Ras: Stabyhoun
Andere naam: Friese stabij
Oorsprong: Nederland
Gehouden als: Jacht en gezinshond
Grootte: Reuen ong. 53 cm en teven ong. 50 cm
Gewicht: 15-20 kg
Kleur: Zwartbont, bruinschimmel, zwartschimmel en bruinbont
Vachtsoort: Lang en sluik haar met dichte ondervacht
Gem. Leeftijd: 12-14 Jaar
Geschiedenis in het kort:
De Stabij komt, evenals de Wetterhoun, uit Friesland, vooral uit het Friese
Woudengebied (het oosten en zuidoosten van Friesland). Het ras bestaat
waarschijnlijk al sinds 1800 en werd in 1942 door de Raad van Beheer op
Kynologisch Gebied erkend. De voorvaderen moeten waarschijnlijk gezocht worden
bij de spanjoel (of spaniel), die tijdens de Spaanse bezetting meegekomen waren
naar het noorden. Het is een staande hond, die gebruikt werd voor de jacht op
haar- en veerwild. De Stabij was destijds een hond van ' de kleine (eenvoudige)
man', die hem terzijde stond bij de jacht, dienst deed als mollen- en
bunzingvanger, optrad als waakhond en soms ook als trekhond werd gebruikt. Het
is een veelzijdige hond die tegenwoordig als gezelschapshond wordt gehouden.
Gebruik
Het uitstekende karakter maakt de Stabij geschikt als huishond, maar dan wel een
huishond die dagelijks veel beweging nodig heeft! De Stabij is een
goede gezinshond, die zich aan het “stadsleven“ heeft weten aan te passen,
maar van het buitenleven houdt en graag met zijn/ haar baas in “weer en
wind“ de natuur in gaat. De Stabij is een prima werkhond, die, mits goed
opgeleid, ook voor de jacht geschikt is. Ondanks zijn open en tamelijk
onbevangen karakter kan een Stabij in een drukke omgeving wat nerveus ogen.
Algehele beeld
Een eenvoudige, krachtig gebouwde, langharige staande hond, meer gestrekt dan
hoog, die niet te fors en niet te fijn mag zijn. De huid moet goed gespannen
zijn en de hond mag geen keelhuid en hanglippen vertonen.
Aard
De Stabij is als huishond aanhankelijk, zacht en lief. De hond is
schrander, leerzaam en gehoorzaam. In huis of op het erf is de Stabij een
rustige maar waakse hond, niet vals noch bijterig.
Hoofd
Het hoofd is “droog“ en de grootte in verhouding tot het lichaam, vertoont
meer lengte dan breedte. Schedel en snuit zijn even lang. De schedel is
licht gewelfd, niet smal, doch vooral niet de indruk wekkend van breed te
zijn en gaat met een lichte ronding over in de wangen (wangspieren weinig
ontwikkeld). De overgang van de schedel in snuit, stop, geleidelijk en
slechts matig aangegeven. De snuit krachtig, geleidelijk iets smaller
wordend naar de neus toe, zonder spits toe te lopen. De neusrug is recht,
dus van terzijde gezien niet een bol-, noch een holliggende lijn tonend. De
neusrug is breed en de neus is goed open. De lippen goed gesloten, niet
overhangend. Gebit krachtig en scharend.
Oren
De oren zijn vrij laag aangezet, oorschelp niet sterk ontwikkeld, zodat de
oren goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd gedragen
worden.De oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van een troffel. De
beharing van het oor is een typische eigenschap van het ras, zij is bij de
basis van het oor vrij lang, neemt naar beneden in lengte geleidelijk af,
terwijl het onderste 1/3 deel van het oor met kort haar is bezet. De lange
beharing moet recht zijn, iets gegolfd mag.
Ogen
De ogen liggen waterpas, zijn middelmatig groot en rond met goed gesloten
oogleden, zonder het bindvlies te laten zien, noch uitpuilend, noch te diep
liggend. De kleur is donkerbruin voor honden met zwarte grondkleur en bruin voor
honden met bruine of oranje grondkleur, doch nimmer geel als van een roofvogel.
Neus
Zwart voor honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met een bruine
of oranje grondkleur. Niet gespleten. Neusgaten goed geopend,
neusspiegel goed ontwikkeld.
Hals
De hals is kort en rond, in een zeer stompe hoek overgaand in de ruglijn,
zodat het hoofd doorgaans laag wordt gedragen. De hals is licht gewelfd,
geen keelhuid of wammen.
Borst
Van voren gezien is de borst vrij breed, meer breedte dan diepte tonend en
daarom staan de voorbenen vrij ver uit elkaar. De onderborst is niet puntig
en niet dieper reikend dan tot aan de ellebogen.
Lichaam
Het lichaam is krachtig gebouwd. De ribben zijn goed gerond, met goed
ontwikkelde achterribben. De rug is recht, vrij lang met een weinig
afvallend kruis.De lendenen zijn krachtig en de buik is matig opgetrokken.
Staart
De staart is lang en reikt tot aan de hiel. Niet hoog ingeplant en wordt
naar beneden gedragen. Het onderste 1/3 deel gaat met een lichte buiging
naar boven gebogen (in actie gaat de staart omhoog). Rondom en tot aan het einde
lang behaard, zonder krullen of golven (geen bevedering, maar bossig).
Voorhand
Schouder goed aansluitend aan het lichaam. Schouderblad is schuin geplaatst,
goed gehoekt . Onderarm is krachtig, goed recht, voorvoeten recht en niet
doorgezakt. Voeten zijn rond, tenen goed ontwikkeld en gebogen met krachtige
voetzolen
Achterhand
De achterhand is krachtig met goede hoeking van darm- en dijbeen en van
dijbeen en schenkelbeen. Schenkelbeen mag niet te lang zijn. Hiel is dicht
bij de grond geplaatst, achtermiddenvoet dus kort. Achtervoeten rond met
goed ontwikkelde voetzolen.
Beharing
De beharing is lang en sluik over de gehele romp. Hoogstens mag op het kruis een
enkele lichte golf voorkomen. Het hoofd is kort behaard. De beharing aan de
achterzijde van de voorbenen en aan de broek is goed ontwikkeld, meer bossige
beharing dan vederbeharing. Broek is lang behaard. Iets gekrulde beharing komt
soms voor, maar wijst op een kruising en daarom mogen de honden met een
dergelijke beharing niet als Stabij worden erkend
Kleur en Grootte
De kleuren zwart met witte aftekening, alsmede bruin met witte aftekening en
oranje met witte aftekening komen voor. In het wit mogen schimmel en/of spikkels
voorkomen. De ideale maat voor reuen is 53 cm en voor teven is de ideale maat 49
cm.
( Informatie bron NVSW )





