Ras: Polski Owczarek Nizinny
Oorsprong: Polen
Gehouden voor: Het hoeden van vee
Grootte: Reuen 45-50 cm en teven 42-47 cm
Gewicht: Reuen ong. 20 kg en teven ong. 18 kg
Kleur: Alle kleuren zijn toegestaan, maar grijs, zwart of effen grijs komen het meest voor
Vachtsoort: Ruige lange beharing, met een zachte en dikke ondervacht

Kenmerken:
- Lang lichaam
- Rechte rug
- Ovale voeten
- Ovale ogen
- Duidelijke stop op voorhoofd
- Staart is kort of gecoupeerd

Herkomst: Voorvaderen van dit ras hoedden eeuwenlang schapen op de Poolse vlakten. De ruige vacht was nodig tegen regen, sneeuw en koude. De arme boeren die deze Nizinny's gebruikten, fokten ze op werkeigenschappen. Vooral na WO II is een meer homogeen rasbeeld ontstaan.

Algemeen voorkomen: De Nizinny is compact en gespierd en is iets langer dan hoog (10:9). Hij draagt zijn hoofd tamelijk horizontaal. Hij heeft een lange vacht, ook op het hoofd. Zijn ogen worden op een karakteristieke manier door zijn haar bedekt waardoor het hoofd groter lijkt dan het is. Zijn staart wordt gecoupeerd.

Vacht: Een ruige, lange en overvloedige vacht waarbij zowel recht als lichtgolvend haar geaccepteerd wordt. De Nizinny heeft een zachte, dikke ondervacht. Wit met grijs of effen grijs zijn de kleuren die het meeste voorkomen, alhoewel alle kleuren en aftekeningen zijn toegestaan.

Gezondheid: Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie.

Aard: Vrolijk, levendig maar beheerst, intelligent, snel van begrip, gehoorzaam, soms iets gereserveerd naar vreemden, waakzaam en alert en begiftigd met een goed geheugen. Aanhankelijk voor het eigen gezin.

Bijzonderheden: Eenmaal per week goed borstelen en kammen; dagelijkse vachtcontrole is gewenst.