Ras: Shetland Sheepdog
Andere naam: Sheltie
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Schapenhoeder en gezinshond
Grootte: Reuen ong. 37 cm en teven 35,5 cm
Gewicht: 6-7 kg
Kleur: Black and tan, sable, bleu merle, driekleurig en zwart/wit
Vachtsoort: Dubbele vacht, de bovenvacht is lang, recht en
hard en de ondervacht is zacht, kort en dicht
Gem. Leeftijd: 13-14 Jaar
Kenmerken:
- Veel haar rondom de nek
- Spits toelopend hoofd
- Kleine oren
- Donkere ogen
- Rechte rug
Herkomst: Dieren afkomstig van de Shetland-eilanden zijn wel vaker klein: de pony's, de schapen en ook de hondjes die de kuddes moesten hoeden. Dat was immers goedkoper dan een grotere hond en natuurlijke vijanden waren er niet op de eilanden. Over de oorsprong van de Sheltie tast men in het duister. Een inheems veedrijvertje en later de Schotse Herdershond hebben in ieder geval bijgedragen tot het ras.
Algemeen voorkomen: Een Sheltie doet denken aan een miniatuur Collie. Het is een sierlijke schoonheid met symmetrische belijning zodat alle delen harmonieus bij elkaar passen. De vriendelijke, attente uitdrukking en de overvloedige vacht completeren dit beeld.
Vacht: De ondervacht is dik, zacht en kort; de bovenvacht bestaat uit lang, recht en hard haar. De Sheltie komt voor in de volgende kleuren: sable (tussen licht goudkleurig en mahonie in met of zonder zwarte haarpunten), driekleur, blue merle en zwart-wit of zwart-bruin. Witte aftekeningen kunnen voorkomen op de bles, kraag, borst, benen en staartpunt.
Gezondheid: Pups worden onderzocht op het voorkomen van de erfelijke oogafwijking CEA. Ook hyperthyroidie - een te traag werkende schildklier - wordt zo nu en dan vastgesteld.
Aard: Actief, vrolijk, oplettend, vriendelijk, trouw aan de baas en diens gezin, gereserveerd naar vreemden, zeer intelligent, werkt graag. Gevoelig van aard, ongeschikt voor harde bejegening, hebben behoefte aan gezelschap. Shelties zijn waaks, en daarbij soms luidruchtig.





