Ras: Tervuerense Herder
Oorsprong: België
Gehouden als: Beveiligings en gezelschapshond
Grootte: 56-66 cm
Gewicht: 27,5-28,5 kg
Kleur: Grijs, rood en licht geelbruin
Vachtsoort: Halflange bovenvacht met ondervacht
Gem. Leeftijd: 12-13 Jaar
Kenmerken:
- Ronde poten
- Opgerichte oren
- Haar is op het gezicht donkerder
- Atletische achterbenen
Herkomst: Aan het einde van de 19e eeuw was er in België een heel scala aan honden van onduidelijke afkomst die werden ingezet voor hoeden en bewaken. Door een en ander te hergroeperen zijn vier varianten ontstaan: de Tervuerense, Laekense en Mechelse Herder en de Groenendaeler. Deze variëteiten worden apart gefokt. Ze verschillen onderling qua uiterlijk; ook het karakter en de werkeigenschappen verschillen iets.
Algemeen voorkomen: Harmonieuze en evenredig gebouwde hond die lichter en vierkanter is dan de Duitse Herder. Hij oogt robuust en sierlijk en draagt zijn hoofd fier omhoog met een levendige en onderzoekende blik.
Vacht: Langharig; rosgevlamd of zwartgevlamd met zwart masker.
Gezondheid: Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie.
Aard: Pittig, actief, bedrijvig, intelligent, waaks, beschermend, betrouwbaar, gehoorzaam. Het instinct om de groep bij elkaar te houden is nog steeds aanwezig. De Belgische Herder heeft een consequente opvoeding met zachte hand nodig: door een harde aanpak wordt hij onwillig.





