Ras: Portugese Waterhond
Andere naam: Cao de Agua
Oorsprong: Portugal
Gehouden als: Gezinshond
Grootte: Reuen 50-57 cm en teven 43-52 cm
Gewicht: Reuen 19-25 kg en teven 16-22 kg
Kleur: Bruin/wit, zwart/wit, bruin, wit en zwart
Vachtsoort: Dik en golvend of langharig en gekruld
Gem. Leeftijd: 12-14 Jaar
Geschiedenis van de Portugese Waterhond:
De Portugese Waterhond, ook wel Cao de Aqua (wat hond van het water betekent)
genaamd, is een oeroud Portugees ras. Het kwam al in de 14e
eeuw
voor. Het ras werd vroeger gebruikt door de Portugese vissers. Zij hielpen mee
met het werk op de vissersboten, zij haalden de netten binnen en vingen de
vissen die uit het net ontsnapten. Ook bewaakten zij de boot en zwommen ze
boodschappen over van boot naar boot.
Nu is de Portugese Waterhond vooral een gezinshond, omdat er op de vissersboten
geen werk meer voor hen is. De Portugese Waterhond is een erg actief en
leergierig ras. Ze hebben veel beweging nodig. Een boswandeling of een bezoek
aan het strand vinden ze heerlijk, omdat het over het algemeen goede zwemmers
zijn. Portugese Waterhonden zijn dan ook zeer geschikt voor bijvoorbeeld
behendigheid of flyball. Wel is het aan te raden om een gehoorzaamheidscursus te
gaan volgen met de hond, omdat ze een sterk eigen willetje hebben.
F.C.I. STANDAARD VAN DE CAO DE AGUA PORTUGUES (PORTUGESE WATERHOND)
Algemene kenmerken: Een middelmatig grote hond, zeer goed
geproportioneerd, stoer en gespierd. Zijn voortdurend gebruikt voor het werk in
het water verklaart buitengewone ontwikkeling van zijn spieren. Vroeger door
geheel Portugal gebruikt; tegenwoordig komt hij vrijwel alleen voor in de
Algarve, waar de visserijtradities bijna zoals in het verleden voortleven.
Maat en Gewicht:
Schofthoogte reuen 50 tot 57 ideaal is 54 cm gewicht 19-25 kg
Schofthoogte teven 43 tot 42 ideaal is 46 cm gewicht 16-22 kg

Hoofd: Het hoofd is goed geproportioneerd en massief. Van opzij gezien is
de schedel iets langer dan de snuit. De welving van de schedel is van achter
duidelijker dan van voren. De achterhoofdsknobbel is goed duidelijk. Van voren
gezien is de schedel gewelfd, met een kleine groef in het midden. De
voorhoofdsgroef loopt tot twee derde van de schedel; het voorhoofd steekt
vooruit. De snuit loopt van de aanvang naar de neus toe. De stop is duidelijk en
loopt onder de binnenste ooghoeken iets terug. De neus is breed, goed geopende
neusgaten die fraai gepigmenteerd zijn. De kleur van de neus wisselt met die van
de vacht. De lippen zijn tamelijk dik, vooral van voren. De binnenkant van de
mond is goed zwart, de krachtige kaken zijn noch boven- noch ondervoorbijtend.
De tanden zijn bij gesloten mond niet zichtbaar; de hoektanden zijn sterk
ontwikkeld.
Ogen: Middelgroot en goed uit elkaar staand. Zij staan lichtelijk schuin,
zijn rond en noch diepliggend noch uitpuilend. De kleur mag hetzij bruin, hetzij
zwart zijn. De oogleden hebben zwarte randen. Het bindvlies is niet zichtbaar.
Oren: Zijn hartvormig, dun en goed boven ooghoogte aangezet. Behalve een
kleine opening aan de achterzijde, liggen de oren dicht tegen het hoofd. De
punten moeten niet beneden de bovenkant van de nek reiken.
Hals: Kort en recht, goed gerond en fier gedragen. Sterk gespierd, zonder
manen of keelhuid.
Voorhand: De voorbenen zijn sterk en recht. De schouder is schuin en zeer
goed gespierd. De opperarm is sterk en van normale lengte, de onderarm is lang
en buitengewoon zwaar gespierd. De middenvoet is lang en krachtig. De voorvoeten
zijn rond en tamelijk plat. De tenen moeten niet te lang zijn en niet gewelfd;
zij hebben goed met haar bedekte zwemvliezen. Zwarte nagels hebben de voorkeur,
doch nagels van een andere kleur , passend bij die van de vacht, zijn
toegestaan. Gewoonlijk staan de nagels iets van de grond af. De grote voetzool
is erg dik, de teenzolen zijn normaal.

