Ras: Sealyham Terriër
Oorsprong:
Groot-Brittannië
Gehouden als:
Jacht en gezelschapshond
Grootte:
31 cm
Gewicht:
9 kg de teven zijn iets lichter
Kleur:
Wit, en op de kop bruine, blauwe of citroengele aftekeningen
Vachtsoort:
Lange harde en draadharige bovenvacht
Gem. Leeftijd:
14 Jaar

Kenmerken:
- Oren zijn rond aan het uiteinde
- Krachtige dijen
- Ronde en katachtige poten
- Donkere ogen
- Door al het lange haar lijkt het gezicht vierkant

Herkomst: Ontstaan door kruisingen van locale Terriërs met waarschijnlijk de Dandie Dinmont en de West Highland White Terriër. Dankt zijn naam aan het landgoed Sealy Ham in Pembrokeshire (Wales), waar het ras rond 1850 voorkwam. Gefokt als werkhond voor de jacht op schadelijk kleinwild. Verscheen in 1903 op een tentoonstelling en werd in 1910 erkend.

Algemeen voorkomen: Kortbenig en veel substantie in klein bestek. Het silhouet is langwerpig. De hals is dik, gespierd en tamelijk lang. Stevig beenwerk en perfect in balans. Maakt een evenwichtige en bedrijvige indruk.

Vacht: Lange, harde en draadachtige bovenvacht met een weerbestendige ondervacht. De kleur is geheel wit of wit met citroengele, bruine, blauwe of daskleurige aftekeningen op hoofd en oren. Veel zwart en donkere haarpunten zijn ongewenst.

Gebruik: Oorspronkelijk gefokt met als vereisten werklust, vechtlust, kracht en uithoudingsvermogen. Nu een sportieve, vriendelijke hond, die eigenzinnig en ondernemend kan zijn en een vaste hand van opvoeden nodig heeft.

Gezondheid: Geen ernstige rasgebonden afwijkingen bekend.

Aard: Oplettend, onbevreesd, schrander. Trouw en vriendelijk, zeker voor kinderen.

Bijzonderheden: Moet minimaal tweemaal per jaar worden getrimd. Het tentoonstellingstoilet vraagt meer onderhoud en vakkennis.