Ras: Pyrenese Berghond
Andere naam:
Chien de Montagne des Pyrénées
Oorsprong:
Frankrijk
Gehouden als:
Herders en gezinshond
Grootte:
Reuen 70-80 cm en teven 65-72 cm
Gewicht:
Reuen ong. 60 kg en teven ong. 45 kg
Kleur:
Vaak wit/geel, met soms grijze aftekeningen
Vachtsoort:
Lange dikke en soepele vacht
Gem. Leeftijd:
9-11 Jaar

Karakter:
De Pyreneese berghond heeft een ingebakken waak- en verdedigingsinstinct, dus hij heeft een sterke binding met zijn territorium en alles erop en eraan, maar tegelijkertijd is er die drang naar ruimte en verre tochten, overblijfsel van zijn omzwervingen met de grazende kuddes, er moet dus een goede omheining zijn of "Patou"gaat aan de wandel. Hij komt wel terug maar de gevaren in onze verkeersdrukke maatschappij zijn te groot om zoiets toe te laten. Ze hebben een heerlijk onafhankelijk karakter. Ze gaan en staan waar het hen belieft en wandelen weg als ze er genoeg van hebben. Een echte individualist. Het spreekt vanzelf dat als je een Pyreneeër in huis haalt je hem als pup strak en consequent moet opvoeden, wil hij later respect voor je kunnen opbrengen. Hij is iets gereserveerd tegen vreemden en wil hun eerst observeren, dan zal hij naar hen toekomen als het hem zint Het is een serieuze hond, hij denkt als het ware na voor hij iets doet, hij is koppig maar kan voor wie hij lief heeft ontroerend lief zijn. Absolute gehoorzaamheid en onderworpenheid mag je van hem niet verwachten. Verder kan hij voor kinderen een eindeloos geduld opbrengen. Het is zaak om de Pyreneese berghond van jongsaf rustig en geduldig en uiterst consequent op te voeden. Rustig en geduldig omdat de berghond ondanks zijn eigengereidheid een gevoelige hond is. De eigenaar die een goed contact met zijn hond heeft en een prettig overwicht heeft verworven, zal aan de hond een toegewijde en trouwe kameraad hebben.

Algehele verschijning: De Pyreneese berghond is een grote hond, sterk, gespierd en toch elegant. De schofthoogte ligt bij reuen tussen de 70 en 82 cm, bij teven tussen de 65 en 72 cm.

Beharing: De vacht bestaat uit een bovenvacht en een ondervacht. De bovenvacht is langharig en bestaat uit overvloedig, half hard en vlakaanliggend haar dat om de nek langer is. De poten en de staart zijn bevederd.

Kleur: Wit. Soms met lichtgele of grijze (daskleurige) aftekeningen. Dergelijke aftekeningen komen voor op het hoofd, de oren en de staartaanzet. Enkele aftekeningen op het lichaam zijn ook toegestaan.

Pigmentatie: Zwarte oogomrandingen, zwarte neus en lippen. Het harde verhemelte is zwart of overdadig zwart gevlekt. Verder diverse pigmentvlekken op de huid.

Hoofd: Alles wel beschouwd, met inbegrip van de totale maat van de hond, is het hoofd niet overmatig groot. Het lijkt op het hoofd van de bruine beer, maar met hangende oren. De schedel is licht gewelfd. De snuit is breed, lang en licht toelopende naar de punt. De stop is niet duidelijk. De lippen hangen niet en sluiten goed aan bij de onderkaak.

Ogen: Tamelijk klein, intelligent en donkerbruin. Ze zijn enigszins schuin geplaatst en hebben een vriendelijke uitdrukking.
De oogomrandingen zijn zwart.

Oren: Deze zijn op ooghoogte aangezet. Klein, driehoekig, met afgeronde punten. Zij hangen vlak tegen de kanten van het hoofd

Hals: Tamelijk fors, nogal kort en er is geen keelhuid

Staart: Voldoende lang, met soms een bosje lang haar aan de punt (zg. angel). In rust wordt de staart laag gedragen, de punt licht gebogen. Als de hond attent is, wordt de staart in krul over de rug gedragen (het zg. wiel maken).

