Ras: Schotse Herdershond Korthaar
Andere naam: Collie
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Gezelschapshond
Grootte: Reuen 56-61 cm en teven 51-56 cm
Gewicht: Reuen 20,5-29,5 kg en teven 18-25 kg
Kleur: Bleu merle, driekleurig en sable/wit
Vachtsoort: Korte en dichte vacht
Gem. Leeftijd: 12-13 Jaar
De Schotse Herder korthaar:
De Schotse Herder korthaar, ofwel Korthaar Collie genoemd, is een herdershond
die van oorsprong uit het grensgebied tussen Engeland en Schotland komt. Dit
grensgebied wordt ook wel de Border genoemd.
De Schotse Herder korthaar is oorspronkelijk gefokt om lange afstanden achter
het vee af te leggen als het vee van het ene dorp naar het andere dorp of naar
de markt gebracht moest worden. Dit vee bestond niet alleen uit schapen, maar
ook uit koppige koeien. Hierop wordt het temperamentvolle karakter van de
korthaar en zijn neiging om in de hielen te bijten tijdens een wandeling
gebaseerd.
Voor het klimaat in de Schotse Laaglanden werd een hond vereist met een vacht
waar de regen niet in doordringt, maar langs de vacht afdruipt. Dit werk vroeg
tevens een hond die een enorm uithoudingsvermogen en snelheid bezat en die
soepel en sterk gespierd was. De Schotse Herder korthaar is dus een energieke
hond, die enthousiast is en plezier heeft in het werken voor de baas met een
hoge graad van intelligentie. Hij heeft een perfecte anatomische bouw en zijn
snelheid en sierlijkheid kunnen alleen door een windhond geëvenaard worden.
Doordat de Schotse Herder korthaar zijn oorspronkelijke werklust behouden heeft
is dit ras vrij eenvoudig gehoorzaam te maken en zijn ze uitermate geschikt om
mee te werken. Bijvoorbeeld gehoorzaamheidstrainingen, behendigheid, flyball en
er zijn zelfs al enkele honden opgeleid als geleidehond en reddingshond.
Let wel op dat deze honden vrij gevoelig zijn voor oneerlijke behandeling en
correcties. Vaak is het al voldoende om de hond met de stem tot de orde te
roepen.
Ook zijn liefde voor kinderen steekt de korthaar niet onder stoelen of
banken. Ze zijn hier erg gesteld op en zijn dus graag bij kinderen in de buurt.
Ook is de korthaar zeer makkelijk in de omgang met andere dieren.
De Schotse Herder korthaar heeft een zeer open karakter, is vrolijk (soms wel
wat uitbundig), aanhankelijk, pittig, zachtaardig, meer bewakingsinstinct dan de
langhaar en soms wat afstandelijk ten opzichte van vreemden; maar mag geen
nerveusiteit of agressiviteit vertonen. Kortom een prima gezinshond, die goed
aard mits hij wel de nodige bewegingsvrijheid krijgt.
De Korthaar Collie komt voor in drie kleuren:
-tricolor: driekleur, overwegend zwart met roestbruine en witte
aftekening.
-sable: roodbruine haren met zwarte haarpunten met witte aftekening.
-blue merle: zilverachtig grijs met zwarte vlekken of gemarmerd, waardoor
een blauwe gloed verkregen wordt met roestbruine en witte aftekening. Bij deze
kleur kan een porselein oog of glasoog voorkomen. De iris heeft dan geheel of
gedeeltelijk een blauwe kleur.
Bij al deze drie kleurslagen hebben een geheel of gedeeltelijk witte kraag,
witte bef, benen en voeten en een witte staartpunt de voorkeur.
Kenmerkend voor dit ras zijn de tiporen. Hierbij staat van het oor tweederde
rechtop, terwijl éénderde van het oor naar voren valt. In rust zijn de oren naar
achteren gedraaid en als de hond alert is naar voren gebracht.
( Informatie bron van Balingshoek )
Algeheel verschijningsbeeld
Toont zich als een hond die begiftigd is met intelligentie, waakzaamheid en
drang naar activiteit. Zijn waardigheid in stand wordt bepaald door een
perfecte anatomische bouw, waarbij geen enkel onderdeel buiten verhouding is met
het geheel. Hij toont zich als een hond met het vermogen om te werken.
Kenmerken
Lichaamsbouw en belijning verraden kracht en activiteit, zijn vrij van plompheid
en zonder een spoor van grofheid.
De expressie is van het grootste belang. Deze wordt verkregen door het samengaan
van schedel en snuit in perfecte balans, maat, vorm, kleur en plaatsing van de
ogen, correct geplaatste en gedragen oren, daarbij de onderlinge verhouding
tussen deze kwaliteiten in aanmerking nemend.
Temperament
Vrolijk en vriendelijk, nooit nerveus of aggressief.
Hoofd en schedel
De kwaliteiten van het hoofd zijn van groot belang en moeten gezien worden in
verhouding met de grootte van de hond.
Van voren of van opzij gezien lijkt het hoofd op een zuivere, goed afgestompte
wig met een gladde omtrek.
De schedel is vlak.
De zijkanten zijn glad en lopen geleidelijk taps toe van de oren tot de zwarte
neuspunt, zonder opvallende jukbeenderen en smalle snuit.
