U bevindt zich hier: T Tibetaanse Mastiff

Ras: Tibetaanse Mastiff
Andere naam:
Do-Khyi
Oorsprong:
Tibet
Gehouden als:
Waak en gezinshond
Grootte:
Reuen min. 66 cm en teven min. 61 cm
Gewicht:
64 - 82 kg
Kleur:
Effen zwart, oudbruin, grijs, black and tan, rood, goud/blond of cremekleurig.
Vachtsoort: Lange dichte vacht met een zware ondervacht
Gem. Leeftijd:
10-11 Jaar

Nieuwe pagina 1

Raskenmerken en Rastype van de Tibetaanse Mastiff :
De minimumschofthoogte van een reu is 66 cm bij een gewicht van circa 65 kg; de minimum hoogte van een teef is 62 cm bij een wat lager gewicht. De totale aanblik van de hond is zwaar, breed en sterk.
De dikke manenkraag met de achter het achterhoofd opstaande haren accentueert het machtige hoofd.
De schedellengte verhoudt zich tot de lengte van de snuit als M; de lengte van de snuit mag echter ook iets korter zijn. De schedel is breed en massief met een geprononceerde achterhoofdsknobbel en een duidelijke stop. De ondiepe plooi boven de ogen loopt langs de zijkant van het hoofd door tot aan de mondhoeken.
De snuit is kort, breed en maakt een vierkante indruk, ongeacht van welke kant men hem beziet. De boventip hangt iets over de onderlip.
De ogen zijn middelgroot, maar liever nog iets kleiner. Ze liggen tamelijk diep, zijn helder, staan goed uit elkaar en zijn iets schuin geplaatst.
De kleur is donkerbruin; een wat lichtere oogkleur is uitsluitend toegestaan bij honden met een grijze vachtkleur. De uitdrukking in de ogen is ernstig of oplettend. De hangende oren zijn driehoekig, middelgroot, liggen aan het hoofd en zijn tamelijk laag aangezet.
De oren zijn voorzien van kort, zijdeachtig haar, bij zeer zwaar behaarde honden wordt iets langer haar op de ogen toegestaan.
De staart wordt in een lichte krul over de rug gedragen.
Het gangwerk is krachtig en vrij, nooit log maar altijd licht en veerkrachtig. In het algemeen geeft de hond de voorkeur aan een langzame gang. Zijn bewegingen wekken soms bijna de indruk van een vertraagd beeld.
De vacht is lang, hard en ruig, met een dikke, zware onderwol die bij het verharen bijna geheel loslaat, dun, hard, recht haar, dat de neiging heeft om rechtop te staan.
Nek, schouders en hals zijn bedekt met een dikke manenkraag, die boven op het hoofd een soort kuif vormt.
Aan hoofd en poten is het haar kort, met uitzondering van het bovenachterbeen, waar de vacht zwaarder moet zijn. De lengte van de vacht is verschillend, ze mag echter nooit wollig, zijdeachtig, gekruld of gegolfd zijn.
Naast de standaardzin in de rasstandaarden dat elke afwijking naar verhouding moet worden beoordeeld, worden ook een aantal expliciete fouten genoemd: zwak en licht botwerk; hoogbenigheid; onvoldoende hoeking; onharmonisch totaalbeeld; gekromde rug; afvallend kruis; te hoog aangezette oren; te grote en/of uitpuilende ogen; entropion; ectropion; te smal hoofd; te lichte of te spitse voorsnuit; grootte en gewicht beneden de minimumwaarden van de standaard; alle genoemde ongewenste kleuren; monorchisme of cryptorchisme.

Karakter:
Wat mag je vandaag verwachten als je oog op een Do-Khyi valt? Zijn het nog steeds van die eigenwijze mormels die weglopen, nooit willen luisteren en uren blaffen? Het is een grote uitdaging om als fokker dieren voor de fokkerij te selecteren die wet de typische kenmerken van de Do-Khyi hebben behouden en toch in ons dichtbevolkte, door veel regels ingeperkte Europa niet negatief opvallen. Het moet een goede waakhond blijven zonder meteen in alles wat langskomt zijn tanden te zetten. Eigenzinnig, trots en soms een beetje hautain, maar toch een echte gezinshond, die prima kan opschieten met de kinderen en ook met de bijbehorende katten, kippen of paarden. Stoicijns en lankmoedig, niets kan ze snel van hun a propos brengen. Dankzij de ‘Peter-Beekman-generatie’ van nieuwe fokkers die hun kopers het goede advies geven dat ook de legendarische wachter van het dak van de wereld moet komen als je hem roept, hebben kersverse Do-Khyi eigenaren zich op puppyles gestort en sommige Do-Khyi hebben het zelfs tot GGI en reddingshond gebracht. Wie 15 of 20 jaar geleden nog ‘bij’ een Tibetaan in huis mocht wonen leeft vandaag ‘met’ hem. Het meer op de mens gericht zijn en ook soms door een wilde omhelzing of knuffel, de enorme aanhankelijkheid tonen die de Tibetaan altijd wel eigen is geweest, maken hem de perfecte hond voor diegene die geen slaaf in huis wilt hebben, maar wel een volwaardig gezinslid. Het zijn gevoelige honden; ‘mindreaders’ die een fijne antenne hebben voor stemmingen en situaties. De hoge levensverwachting van 10 tot 12 jaar voor een dergelijke grote hond is een dikke plus. Er is een gezegde onder de Tibetanen eigenaren dat altijd wel zijn geldigheid zal blijven houden: je kan een Tibetaan wel kopen maar nooit bezitten. En dat is ook goed zo.

Kleuren:
In de standaard van de Do-Khyi staan de volgende kleuren vermeld:
black-tan, zwart, grey-tan of grey en rood. Laatstgenoemde kleur heeft bij menigeen heftige gevoelens en reacties losgemaakt. Terwijl de eerste importen uit de Chattangkennel deze kleurvariant vertegenwoordigden was het met de rode honden in de Nederlandse fokkerij slecht gesteld. Vooroordelen als "ze zijn agressief en niet rastypisch, het is een miskeur etc." lieten de rode populatie tot nul slinken. (Waren niet ook de eerste importen naar Engeland in de jaren 30 overwegend rood van kleur’?!) De typische exemplaren werden allen naar het buitenland geėxporteerd waar ze gelukkig succesvol ingezet werden. Wat bezoekers uit binnen- en buitenland dan ook op clubmatches of shows opviel was het ontbreken van zelfs maar een rode Tibetaan, terwijl de wieg van deze kleur nota bene in Nederland stond. Na meer dan 15 jaar absentie werd er ‘weer een nest geboren met drie rode en vijf zwarte pups. Het balletje was aan het rollen en niemand die dat meer tegen kon houden. Op de laatste clubmatches waren dan ook mooie, typische’rode bieten’ in alle kleurschakeringen, van dieprood tot blond, te bewonderen. De originele standaard zegt het zelfs nog preciezer: "various shades of gold". Er moet soms nog een beetje voorlichting gegeven worden omtrent vooroordelen zoals isabel is een miskleur of "ik vind ze te rood". Een feit is, dat genetisch gezien van (lichtblond tot vossenrood) alles mogelijk is. Sterker nog; een recente Tibetaanse legende vertelt dat Tibet bevrijdt zal worden van de Chinese bezetter als er een sneeuwwitte Tibetaan geboren wordt. Een aantrekkelijke gedachte...

( Informatie bron Do-Khyi Kennel Bhairub Shakti )