U bevindt zich hier: T Thai Ridgeback

Ras: Thai Ridgeback
Andere naam:
Mah Thai
Oorsprong:
Thailand
Gehouden als:
Waak en gezelschapshond
Grootte:
Reuen 52,5-60 cm en teven 47,5-55 cm
Gewicht:
23-34 kg
Kleur:
Blauw, zilver, zwart en kastanje kleurig
Vachtsoort:
Korte dichte vacht
Gem. Leeftijd:
12-13 Jaar

Nieuwe pagina 2

Herkomst:
De Thai-Ridgeback is een oud ras en een van de vier inheemse hondenrassen die Thailand rijk is. De overige rassen zijn de Thailand Dog, de Gank-Kaew Dog en de OpTsooihaarloze Boran Dog. In het Para gebergte in Thailand, in de provincie Uthai-Nee, zijn in de grot Tum-Pra-Toon rotstekeningen bewaard gebleven die meer dan 3000 jaar oud zijn. Op deze tekeningen staan honden afgebeeld die veel gelijkenis vertonen met de huidige Thai-Ridgeback.
Er is een studie gehouden over de ontwikkelingen van de Dingo. Door acheologische vondsten en opgravingen is men tot de conclusie gekomen dat de ontwikkeling van de Dingo in Asië is begonnen. De eerste Dingo-achtige fossielen zijn gevonden in Ban Chiang in Noord-Oost Thailand. Later zijn er ook nog een aantal gevonden in Vietnam. Na de skeletten nauwkeurig onderzocht te hebben, heeft men kunnen nagaan dat deze fossielen verschillende genen beschikken. Namelijk die van de Aziatische wolf (Canine Lupis Pallipes), Arabische wolf (Canine lupis Araba) en genen van de huidige Dingo's die nog in Australië en Thailand voorkomen. Meer info..

Werk:
De Thai-Ridgeback was in eerste instantie dus een jachthond. Hij joeg met name op klein haarwild als konijnen, maar werd ook ingezet op groter wild als herten. Men had hiervoor een hond nodig die zeer behendig en snel was. Hoewel hij goede ogen heeft, jaagt hij toch voornamelijk met zijn neus. Naast zijn werk als jachthond, was hij ook een voortreflijke waker. Zijn taak was het om de boerderij, die de hele dag verlaten was, te beschermen. Dit deed hij met verve.
Zoals met veel gebruikshonden het geval is, kwam pas relatief laat de behoefte om de Thai Ridgeback als ras te erkennen. De hond moest werken voor de kost en hoe hij eruit zag, was van ondergeschikte belang. Meer info..

Nederland:
Oktober 1991 ging dhr. R. Mersmann, fokker van Rhodesian Ridgebacks, naar Vietnam. Hij had in Toepoels Encyclopedie gelezen dat er in dat land ook een hondenras bestond met een pronkrug en zo ging hij op zoek naar de Phu-Quoc hond. Volgens een kennis van hem zouden er ook in Thailand honden van dit type rondlopen. Dhr. Mermann besloot dan ook in beide landen eens een kijkje te nemen.
In eerste instantie was het voor hem een enorme cultuurshok om te zien hoe de honden in Thailand gehouden werden. De honden werden niet ecLuug Sornht op de manier gehouden zoals wij dat gewend zijn, maar desondanks besloot hij toch een pup mee naar Nederland terug te nemen. Meer info...


Rasstandaard:

Algemeen voorkomen: Middelgrote hond met kort haar dat een ridge vormt over de rug. Het lichaam is iets langer dan de schouderhoogte. De spieren zijn goed ontwikkeld en zijn anatomische bouw is geschikt voor zijn gebruik. Belangrijke verhoudingen: lengte van het lichaam : hoogte (schofthoogte) = 11:10. Diepte van de borst : hoogte (schofthoogte) = 5:10. Lengte van de voorsnuit : lengte van het hoofd = 2:3.

Kenmerken: Krachtig en actief, met uitstekende springcapaciteiten.

Hoofd: De schedel is vlak en loopt weinig naar de stop af. De stop is goed aangeduid, maar matig. De overgang is niet abrupt. De neuskleur is zwart en de neusrug recht en lang. Voorsnuit wigvormig. Honden met een gele vacht hebben een zwart masker. Lippen strak. Zwarte aftekeningen op de tong. De bovenkaak is breed en de onderkaak is sterk.

Gebit: Wit en sterk met een schaargebit.

Ogen: Middelgroot en amandelvormig. De oogkleur is donkerbruin. Bij blauwe en zilverkleurige honden zijn amberkleurige ogen toegestaan.

Oren: Aangezet aan beide zijden van de schedel, die tussen de oren enigzins breed is. Vrij groot, driehoekig, naar voren gericht en rechtop gedragen. Niet gecoupeerd.

Hals: Sterk bespierd, zorgt voor een hooggedragen hoofd.

Lichaam: Rug sterk en breed. Kruis matig rond. Diep genoeg om tot de ellebogen te reiken. Ribben goed gevormd, maar niet tonvormig. Buik opgetrokken.
Voorhand: De voorbenen zijn recht.

Achterhand: Goed ontwikkelde dijen en goed gebogen knieën. Hakken zijn sterk.

Voeten: De nagels zijn zwart of van licht naar bruin.

Staart: Heeft een brede aanzet en versmalt geleidelijk naar de punt. De punt reikt tot de spronggewrichten. Hij wordt verticaal gedragen of buigt als een sikkelstaart.

Beweging: Gangwerk zonder opgooiende of rollende beweging van het lichaam. Gang verloopt in twee parallele rechte lijnen. Van voren bezien bewegen de voorbenen in rechte lijnen op en neer, en zijn schouder, elleboog en polsgwrichten ongeveer in één lijn. De beweging verloopt in een recht patroon, zonder dat de voeten naar buiten of naar binnen worden geplaatst; hierdoor wordt de pas lang en de stuwkracht sterk. Het algehele beeld van de bewegende hond is vloeiend en harmonisch.

Huid: Zacht, soepel en strak.

Vacht: Kort en glad. De ridge wordt gevormd door haar dat tegen de richting van de rest van de vacht in groeit. Hij moet duidelijk te onderscheiden zijn van andere delen van de rug. Er zijn verschillende vormen van ridges, maar aan een symetrische wordt de voorkeur gegeven.

Kleur: Eenkleurig: licht kastanjerood(hoe dieper, hoe beter), zuiver zwart, zilver en blauw.

Hoogte: Ideale schofthoogte: reuen 56-61cm, teven 51-56 cm; met een tolerantie van een halve inch(1,25cm)

Fouten: Elke afwijking van de voorgaand punten moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.
-ieder ander gebit dan een schaargebit;
-niet harmonische ridge.

Uitsluitende fouten:
-honden zonder ridge;
-lang haar.

Opmerking: De reuen moeten normaal ontwikkelde, volledige in het scrotum ingedaalse testikels hebben.

( Informatie bron Thai-Ridgeback.nl )