Ras: Soft-Coated Wheaten Terriër
Oorsprong: Ierland
Gehouden als: Gezelschapshond
Grootte: 46-48 cm
Gewicht: 16-20 kg
Kleur: Tarwe kleurig
Vachtsoort: Golvende zachte bovenvacht
Gem. Leeftijd: 13-14 Jaar
Kenmerken:
- Sterke nek
- Redelijk lang hoofd
- Kleine compacte poten
- Zwarte nagels
- Kleine v-vormige oren
Herkomst: Van origine een werkhond over wiens ontstaan weinig bekend is. Verondersteld wordt dat er verwantschap bestaat met de andere Ierse Terriërrassen. Rond 1920 verscheen er een Softcoated Wheaten Terriër op een veldwedstrijd en ontstond belangstelling voor het ras.
Algemeen voorkomen: Goed gebouwde, harde en actieve hond, die een krachtige indruk maakt. Normale beenlengte. De overvloedige, zachte, zijdeachtige vacht, die aan een wuivend tarweveld doet denken, onderscheidt hem van de andere Terriërs. Lichaam compact. Gangwerk soepel en harmonisch.
Vacht: De vacht is zacht, zijdeachtig aanvoelend en niet grof. In de rasstandaard wordt een onderscheid gemaakt tussen getrimde en ongetrimde honden, jonge honden en pups. Kleur: elke schakering van licht tarwe tot roodgoud.
Gebruik: Van origine een boerenhond, die werd gebruikt voor bewaking en verdediging van huis en haard. Ook voor het opruimen van schadelijk wild en de jacht op konijnen en dassen. Nu een vitale, speelse hond, die in een gezin, ook met kinderen, goed kan functioneren.
Gezondheid: Door regelgeving van de rasvereniging zijn erfelijke oogafwijkingen die in het verleden nog wel eens voorkwamen vrijwel geheel verdwenen.
Aard: Energiek, dapper en met een goed humeur. Schrander, betrouwbaar, verdedigend, maar niet agressief. Een milder temperament dan de meeste Terriërrassen.
Bijzonderheden: Afhankelijk van of de vacht geknipt wordt of niet, is meer of minder verzorging nodig. Toiletteren uitsluitend met een schaar. Regelmatig kammen om klitten te voorkomen.





