U bevindt zich hier: W Welsh Corgi Pembroke

Ras: Welsh Corgi Pembroke
Oorsprong:
Groot-Brittannië
Gehouden als:
Herders en gezinshond
Grootte:
25-30 cm
Gewicht: Reuen 9-11 kg en teven 8-10 kg
Kleur:
Rossig rood, zwart, sable en taankleurig met soms wat wit
Vachtsoort:
Halflange dichte en rechte vacht
Gem. Leeftijd:
12-14 Jaar

Oorsprong en gebruik van de Welsh Corgi:
De beide Welsh corgi rassen stammen oorspronkelijk uit Wales. Ze danken hun naam aan de streek waar ze vandaan komen. De Welsh Corgi Cardigan uit het graafschap Cardiganshire en de Welsh Corgi Pembroke uit Pembrokeshire
Corgi's zijn gefokt voor het drijven van vee.
Dit drijven doen ze door luid blaffend de koeien in de hakken te bijten ( heeler ) Ze dwingen respect af door weerbarstige koeien of stieren in de neus te bijten. Corgi's zijn laagbenig gefokt om achteruitslaande bewegingen van de koeien gemakkelijk te kunnen ontwijken.
Voor hun werk moesten ze in staat zijn de kudde zelfstandig naar de weilanden te brengen en deze, op bij de boerderij behorende landerijen, te houden en te beschermen. s'Ávonds moesten ze de kudde weer terugbrengen. Dit werk doen ze nog steeds; ook nu worden ze nog regelmatig voor dit doel ingezet.De moderne veehouder haalt zijn koeien tweemaal per dag naar de stal om te melken. Bij een aantal veehouders doen corgi's dit werk. Als ze s'nachts in de stal blijven waarschuwen ze ook als er wat bijzonders is, bijvoorbeeld als er een kalf geboren moet worden.
Voor het hoeden van schapen zijn de corgi's vanwege hun geblaf - bijtgedrag minder geschikt. Ze kunnen het wel, maar moeten dan door de herder tot kalmte gemaand worden. Ze bewaken ook over huis en erf en verdelgen het ongedierte
In Engeland is de Pembroke vooral populaire geworden als hond van de koninklijke familie.

Lange wandelingen zijn voor de Corgi's, ondanks zijn korte pootjes, geen probleem. Het is echter niet noodzakelijk dat hij ieder dag uren wandelt. Door zijn formaat kan de Corgi gemakkelijk overal mee naar toe nemen; aan meegaan in de auto hebben ze in het algemeen geen hekel.

De Welsh Corgi in Nederland:
Na de tweede wereldoorlog werden de eerste corgi's in Nederland geïmporteerd en sindsdien is hun aantal gestaag gegroeid door de fokkerij in ons land, regelmatig aangevuld met importen, vooral uit Engeland, voor de noodzakelijke bloedverversing.
Naar schatting is het aantal Pembroke en Cardigans ongeveer gelijk, nadat aanvankelijk de Pembroke populairder was. Verreweg de meeste Corgi's wordt tegenwoordig als huishond gehouden. Enkele worden ook in Nederland nog gebruikt op de boerderij als veedrijver.

Gezondheid:
Corgi's zijn in het algemeen gezonde honden en de NWCC wil dit samen met de fokkers zo houden.Gemiddeld bereiken Corgi's een leeftijd van 13 tot 15 jaar.
Uiteraard dienen preventieve entingen tegen de gebruikelijke hondenziektes plaats te vinden.Heupdysplasie komt weinig voor. Door de ouderdieren te laten onderzoeken en selectief te fokken wordt deze aandoening, zoveel als mogelijk is, buiten het ras te houden.
Bij de cardigans komt de oogaandoening PRA. ( Progressieve Retina Atrofie ) voor. Deze erfelijke afwijking veroorzaakt reeds op jonge leeftijd blindheid. Door de inspanning van de serieuze fokkers en de NWCC ( consequent onderzoek en selectief fokken ) probeert men deze ziekte terug te dringen. Het is echter niet te garanderen dat in de toekomst geen enkel geval van PRA. meer zal opduiken.
Bij pembrokes zijn enkele gevallen bekend van Cataract ( staar ). In 1998 is een DNA test beschikbaar gekomen waardoor het mogelijk werd de honden die het PRA gen dragen te selecteren. Door niet met twee dragers te fokken worden er geen lijders aan PRA meer geboren en behoort dit probleem tot het verleden.
Van alle Cardigan pups die via de pupinformatie van de NWCC beschikbaar zijn, zijn de ouders getest. Als een van de ouders drager is zijn ook alle pups getest voordat ze naar de nieuwe eigenaar gaan. Een drager heeft het gen bij zich maar krijgt de ziekte niet, alleen het fokken met een dergelijke hond heeft beperkingen.

Verzorging:

Corgi's zijn gemakkelijke honden in onderhoud.
De vacht ( stokhaar ) vraagt weinig verzorging. Een borstelbeurt eens in de één à twee weken is voldoende. Tijdens de verhaarperiode kan met de dagelijks borstelen veel haar worden opgevangen wat anders in de kamer terecht zal komen. In deze periode is een goede stofzuiger noodzakelijk.
De Corgi weegt ca. 10 tot 15 kg.; de Cardigan is forser en zwaarder dan de Pembroke. De in de handel verkrijgbare voeders bevatten alles wat de hond nodig heeft. De hoeveelheid moet men bepalen op het oog. Te dik is slecht voor de gezondheid. De ribben moeten goed te voelen zijn, maar niet te zien.

Algemene beschrijving:
De Corgi's zijn alerte, intelligent en actieve honden.Ze zijn stevig gebouwd en laag gesteld. ze moeten stoer en beweeglijk zijn en een groot uithoudingsvermogen bezitten. Kortom, ze moetenberekend zijn op hun taak als veedrijver.
De Cardigan ie iets zwaarder en robuuster dan de pembroke. De hoogte van beide rassen ligt rond de 30 cm. