Herkomst Schotse Herdershond Langhaar:
In de loop der jaren hebben veel mensen getracht de herkomst van de
Langharige Collie te achterhalen. Tot op de dag van vandaag is het zelfs zeer
bekwame onderzoekers nog niet gelukt. Wat we wel zeker weten, is dat de Schotse
Herdershond, of Collie, vanouds de schapen heeft gehoed in de Schotse
Hooglanden. Het ras is vroeger erg aan modeschommelingen onderhevig geweest,
zodat er wat verschillen in uiterlijk ontstonden. De Britse Koningin Victoria
was een groot liefhebster van de Collie, waardoor het ras een grote bekendheid
heeft gekregen. De beroemde "Lassie" films,
oorspronkelijk uit de jaren zestig,
hebben de Colliefokkerij negatief beinvloed doordat vele mensen plotseling een
hond als "Lassie" wilden hebben. Hierdoor werd het ras interessant voor
vermeerderaars met louter financieel gewin voor ogen.
Op dit moment kent De Collieclub een groot aantal goedwillende en
idealistische fokkers die proberen de Colliefokkerij op een zo hoog mogelijk
peil te beoefenen. Deze fokkers sparen kosten noch moeite om goede combinaties
te maken die resulteren in een mooie, gezonde Collie met een goed karakter.
Algeheel verschijningsbeeld:
Toont zich als een hond van grote schoonheid, die staat met onverstoorbare
waardigheid, zonder dat een onderdeel in wanverhouding is met het geheel.
Kenmerken:
Lichaamsbouw en belijning verraden kracht en activiteit, zijn vrij van plompheid
en zonder een spoor van grofheid.
De expressie is van het grootste belang. Deze wordt verkregen door het samengaan
van schedel en snuit in perfecte balans, maat, vorm, kleur en plaatsing van de
ogen, correct geplaatste en gedragen oren, daarbij de onderlinge verhouding
tussen deze kwaliteiten in aanmerking nemend.
Temperament:
Vriendelijke aard zonder een spoor van nervositeit of aggressiviteit.
Hoofd en schedel:
De kwaliteiten van het hoofd zijn van groot belang en moeten gezien worden in
verhouding met de grootte van de hond.
Van voren of van opzij gezien lijkt het hoofd op een zuivere, goed afgestompte
wig met een gladde omtrek.
De schedel is vlak.
De zijkanten zijn glad en lopen geleidelijk taps toe van de oren tot de zwarte
neuspunt, zonder opvallende jukbeenderen en smalle snuit.
In profiel bekeken liggen de bovenkant van de schedel en de bovenkant van de
snuit in twee parallelle rechte lijnen van gelijke lengte, gescheiden door een
lichte, maar waarneembare "stop" of onderbreking. Het middelpunt tussen de
binnenste ooghoeken (wat het midden is van een correct geplaatste "stop"), is
het lengte-evenwichtspunt van het hoofd.
Het einde van de gladde, goed ronde snuit is stomp, nooit vierkant.
De onderkaak is sterk en zuiver gemodelleerd.
De schedeldiepte van de wenkbrauw tot de onderzijde van de kaak is nooit
overmatig ("deep through"). De neuspunt is altijd zwart.
Ogen:
Zeer belangrijk kenmerk, dat de zachte expressie geeft.
De grootte is middelmatig (nooit erg klein). De ogen zijn enigszins schuin
geplaatst, zijn amandelvormig en donkerbruin van kleur, behalve in het geval van
blue merles, bij wie de ogen (één of beide, of een deel van één of beide)
regelmatig blauw of blauw gevlekt zijn.
De expressie is hoog-intelligent, met een levendige, alerte oogopslag als de
hond luistert.
Oren:
Klein, niet te dicht bij elkaar bovenop de schedel, maar ook niet te wijd uit
elkaar.
In rust naar achteren gedraaid, maar als de hond alert is, naar voren gebracht
en gedeeltelijk rechtopstaand, met dien verstande dat ongeveer tweederde van het
oor rechtopstaat, terwijl éénderde op natuurlijke wijze naar voren tipt, tot
onder de horizontale lijn.
Mond:
Tanden van goed formaat.
