U bevindt zich hier: P Honden met een P (26 t/m 33) Pumi

Ras: Pumi
Oorsprong:
Hongarije
Gehouden als: Herders, jacht en gezelschapshond
Grootte:
Tussen de 35 en 44 cm
Gewicht:
10-15 kg
Kleur:
Zwart, wit, leisteenkleurig en enkele grijstinten
Vachtsoort:
Halflange haren die in bosjes bij elkaar staan
Gem. Leeftijd:
12-13 Jaar

Kenmerken:
- Diepe borstkas
- Compacte achterpoten
- Sterke poten
- Schuine donkere ogen
- Hoge en brede opstaande oren

Herkomst: Ook de Pumi, die in ons land niet veel voorkomt, behoort tot de Hongaarse Herdershonden. Hij heeft waarschijnlijk naast Puli-invloeden eveneens het bloed van een terriërachtige Franse veedrijver in zijn aderen. De Pumi vertoont karaktertrekken van beide groepen. Hij is een goede veedrijver, pittige bewaker van het erf en verdelger van ongedierte. Terwijl de Puli op de vlaktes werkt, is de Pumi meer een dorpshond.

Algemeen voorkomen: Moedige kleine hond met een vrolijke uitstraling; zijn rechtopstaande oren tippen iets en hebben een kenmerkende haarpluim. Zijn ogen zijn zichtbaar.

Vacht: De vacht bestaat uit halflange haren die in bosjes bij elkaar staan. Hier en daar zijn de haren wat korter of juist wat langer en krullend. Hierdoor heeft de hond een ongecompliceerd, krullerig uiterlijk. De Pumi komt voor in de kleuren zwart, wit, roodbruin of allerlei tinten grijs.

Gezondheid: Geen rasspecifieke problemen bekend

Aard: Levendig, zelfstandig, zeer waaks, blaft graag en veel, is soms wat wantrouwend naar vreemden. Gehoorzaam, goed op te voeden. Hij kan bij kinderen als ze hem met respect behandelen.