdier, jager en waker
samenleeft en samenwerkt met de mens. Opgravingen uit het stenen tijdperk door
de geoloog Inostranzewi van botresten duiden al op Laiki-typen honden. Deze
honden werden op reizen door de Vikingen meegenomen en verspreidden zich zo over
Noord-Europa. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de overeenkomsten tussen
Laiki en de Scandinavische rassen. In het oosten gebeurde dit via de
Beringstraat richting Alaska. De Laika nam voor de bevolking een belangrijke
plaats in. Zonder trek- en jachthonden kan men onder de barre omstandigheden
niet overleven. Er is weinig bekend over de ontwikkelingsgeschiedenis. Het was
een helper van eenvoudige nomaden. Stambomen werden niet bijgehouden. Het ras
ontstond door gebruik. De geschiedenis bestaat uit opgravingen en overleveringen
van bezoekers die middels verhalen aangaven wat voor type honden men aantrof
(dit wisselde naar gebruik), welke taak zij hadden en welk belang zij hadden
voor de bevolking. Er zijn verhalen bekend, dat in arme tijden de huisvrouw haar
melk verdeelde onder de pups en haar kinderen.
Ontwikkeling:
Vanaf de jaren twintig van onze eeuw vindt er op hoog nivo professionele fok
plaats in Svendosk. Een belangrijke stamvader is Grozniej, geboren in 1930.
Bloed van Grozniej is door zijn kleinzonen Taeznic (kennel Mooie Ster), Nokai (Ivanickova)
en Moeks (Oeral oorlog en jachtkompagnie) terug te vinden in vele lijnen van de
huidige West Siberische Laika. Later werd ook de Moskou-fokkerij erg belangrijk,
met name door de reu Miska (kennel Vsekohotsjuza). Miska zorgde met de teef
Taiga (bij jachtvereniging lvanov) voor uitstekende nakomelingen. Onder andere
Delf en Ural, de voorouders van de Vahrushev honden. Gedurende de oorlog werden
nakomelingen van deze honden weggenomen uit de industriegebieden en werden zo
stichters van andere bloedlijnen. Zij zijn daardoor niet alleen terug te vinden
in Moskou-lijnen. Ook werden in deze periode honden van andere bloedlijnen na
ar
Moskou gebracht. Vaak waren dit honden zonder stamboom. Belangrijke lijnen zijn
van Taezniej (Mooie Ster) en Ajna (Wimo). Taezniel' had grote exterieure
kwaliteiten en is vooronder van onder andere Vajgac, wereldkampioen jachthonden
in 1971 in Hongarije. Ajna had geen exterieure kwaliteiten, maar schitterende
werkkapaciteiten. Andere belangrijke steden in de Laika-fokkerij zijn: Gorki,
Perma, Novosibirsk, regio Omsk en Kazim.
Staatsfok:
Tot ongeveer 4 jaar geleden werd er bijna uitsluitend gefokt op staatsbedrijven
(± 200 honden). Alleen in Rusland al 74 bedrijven. Zo'n staatsfokkerij bestond
uit een groot natuurgebied en een gedeelte dat afgezet werd als
hondenverblijven; hier werden de honden gefokt en getest. Daarna gingen zij naar
de jagers die de opleiding verder verzorgden. Tegenwoordig is de fokkerij ook
geprivatiseerd en naast de staatsfokkerij is het nu ook privé mogelijk om
officieel te fokken met de West Siberische Laika.
Alle professionele kennels hadden een georganiseerde struktuur en strenge
fokregels. Kynologen probeerden niet om Laiki van eenzelfde type te kruisen,
maar doelbewust kruisen van verschillende karakteristieken. Anderzijds waren er
ook jagers en kynologen die er sterk waarde aan hechtten de kwaliteiten van
Mansijskaja en Chantejskaja te behouden. Eind jaren zeventig was het bestand ±
15.000 honden. In 1978, op de vijftigste Moskou-tentoonstelling, waren er 340
West Siberische Laiki waarvan 50% de kwalifikatie Uitmuntend kreeg. Dit is
uitzonderlijk hoog; zeker voor een werkras. Het ras heeft uitzonderlijk mooie
exterieur- en werkkwaliteiten en neemt, in land van oorsprong, een belangrijke
plaats in het nationale hondengebeuren in.
