Ras: Parson Russell Terriër
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Jacht en gezinshond
Grootte: 33 en 35 cm zijn de ideale maten voor een reu en een teef. Een afwijking van 2,5 centimeter is toegestaan
Gewicht: 5-8 kg
Kleur: Geheel wit of overheersend wit met tan, lemon of zwarte aftekeningen, of een combinatie van die kleuren, bij voorkeur op het hoofd en/of de staartaanzet
Vachtsoort: Gladharig en ruwharig
Gem. Leeftijd: 13-14 Jaar
Het ontstaan:
John Russell (1795-1883) werd op 12 december 1795 geboren in Darthmouth, South Devon. In het jaar 1814 werd John Russell toegelaten tot het "Exeter College", Oxford, waar hij als student in 1819 zijn eerste hond van een melkman kocht.
Deze teef "TRUMP" is de grondlegger geweest voor John Russells eigen werklijn terriers. Deze terriers moesten voldoen aan de specifieke werkeigenschappen die hij stelde:
De hond moest mee kunnen lopen in de meute,
goed op de vos gebruiken te zijn en het wild aanblaffen en uit de holen jagen zonder het wild te doden.
Eind 1800 werden de terriers ook buiten de jagerij populair en dat leidde al gauw tot veranderingen in het uiterlijk van de honden.
John Russell en vele andere "Werkende"-terrier mensen waren hier dan ook sterk tegen gekant en bleven de terriers op eigen wijze fokken en selecteren, namelijk op werklust en karakter. Uit deze "working terriers" ontstond onder andere de Parson Russell Terrier die in 1990 erkenning kreeg.
Vanaf eind 1800 zijn deze "Parson Russell Terriers" gefokt door vrijwel uitsluitend jagers. Deze zijn dan ook verantwoordelijk voor het ontstaan van onze hedendaagse twee variëteiten met elk hun eigen doel namelijk:
De "normaalbenige" Parson Russell Terrier, die mee moet kunnen lopen in de meute en de onder invloed van kruisingen met andere terrier-rassen ontstane "kortbenige" Jack Russell Terrier die gedragen kan worden in een zadeltas of voorop het paard gezet kan worden.
De feiten:
Doordat wij nog steeds dicht bij het oorspronkelijke type staan en ons ras vooral op werklust, karakter en goede gezondheid gefokt is kennen wij nu nog niet veel karakter-en gezondheidsproblemen. De Parson Russell Terrier is een prachtig bezit als hij/zij bij u past.
Overweeg bij uw keuze z'n geweldig temperament. Door zijn eigenzinnig, moedig karakter nodig voor het zelfstandig werken onder de grond is de Russell voor geen kleintje vervaard.
Mensen die alleen op het leuke uiterlijk afgaan, voelen zich dan ook wel eens bedrogen uitkomen als blijkt dat het hondje geintereseerd is in heel andere zaken dan op schoot zitten (hoewel elke Russell dat ook graag doet).
De Russell is en blijft een werkhond en hoewel natuurlijk niet elke Russell kan jagen is het goed mogelijk "ander werk" voor hen te zoeken bijvoorbeeld: behendigheid, flyball, races enz.. Een hond met deze mate van werklust en intelligentie zal zich stierlijk vervelen als hij daar niets mee kan doen.
Al met al reden genoeg om voor aanschaf eerst goed rond te kijken en na te denken. De meeste kans op een gezonde hond heeft u als u via de Pup-info adressen krijgt.
De ouders van deze hondjes voldoen in ieder geval aan het fokreglement. Het is aan te raden meerdere adressen te bezoeken en een pup uit te zoeken bij een fokker die de pups goed laat SOCIALISEREN.
Ook een bezoek aan een van onze Clubmatches is uitstekend voor uw beeldvorming.
Het uiterlijk:
De Parson Russell Terrier behoort wit of overwegend wit met tan, lemon, zwart (of drie-kleurige) aftekeningen te zijn. Bij voorkeur met aftekeningen op het hoofd en bij de staartaanzet. Het hoofd moet wigvormig zijn met sterk gespierde kaken, perfect scharend gebit en kleine V-vormige oren die naar voren vallen.
We kennen drie vachttype's: gladharig, broken-coated en ruwharig. Het belangrijkste is dat de vacht van nature stug en dicht is en het lichaam goed kan beschermen tegen alle weersomstandigheden en tijdens de jacht.
De Parson moet makkelijk te omspannen zijn met beide handen van gemiddelde grootte (net achter de schouders van de hond). Met een te grootte borstomvang raakt de hond vastgeklemd in een nauwe vossenpijp.
Ideale hoogte voor de Parson:
teven 33 cm, reuen 35 cm
De erkenning:
De Parson Jack Russell Terrier is sedert januari 1990 erkent in Engeland (het land van herkomst) en in juli 1990 erkende de F.C.I. de Parson Russell Terrier wereldwijd.
Rasstandaard:
Korte historische samenvatting:
De grondlegger van dit ras, dominee John (Jack) Russell werd geboren in 1795 in Darthmouth, Devon. Hij werd een geestelijke en diende voor het grootste deel van zijn leven in de parochie van Swymbridge in Devon. Als ervaren paardenman en groot jager raakte hij hartstochtelijk betrokken bij het fokken en selecteren van Terriërs. In 1873 werd de Kennel Club opgericht en hij werd een van de eerste leden. Hij overleed in 1883 op de leeftijd van 87 jaar. Toen hij studeerde in Oxford, kocht hij zijn eerste Terriër, een witte draadharige teef met aftekeningen aan de kop, die veel lijkt op de standaard van nu.
