U bevindt zich hier: S Honden met een S (1 t/m 25) Schnauzer

Ras: Schnauzer
Andere naam:
Mittelschnauzer
Oorsprong:
Duitsland
Gehouden als:
Gezelschapshond
Grootte:
45-50 cm
Gewicht:
14,5-15,5 kg
Kleur:
Zwart en peper en zout kleurig
Vachtsoort:
Ruwe en sterke bovenvacht met een dichte ondervacht
Gem. Leeftijd:
12-14 Jaar

Kenmerken:
- Goed gespierde dijen
- Hoog aangezette en geamputeerde staart
- Lang en krachtig hoofd
- Brede borstkas
- Korte en ronde poten

Herkomst:
Werd in het zuiden van Duitsland gebruikt als stalhond. Heette eerst ruwharige Pinscher. Stond bekend als een uitstekende rattenvanger en werd daarom ook wel 'Rattler' genoemd.

Algemeen voorkomen: Middelgroot, krachtig, eerder gedrongen dan slank, ruwharig.

Vacht: Ruwe, harde en dichte vacht met harde korte bovenbeharing en dichte ondervacht. Ruige wenkbrauwen en baard. Zuiver zwart of peper en zout.

Gezondheid: Geen ernstige rasspecifieke gezondheidsproblemen bekend.

Aard: Levendig, aanhankelijk, goedaardig, schrander, onvermoeibaar, wantrouwend tegenover vreemden.

Bijzonderheden:
De vacht dient regelmatig te worden geborsteld en de ondervacht uitgedund; twee maal per jaar dient de vacht te worden geplukt.