Ras: Poedel
Andere naam: Caniche
Oorsprong: Frankrijk
Gehouden als: Gezelschapshond
Grootte:
Toy: 25-28 cm
Dwerg: 28-38 cm
Middenslag: 35-45 cm
Gewicht:
Toy: 6,5-7,5 kg
Dwerg: 12-14 kg
Middenslag: max. 12 kg
Kleur: Alle effen kleuren
Vachtsoort: Krullend en veerkrachtig haar
Gem. Leeftijd: 12-15 Jaar
Kenmerken:
- Rechte snuit
- Rechte voorbenen
- Kleine voeten
- Levendige ogen
- Oren zijn bedekt met golvend haar
Dwerg Poedel:
Herkomst: Elegante, schrandere, levendige hond, oorspronkelijk jachthond, maar tegenwoordig veel bekender als gezelschapshond. Zijn origine is onduidelijk: er zijn aanwijzingen dat het ras al in de oudheid bestond, Frankrijk en Duitsland eisen hem als 'nationaal' ras op en in de literatuur worden o.a. Rusland, Hongarije en Afrika genoemd als bakermat van het ras. Voor de FCI is Frankrijk het land van oorsprong. Komt voor in vier grootteslagen (Toy, Dwerg, Middenslag en Groot) en vijf vachtkleuren.
Algemeen Voorkomen: Evenredig gebouwde hond met trippelend, licht gangwerk. Unieke vacht: de krullen ruien niet, het haar groeit door. De vacht laat zich in vele vormen toiletteren, niet alleen in de soms opzichtige modellen die men op tentoonstellingen wel ziet, maar ook in vormen die heel vlot, normaal en sportief ogen in het dagelijks gebruik.
Vacht: Overvloedig, fijn haar, wollig, goed kroezend, veerkrachtig, dik en dicht, van gelijkmatige lengte en gelijkmatige krullen, in de kleuren zwart, wit, grijs, bruin en abrikoos.
Gebruik: Oorspronkelijk jachthond, maar al lang niet meer als zodanig in gebruik. Bijzonder populaire gezelschapshond.
Gezondheid: Zoals bij veel kleine rassen kan ook in dit ras patella luxatie voorkomen. Incidenteel komen erfelijke oogafwijkingen voor.
Aard: Attent, zeer leergierig, tot op hoge leeftijd speels, vrolijk, vriendelijk en verdraagzaam, ook naar vreemde mensen en honden, zeer aanhankelijk voor zijn baas.
Bijzonderheden: De Poedelvacht moet, om mooi en fris te blijven, liefst dagelijks een kambeurt krijgen. Eens per maand is het nodig het model er in te knippen of te scheren. Dit valt zelf te leren, maar vergt wel de nodige vaardigheid.
Toy Poedel :
Herkomst: Elegante, schrandere, levendige hond, oorspronkelijk jachthond, maar tegenwoordig veel bekender als gezelschapshond. Zijn origine is onduidelijk: er zijn aanwijzingen dat het ras al in de oudheid bestond, Frankrijk en Duitsland eisen hem als 'nationaal' ras op en in de literatuur worden o.a. Rusland, Hongarije en Afrika genoemd als bakermat van het ras. Voor de FCI is Frankrijk het land van oorsprong. Komt voor in vier grootteslagen (Toy, Dwerg, Middenslag en Groot) en vijf vachtkleuren.
Algemeen Voorkomen: Evenredig gebouwde hond met trippelend, licht gangwerk. Unieke vacht: de krullen ruien niet, het haar groeit door. De vacht laat zich in vele vormen toiletteren, niet alleen in de soms opzichtige modellen die men op tentoonstellingen wel ziet, maar ook in vormen die heel vlot, normaal en sportief ogen in het dagelijks gebruik.
Vacht: Overvloedig, fijn haar, wollig, goed kroezend, veerkrachtig, dik en dicht, van gelijkmatige lengte en gelijkmatige krullen, in de kleuren zwart, wit, grijs, bruin en abrikoos.
Gebruik: Oorspronkelijk jachthond, maar al lang niet meer als zodanig in gebruik. Bijzonder populaire gezelschapshond.
Gezondheid: Zoals bij veel kleine rassen kan ook in dit ras patella luxatie voorkomen. Incidenteel komen ook erfelijke oogafwijkingen voor.
Aard: Attent, zeer leergierig, tot op hoge leeftijd speels, vrolijk, vriendelijk en verdraagzaam, ook naar vreemde mensen en honden, zeer aanhankelijk voor zijn baas.
Bijzonderheden: De Poedelvacht moet, om mooi en fris te blijven, liefst dagelijks een kambeurt krijgen. Eens per maand is het nodig het model er in te knippen of te scheren. Dit valt zelf te leren, maar vergt wel de nodige vaardigheid.
Middenslag Poedel :
Herkomst: Elegante, schrandere, levendige hond, oorspronkelijk jachthond, maar tegenwoordig veel bekender als gezelschapshond. Zijn origine is onduidelijk: er zijn aanwijzingen dat het ras al in de oudheid bestond, Frankrijk en Duitsland eisen hem als 'nationaal' ras op en in de literatuur worden o.a. Rusland, Hongarije en Afrika genoemd als bakermat van het ras. Voor de FCI is Frankrijk het land van oorsprong. Komt voor in vier grootteslagen (Toy, Dwerg, Middenslag en Groot) en vijf vachtkleuren.
Algemeen Voorkomen: Evenredig gebouwde hond met trippelend, licht gangwerk. Unieke vacht: de krullen ruien niet, het haar groeit door. De vacht laat zich in vele vormen toiletteren, niet alleen in de soms opzichtige modellen die men op tentoonstellingen wel ziet, maar ook in vormen die heel vlot, normaal en sportief ogen in het dagelijks gebruik.
Vacht: Overvloedig, fijn haar, wollig, goed kroezend, veerkrachtig, dik en dicht, van gelijkmatige lengte en gelijkmatige krullen, in de kleuren zwart, wit, grijs, bruin en abrikoos.
Gebruik: Oorspronkelijk jachthond, maar al lang niet meer als zodanig in gebruik. Bijzonder populaire gezelschapshond.
Gezondheid: Incidenteel komen erfelijke oogafwijkingen voor.
Aard: Attent, zeer leergierig, tot op hoge leeftijd speels, vrolijk, vriendelijk en verdraagzaam, ook naar vreemde mensen en honden, zeer aanhankelijk voor zijn baas.
Bijzonderheden: De Poedelvacht moet, om mooi en fris te blijven, liefst dagelijks een kambeurt krijgen. Eens per maand is het nodig het model er in te knippen of te scheren. Dit valt zelf te leren, maar vergt wel de nodige vaardigheid.