Sterke kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, dat wil zeggen
de boventanden overlappen de ondertanden sluitend en staan
haaks in de kaken.
Nek:
Gespierd, krachtig, tamelijk lang, goed gebogen.
Voorhand:
De schouders liggen schuin en zijn goed gehoekt.
De voorbenen zijn recht en gespierd en draaien bij de ellebogen noch naar binnen
noch naar buiten. De botten zijn rond en matig van omvang.
Lichaam:
In vergelijking tot de hoogte is het lichaam iets lang.
Sterke rug die boven de lendenen iets welft.
De ribben zijn goed gewelfd, de borst is diep en tamelijk breed achter de
schouders.
Achterhand:
De achterbenen zijn gespierd op de dijen, strak en pezig daar beneden.
Goed gehoekte kniegewrichten.
De hakken zijn tamelijk laag gesitueerd en krachtig.
Voeten:
Ovaal. De voetzolen hebben goede kussentjes.
De tenen zijn gebogen en staan dicht tegen elkaar. De achtervoeten iets minder
gebogen.
Staart:
Lang; de wervels komen tenminste tot de punt van de hak.
In rust laag gedragen, maar met een lichte opwaartse beweging aan de punt. Bij
opwinding mag de staart vrolijk gedragen worden, maar nooit over de rug.
Gangwerk / beweging:
De beweging is een specifieke karakteristiek van dit ras.
Een solide hond draait nooit zijn ellebogen naar buiten, maar in beweging zet
hij toch zijn voorvoeten verhoudingsgewijs dicht bij elkaar.
Weven, kruisen of rollen zijn hoogst ongewenst.
Van achtere
n gezien moeten de achterbenen van het hakgewricht tot de grond
evenwijdig gaan maar niet te dicht bij elkaar.
Van opzij gezien is de beweging vloeiend.
De achterbenen zijn krachtig en zorgen ruimschoots voor stuwing.
Een redelijk lange en lichte pas is gewenst, die heel moeiteloos oogt.
Vacht:
Passend over de belijning van het lichaam; zeer dicht.
De bovenvacht is recht en voelt stug aan, de ondervacht is zacht en wollig en
zeer gesloten, waardoor de huid bijna onzichtbaar is.
Manen en bef zeer overvloedig, masker en gezicht kort behaard. De oren zijn kort
behaard aan de tippen, maar dragen meer haar naar de basis toe.
De voorbenen zijn rijk bevederd. De achterbenen hebben boven de hakken een rijk
behaarde broek, maar zijn kort behaard onder het hakgewricht.
Het haar op de staart is zeer overvloedig.
Kleuren:
Drie kleuren zijn erkend: Sable en Wit, Tricolour en Blue Merle.
Sable:
Elke schakering tussen licht goudkleurig tot rijk mahonie of donkerbruin met
zwarte haarpunten.
Lichte stro- of cremekleur hoogst ongewenst.
Tricolour:
Overwegend zwart met rijke tankleurige aftekeningen aan benen en hoofd.
Een roestige tint in de bovenvacht is hoogst ongewenst.
Blue merle:
Overwegend helder, zilverachtig blauw met zwarte spikkels of gemarmerd.
Rijke tanaftekeningen hebben de voorkeur, maar het ontbreken daarvan mag niet
bestraft worden.
Grote zwarte platen, leikleur of een roestige tint in boven- of ondervacht zijn
hoogst ongewenst.
Witaftekeningen:
Alle bovengenoemde kleurslagen behoren in meer of mindere mate de voor de Collie
typische witte aftekeningen te dragen.
De volgende aftekeningen hebben de voorkeur: witte kraag, geheel of
gedeeltelijk, witte bef, benen en voeten, witte staartpunt.

Een bles op snuit en/of schedel is toegestaan.
Grootte:
Reuen 56-61 cm (22-24 inches) schouderhoogte, teven 51-56 cm (20-22 inches).
Fouten:
Elke afwijking van bovengenoemde punten dient als fout te worden beschouwd en de
beoordeling van de ernst van de fout dient in verhouding te staan tot de mate
waarin de fout zich voordoet.
N.B.
Reuen behoren twee duidelijk normale teelballen te hebben die volledig in de
balzak zijn ingedaald.
( Informatie bron Collieclub.nl )





