Pointchester Kytemark van kennel Pointchester, fotograaf Alice van Kempen
Ras: Schotse Terriër
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Jacht en gezinshond
Grootte: 25-28 cm
Gewicht: 8,5-10,5 kg
Kleur: Tarwekleurig, gestroomd en zwart
Vachtsoort: Harde dikke bovenvacht met een zachte ondervacht
Gem. Leeftijd: 13-14 Jaar
Geschiedenis:
De Schotse Terrier is een van de oudste terrierrassen. De eerste beschrijvingen
van een schotachtige hond zijn van begin vorige eeuw, maar de Schot zoals wij
die nu kennen komt pas rond 1870-80 in beeld. De Schot werd gebruikt in de
Hooglanden van Schotland, rond het Blackmount gebied, voor de ja
cht op das, vos
en ander klein ongedierte. Vreemd genoeg zijn het de Engelsen geweest die het
ras eerst op tentoonstellingen brachten en die de populariteit van het ras tot
ongekende hoogte in de jaren dertig bracht. De oorspronkelijke zand- en
gestroomde kleur werd ook rond deze tijd verdrongen door zwart en langzaam aan
werd zwart de meest bekende verschijning van de Schot, zeker geholpen door de reklame voor Black & White Whisky! Na de Tweede Wereldoorlog begon de Schot in
populariteit te verliezen, maar toch is het een zeer bekend ras. Reeds in de
beginjaren waren Schotten naar ander landen gebracht en in Amerika is er een
grote Schotse Terrier traditie. Nederland kende reeds lang voor 1940 Schotten
fokkers en exposanten.
Uiterlijk:
Het uiterlijk van de Schot is nogal opvallend door zijn karakteristieke bouw,
dat nog eens door het trimwerk wordt benadrukt. Er word gestreeft naar een lang
hoofd, een korte rug en korte benen. Een type die klein genoeg is om in een hol
achter zijn prooi aan te gaan, maar groot genoeg om zijn mannetje te staan
tegenover das en vos. De staart wordt rechtop of licht gebogen over de rug
gedragen. Een lange, harde buitenbeharing m
et ondervacht geeft de Schot een
waterdichte jas. Een Schot mag alle kleuren hebben BEHALVE puur wit. Vaak
geziene kleuren zijn uiteraard zwart, grijs gestroomd, bruingestroomd en
tarwekleurig. In Amerika zijn de tarwekleurige Schotten erg populair. In Europa
zijn er weinig van en in Nederland zelf maar enkele.
Karakter:
Een Schot is een stoere hond - onverschrokken en toch gereserveerd, geen
allemans vriend maar onvoorwaardelijk trouw aan zijn baas. Een Schot zal vaak je
eigen blik vermijden, vindt het zelfs niet leuk als je hem recht aankijkt. Zijn
ze kinderen gewend, dan zijn het uitstekende speelkameraden, vaak hollen ze
achter een b
al of stok aan. Maar ze zijn toch gevoelig voor een vermanend woord
en weten zeer goed wanneer ze iets fout hebben gedaan. Veel wandelen of de hele
dag liggen slapen - een Schot past zichzelf aan en zal niet klagen. De Schot
moet juist alertheid uitstralen - bang hoort een Schot nooit te zijn.
Algemeen voorkomen: Kortbenig, met een gespierde, korte rug en diepe
borstkas. Het hoofd is langgerekt en relatief groot. Nooit lomp of grof. Het
totaalbeeld straalt kracht, waardigheid en harmonie uit. Aristocraat onder de
Terriërs.
Vacht: Vlak aanliggende, dubbele weerbestendige vacht. Bovenvacht: hard,
dicht en draadharig. Ondervacht: kort, dicht en zacht. Kleuren: zwart,
tarwekleurig of in elke tint gestroomd.
Bijzonderheden:
De meeste mensen kennen de Schotse Terriers als een zwarte hond. Hij komt echter
ook voor als gestroomd en tarwekleurig. Pas op met water - probeer of je Schot
kan zwemmen, want dit is niet vanzelfsprekend.
( Informatiebron STC )