Voorhand: Rechte en sterke voorpoten, matig schuine schouders

Achterhand: Goed gespierde dijen, brede, goed gehoekte sprongen. Dubbele Hubertusklauwen aan de achterpoten

Voeten: Tamelijk kort, compact, met goed gewelfde tenen

Gangwerk: Ondanks zijn grootte heeft de Pyreneese berghond een vlot gangwerk, altijd elegant en nooit lomp.

Algemene verzorging:
Begin met het verzorgen van Uw hond op een zo jong mogelijke leeftijd. Hierdoor gaat de hond het beschouwen als een gewoonte. Bovendien als U de hond regelmatig verzorgt en controleert, ontdekt U ook veel sneller als hem of haar iets mankeert. Het beste is om Uw Pyreneese berghond 1x per week een grondige borstel- en kambeurt te geven. Gebruik voor de verzorging van de vacht een borstel met rechte pinnen, een grof getande kam en een fijn getande kam. Met de pinnenborstel begin je de vacht laagje voor laagje uit te borstelen. Met een hand het haar tegenhouden en de andere hand borstelen. Het beste begint U aan de onderkant van de buik en werkt U zo verder naar boven, dan vanaf de staart naar de nek toewerken. Zo doet U hetzelfde met de schouder- en dijbeenbeharing. De broek- en voorborstbeharing vraagt iets meer werk, omdat hier veel onderwol zit. Hetzelfde geldt voor de beharing achter de oren, die zachter van structuur is en makkelijk kan gaan klitten. Wanneer de hond goed is doorgeborsteld gaat U met een grofgetande kam de hele vacht door, om na te gaan of er geen klitjes meer in zitten. Achter de oren gebruikt U de fijngetande kam en kamt U het haar laagje voor laagje uit. Hetzelfde geldt ook voor de broek- en borstbeharing. Mochten er onverhoopt toch klitten zijn ontstaan, probeer die dan voorzichtig uit te pluizen met de vingers of met een fijne kam. Grotere klitten kunnen verwijderd worden met een speciale klittenkam. Tenslotte spray ik mijn honden na de borstelbeurt in met een goede verzorgingslotion, waardoor de vacht in optimale conditie blijft, maar dit is een persoonlijke keuze. De berghond hoeft in principe nooit in bad alleen als hij zich ergens ingerold heeft.

Ruiperiode: Tijdens de ruiperiode verliest de hond zijn ondervacht. Het is dan ook belangrijk om tijdens die periode alle dode onderharen te verwijderen, zodat zijn huid niet "verstikt". Het beste gebruikt men hiervoor een hark in combinatie met een pinnenborstel.

Oorverzorging: Achter de oren komt gemakkelijk klitvorming voor, omdat de haren hier erg zacht zijn. Dus geregeld even nagaan of er een klit zit, want een kleine klit is gemakkelijker te verwijderen dan een grote klit . Heeft de hond veel pluizig haar bovenop de oren, kan men dit eventueel proberen voorzichtig met de vingers uit te plukken, want zo valt het oor mooier langs zijn kop. Is het haar niet te plukken dan kan men het met een dubbele effileerschaar uitdunnen. Bij veel haargroei onder de oren, het haar hier ook iets uitdunnen met de effileerschaar, hierdoor krijgt het oor meer lucht en voorkom je oorontstekingen. Bij de wekelijkse borstelbeurt kunt U ook altijd even de oren controleren en ze eventueel reinigen met wat oorcleaner.

Extra: De voeten behoren mooi rond te zijn. Dus eventuele uitstekende haren mooi rond weg knippen. Het haar tussen de voetzolen kan erg lang worden en vooral in de winter kan dit voor overlast zorgen als er ijsklontjes in vast blijven plakken. Het beste is dan ook geregeld het haar tussen de voetzolen weg te knippen. (Durft U dit niet zelf, ga dan naar een trimsalon bij U in de buurt). Bij sommige honden wordt het haar op de hakken te lang en ziet dit niet verzorgd uit. Borstel deze haren goed uit en kam ze naar boven op. Met de enkele effileerschaar kunt U de hak dan van boven naar onder mooi bijknippen. Tenslotte worden de nagels geknipt. Meestal slijten de nagels vanzelf en hoeft er niks van af te worden geknipt. Speciale aandacht wel voor de dubbele Hubertusklauwen aan de achterpoten, deze slijten niet vanzelf en dienen dus regelmatig geknipt te worden om ingroeien te voorkomen.

( Informatie bron of Reckhem's Castle )