Jack Russell probeerde een aantal kruisingen tussen verschillende terriërs, gekleurde en gedeeltelijk gekleurde types. Zijn bedoeling was te allen tijde de aanleg voor de jacht te verbeteren, zonder al te veel te letten op een gelijkvormig type. Dit bleef hij volhouden. Hij probeerde ook om het ras met andere rassen te kruisen, maar omdat het nageslacht niet leek op het oorspronkelijke type waren deze pogingen teleurstellend en werd er verder van afgezien. Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog werd dit ras steeds populairder in Europa, in het bijzonder bij jagers en paardenliefhebbers. Op 22 januari 1990 erkende de Kennel Club van Groot- Brittannië het ras en publiceerde een officiële interimstandaard onder de naam Parson Jack Russell Terriër. De F.C.I. op haar beurt accepteerde het ras en voegde het toe aan haar voorlopige lijst op 2 juli 1990. De huidige naam Parson Russell Terriër werd in 1999 door de ( Britse) Kennel Club gegeven. Het ras werd door de F.C.I. definitief erkent op 4 juni 2001
Algemene verschijning:
Degelijk, actief en lenig; gebouwd voor snelheid en uithoudingsvermogen.
Totaalbeeld van harmonie en soepelheid. Littekens verkregen tijdens het werk zijn toegestaan.
Belangrijke verhoudingen:
Evenwichtig. Totale lichaamslengte iets korter dan de hoogte van schoft tot de grond.
Lengte van neus tot stop iets korter dan van stop tot achterhoofdsknobbel.
Gedrag / Temperament:
In de aard een werkende terriër met de aanleg en bouw om onder te lopen en met de hounds mee te lopen. Moedig en vriendelijk.
Hoofd:
Schedel: Vlak, van middelmatige breedte, smaller wordend naar de ogen toe.
Ondiepe stop. De neus is zwart.
Mond: Sterke gespierde kaken. Gebit: perfect, regelmatig, compleet en scharend, dat wil zeggen boventanden dicht over de ondertanden heenvallend en recht in de kaak staand.
Ogen: Amandelvormig, redelijk diepliggend, donker met een levendige, geïnteresseerde uitdrukking.
Oren: Klein, V–vormig, naar voren vallend, dicht tegen het hoofd gedragen, punt van het oor komt tot de ooghoek, de vouw mag niet boven de schedel uitkomen.
Middelmatig dik.
Hals: Droog en gespierd, van goede lengte en naar de schouders toe gelijdelijk breder wordend.
Lichaam: Harmonisch, totale lengte iets langer dan de hoogte van schouders tot grond.
Rug: Sterk en recht
Lendenen: Licht gewelfd
Borst:
Van middelmatige diepte, niet tot onder de elleboog reikend, moet omspannen kunnen worden door handen van gemiddelde grootte
Staart: Gewoonlijk gecoupeerd.
Gecoupeerd:
lengte die in een verhouding is tot het lichaam en een goed handvat vormend. Sterk, recht, middelmatig hoog aangezet, tijdens het gaan goed hoog gedragen.
Ongecoupeerd:
Van middelmatige lengte en zo recht mogelijk, in goede harmonie tot de hond, dik bij de aanzet toelopend naar de punt. Middelmatig hoog aangezet, tijdens het gaan goed hoog gedragen
Ledematen:
Voorhand: Sterk, volkomen recht, gewrichten niet in - of uitdraaiend.
Schouders: Lang en schuinliggend, goed naar achteren geplaatst, schoft duidelijk gedefineerd.
Ellebogen: Dicht tegen lichaam, bewegend zonder het lichaam te raken.
Achterhand: Sterk, gespierd met goede hoeking.
Knie: Goed gebogen kniegewricht.
Hakken: Laag gezet,
Achteraan bekeken: recht, in staat veel snelheid te geven.
Voeten: Compact met stevige zolen, niet in – nog uitdraaiend.
Gangwerk: Vrij, levendig en goed gecoördineerd, in beweging komen voor en achterbenen recht neer.
Huid: Dik en soepel
Vacht: Van nature stug, gesloten en dicht, ruw of glad. Buik en onderzijde behaard.
Kleur: Geheel wit of overwegend wit met tan, lemon of zwarte aftekeningen of elke combinatie ervan, bij voorkeur beperkt tot het hoofd en de staartaanzet.
Grootte:
Reuen: ideale schofthoogte 36 cm (14 ins )
Teven: ideale schofthoogte 33 cm ( 13 ins )
2 cm erboven of eronder is acceptabel
Fouten:
Elke afwijking van de hiervoor genoemde punten zou als fout aangemerkt moeten worden en de ernst warmee de fout moet worden beschouwd dient in verhouding te staan tot de mate van de fout.
Elke hond die duidelijk lichamelijke of gedragsafwijkingen toont moet gediskwalificeerd worden
Let op:
Mannelijke dieren moeten twee normale testikels hebben, volledig ingedaald in het scrotum
( Informatie bron Parson Russell Terriër Club )