Lichaam: De borst is breed en diep en reikt tot de elleboog. De ribben
zijn lang en goed gewelfd. De schoft is breed en niet bijzonder duidelijk. De
rug is kort en stevig. De buik is in bevallige lijn opgetrokken. Het kruis is
goed gevormd en slechts licht hellend, de heupbeenderen zijn nauwelijks
zichtbaar
Staart: Niet gecoupeerd, dik bij de aanzet, geleidelijk naar de punt
toelopend, noch te hoog noch te laag aangezet en niet tot onder de sprong
reikend. Als de hond attent is moet de staart in een ring worden gedragen,
waarvan het voorste gedeelte niet voorbij het einde van de lenden moet liggen.
De staart wordt zowel bij zwemmen als bij duiken gebruikt.
Achterhand: De dijen zijn krachtig en van normale lengte, zwaar gespierd.
De onderdij is lang en sterk gespierd, duidelijk van voren naar achteren
aflopend. De pezen zijn goed ontwikkeld. De achterkant van de dij is lang en
goed gebogen. De middenvoet is lang. Er zijn geen Hubertusklauwen. De
achtervoeten zijn in alle opzichten gelijk aaan de voorvoeten. De benen zijn
normaal geplaatst. Het is niet fout als de voeten zodanig zijn geplaatst, dat
zij iets naar voren staan en als de achterbenen, van de sprong naar beneden toe
eveneens enigzins naar voren staan.
Beharing : Dikke vacht, gelijkmatig over het gehele lichaam verdeeld,
behalve op de onderarm en liezen, waar hij dunner is. Er zijn twee soorten
vachten, de ene met tamelijk lang, golvend haar, dat nogal los groeit en een
lichte glans heeft, het haar boven op het hoofd rechtopstaand en dat op de oren
lang, en een tweede type met korter haar, bestaande uit dichte krullen, zeer dik
en niet bijzonder glanzend. Bij deze variëteit is het haar op het hoofd gelijk
aan de overige vacht, terwijl het op de oren soms eerder golvend dan gekruld is.

Kleur: Zwart, wit en verschillende tinten bruin; eveneens combinaties van
zwart of bruin met wit. Een witte vacht wijst niet op albinisme, mits neus,
lippen en oogleden zwart zijn.
Huid: Bij dieren met een zwarte, witte of zwart met witte vacht heeft de
huid een uitgsproken blauwachtige kleur.
Er is geen ondervacht.
Diskwalificaties: Te groot of te klein zijn; Zeer lang, smal, plat of
puntig hoofd; Te lange of overmatig puntige snuit; Geheel of gedeeltelijk
vleeskleurige of ontkleurde neus; Lichte ogen, onderling van vorm of grootte
verschillende ogen; Diepliggende of uitpuilende ogen; Oren anders aangezet dan
hierboven aangegeven; Overmatig grote of kleine oren; Gevouwen oren; Gecoupeerde
of onvolledige staart; Totaal gemis van de staart; Zware staart; Staart die in
actie hangt of loodrecht wordt gedragen; Hubertusklauwen aan achterbenen; Vacht
afwijkend van boven beschreven typen; Albinisme; Boven- of ondervoorbijten;
Doofheid – hetzij erfelijk of verkregen.
( Informatie bron Casa Hoya's)