Gebruik:
De jachttaak van de Laika is afhankelijk van de geografische ligging en het
wildbestand van het gebied waarin hij gebruikt wordt: sabeldier, beer, eland,
eekhoorn, eend, enzovoort. Zijn taak als sledehond bestond uit het vervoeren van
de jager op de heenweg en op de terugweg het vervoeren van de buit. Hij werd en
wordt, net als de Siberische Husky, ingezet voor sledetochten, expedities en
wedstrijden. Beide honden worden vaak aangeduid als Siberische honden en
vertonen dikwijls sterke overeenkomst in type. Is de Husky echter puur een
sledehond, de Laika wordt zowel als sledehond alsook als jachthond en waakhond
gebruikt. Tijdens de jacht legt de Laika tot 80 km per dag af. Hij jaagt op
zicht en gehoor samen. Ook kan hij een spoor uitwerken. Hij volgt stom en stelt
(aanwijzen) blaffend totdat de jager arriveert. Het aantal honden dat meegaat
per jacht verschilt van prooi tot prooi; bijvoorbeeld bij de jacht op de beer
gaan minstens twee honden mee. De Laika moet selektief kunnen jagen. Is een hond
afgericht op bijvoorbeeld sabeldier of eland, dan mag hij niet achter hazen
aangaan. Hij mag dus ook in onze streken niet zomaar achter wild aangaan. Hij
moet vrij kunnen rondlopen. Tijdens de jacht houdt de Laika steeds kontakt met
de jager. De Laika is geen eenzijdige jachthond, maar geschikt voor vele
doeleinden. Spoorzoeken, apporteren (ook uit water) en stellen. Hierdoor is hij
bij de jagers zeer populair. Niet alleen in de Oeral en in West-Siberië, maar
ook in Wit Rusland, Oekraïne, de Baltische Republieken enzovoort. In de omgeving
van Moskou is dit ras in aantal groter dan de Russisch Europese Laika, omdat hij
voor meer verschillend wild geschikt is. De honden krijgen voor ieder
verschillend soort wild een apart certifikaat. Op de stambomen is terug te
vinden, welke proeven de honden behaald hebben. Ook kleur en exterieure
kwaliteiten staan op de originele Russische stambomen vermeld. Verder staat er
ook een soort handleiding op, waarin staat op welke leeftijd de hond zijn
proeven moet doen, op tijd zijn inentingen moet krijgen en, indien loops, moet
worden aangelijnd.
Ze moeten over een hoge dosis intelligentie en moed beschikken en zijn daardoor
met sukses ingezet als oorlogshond, mijnenzoeker, rode kruishond, lawine- en
reddingshond (in Tatra). Ook als waak- en verdedigingshond worden zij zeer
geschikt bevonden. Hij is zeer beweeglijk en behendig, heeft een groot
oriëntatievermogen, luistert goed en is zeer mensgericht. Zoals een natuurras
betaamt beschikt hij over een gezonde portie jachtdrift. Als blindengeleidehond
is hij door zijn beweeglijkheid ongeschikt. Zowel in het land van oorsprong als
daarbuiten wordt hij tevens gewaardeerd als gezelschapshond.
Laiki in Nederland:
Sinds enkele jaren bevinden zich ook in Nederland zo'n kleine dertig West
Siberische Laiki. Dit zijn rechtstreekse importen uit Rusland of de generatie
hiervan. Het importeren van een goede hond is niet gemakkelijk en vergt goede
kennissen, kontakten en geduld, zeer veel geduld. Een teefje heeft ons 2,5 jaar
wachten gekost met telkens weer teleurstellingen na mislukte pogingen. Maar ons
geduld is rijkelijk beloond. We deden inmiddels onze vierde import en zijn van
mening, dat we een goede start kunnen maken met de West Siberische Laika in
Nederland. Van de overige Laiki in Nederland is ons van één andere hond bekend
dat hij aktief in de sledehondensport is. Overige honden worden waarschijnlijk
alleen als gezelschapshond gehou
den; er is helaas weinig over bekend. Wij zijn
met de honden aktief met shows (Wereld-, Ned. en Internat. Kamp.) en in de
sledehondensport, waarin de Laiki zich uitstekend thuisvoelen. Ze zijn snel en
intelligent. Ook gehoorzaamheids-kursussen en behendigheid met de Laiki zijn ons
zeer goed bevallen. Waarbij ons opvalt, dat de Laika minder voergevoelig is dan
andere poolhonden. Zeker een hond met mogelijkheden in deze takken van
hondensport. De honden beschikken over een uitzonderlijk aanpassingsvermogen.
Volwassen honden die nooit in huis waren geweest, waren binnen veertien dagen
perfekte huishonden. Een jonge hond van een half jaar oud, die wij uit zijn
'natuurlijke' omgeving haalden (hij had tot dan toe alleen dit terrein, zijn
moeder, broers, zussen en bezoek gezien), ging zonder problemen mee aan de lijn,
in de auto, in de stad, in een hotel en mee naar Nederland en gedraagt zich hier
uitstekend. Al ons geloof omtrent inprenting, socialisatie en dergelijke werd in
twijfel getrokken... De West Siberische Laika is aanhankelijk elegant gezelschap
en een rustige kameraad in huis. In bos en veld wordt hij één met de natuur en
kan men genieten va zijn lenigheid en beweeglijkheid. Zeker een hond die de
moeite waard is in Nederland te introduceren. Wij waren niet geïnteresseerd in
het creëren van een ‘nieuw' ras; immers, er zijn op deze aard bol al zeer vele
geschikte rassen, met voor ieder wat wils. Wel waren wij op zoek naar een zo
natuurlijk mogelijk, gezonde hond, geschikt voor ons klimaat, maar bovenal een
hond, in al zijn gedrag, een helper en gezelschap van de mens. Voor ons is de
West Siberische Laika een maximum aan natuur in een maximum aan hond.
( Informatie bron TAIGA Laika club )





