Ras: Pyreneese Herdershond
Oorsprong:
Frankrijk
Gehouden als:
Herders en gezinshond
Grootte:
Reuen 40-50 cm en teven 38-48 cm
Gewicht:
8-15 kg
Kleur:
Grijs, licht/geelbruin, blauw, rood-gestroomd en zwart-gestroomd
Vachtsoort:
Lang/ halflang licht golvend haar
Gem. Leeftijd:
12-13 Jaar

Kenmerken:
- Donkere ogen
- Slanke voorhand
- Staande of hangende oren
- Haar op gezicht is kort en fijn
- Ondiepe borstkas

Herkomst: Deze taaie herdershondjes worden tot op de dag van vandaag gebruikt in de Pyreneeën. In nauwe samenwerking met de herder begeleiden zij de schapen naar de stukken die begraasd moeten worden. Ze zijn daarbij van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat in touw. Vaak werkten bij een kudde zowel Pyreneese Herdershonden voor het hoeden en drijven als Pyreneese Berghonden voor de bewaking.

Algemeen voorkomen: Een vrij kleine, licht gebouwde, maar zeer atletische en wendbare hond met een weerbestendige vacht.

Vacht: De rijke beharing is lang of halflang en golft licht. De voorkeur gaat uit naar een vacht die het midden houdt tussen schapenwol en geitenhaar. Er zijn twee types: de langharige en de Pyreneese herder met de gladharige snuit. De kleuren zijn verschillende tinten fauve en grijs soms met wat wit of zwart, en harlekijn.

Gezondheid: Geen rasspecifieke problemen bekend; incidenteel komt wel eens heupdysplasie voor.

Aard: Waakzaam, attent, intelligent, sober, gehard, levendig en onvermoeibaar. Terughoudend, soms wantrouwend naar vreemden, zeer toegewijd aan het gezin, blaft graag en veel. Hij kan slecht tegen alleen zijn.