In profiel bekeken liggen de bovenkant van de schedel en de bovenkant van de
snuit in twee parallelle rechte lijnen van gelijke lengte, gescheiden door een
lichte, maar waarneembare "stop" of onderbreking. Het middelpunt tussen de
binnenste ooghoeken (wat het midden is van een correct geplaatste "stop"), is
het lengte-evenwichtspunt van het hoofd.
Het einde van de gladde, goed ronde snuit is stomp, nooit vierkant.
De onderkaak is sterk en zuiver gemodelleerd.
De schedeldiepte van d
e
wenkbrauw tot de onderzijde van de kaak is nooit overmatig ("deep through").
De neuspunt is altijd zwart.
Ogen
Zeer belangrijk kenmerk, dat de zachte expressie geeft.
De grootte is middelmatig (nooit erg klein). De ogen zijn enigszins schuin
geplaatst, zijn amandelvormig en donkerbruin van kleur, behalve in het geval van
blue merles, bij wie de ogen (één of beide, of een deel van één of beide)
regelmatig blauw of blauw gevlekt zijn.
De expressie is hoog-intelligent, met een levendige, alerte oogopslag als de
hond luistert.
Oren
Matig groot, breder aan de basis en niet te dicht bij elkaar maar ook niet te
wijd uit elkaar geplaatst.
In rust naar achteren gedraaid, maar als de hond alert is, naar voren gebracht
en gedeeltelijk rechtopstaand, met dien verstande dat ongeveer tweederde van het
oor rechtopstaat, terwijl éénderde op natuurlijke wijze naar voren tipt, tot
onder de horizontale lijn.
Mond
Tanden van goed formaat.
Sterke kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, dat wil zeggen
de boventanden overlappen de ondertanden sluitend en staan haaks in de kaken.

Nek
Gespierd, krachtig, tamelijk lang, goed gebogen.
Voorhand
De schouders liggen schuin en zijn goed gehoekt.
De voorbenen zijn recht en gespierd en draaien bij de ellebogen noch naar binnen
noch naar buiten.
De botten zijn rond en matig van omvang.
De voorarm is wat vlezig, de polsen tonen veerkracht, maar zijn niet zwak.
Lichaam
In vergelijking tot de hoogte is het lichaam iets lang.
Sterke rug die boven de lendenen iets welft.
De ribben zijn goed gewelfd, de borst is diep en tamelijk breed achter de
schouders.
Achterhand
De achterbenen zijn gespierd op de dijen, strak en pezig daar beneden.
Goed gehoekte kniegewrichten.
De hakken zijn tamelijk laag gesitueerd en krachtig.
Voeten
Ovaal.
De voetzolen hebben goede kussentjes.
De tenen zijn gebogen en staan dicht tegen elkaar. De achtervoeten iets minder
gebogen.
Staart
Lang; de we
rvels
komen tenminste tot de punt van de hak.
In rust laag gedragen, maar met een lichte opwaartse beweging aan de punt. Bij
opwinding mag de staart vrolijk gedragen worden, maar nooit over de rug.
Gangwerk / beweging
De beweging is een specifieke karakteristiek van dit ras.
Een solide hond draait nooit zijn ellebogen naar buiten, maar in beweging zet
hij toch zijn voorvoeten verhoudingsgewijs dicht bij elkaar.
Weven, kruisen of rollen zijn hoogst ongewenst.
Van achteren gezien moeten de achterbenen van het hakgewricht tot de grond
evenwijdig gaan.
De achterbenen zijn krachtig en goed stuwend.
Van opzij gezien is de beweging vloeiend.
Een redelijk lange en lichte pas is gewenst, die heel moeiteloos oogt.
Vacht
Kort, vlak aanliggend.
De bovenvacht heeft een stugge structuur, de ondervacht is erg dicht.
Niet getrimd of geknipt.
Kleur
Drie kleuren zijn erkend: Sable en Wit, Tricolour en Blue Merle.
Sable
Elke schakering tussen licht goudkleurig tot rijk mahonie of donkerbruin met
zwarte haarpunten.

Lichte stro- of cremekleur hoogst ongewenst.
Tricolour
Overwegend zwart met rijke tankleurige aftekeningen aan benen en hoofd.
Een roestige tint in de bovenvacht is hoogst ongewenst.
Blue merle
Overwegend helder, zilverachtig blauw met zwarte spikkels of gemarmerd.
Rijke tanaftekeningen hebben de voorkeur, maar het ontbreken daarvan mag niet
bestraft worden.
Grote zwarte platen, leikleur of een roestige tint in boven- of ondervacht zijn
hoogst ongewenst.
Witaftekeningen
Alle bovengenoemde kleurslagen behoren in meer of mindere mate de voor de Collie
typische witte aftekeningen te dragen.
De volgende aftekeningen hebben de voorkeur: witte kraag, geheel of
gedeeltelijk, witte bef, benen en voeten, witte staartpunt.
Een
bles op snuit en/of schedel is toegestaan.
Geheel of overwegend wit is hoogst ongewenst.
Grootte
Reuen 56-61 cm (22-24 inches) schouderhoogte, teven 51-56 cm (20-22 inches).
Gewicht: reuen 20,5 - 29,5 kg (45-65 lbs), teven 18-25 kg (40-55 lbs).
Fouten
Elke afwijking van bovengenoemde punten dient als fout te worden beschouwd en de
beoordeling van de ernst van de fout dient in verhouding te staan tot de mate
waarin de fout zich voordoet.
N.B.
Reuen behoren twee duidelijk normale teelballen te hebben die volledig in de
balzak zijn ingedaald.
( Informatie bron Collieclub.nl )





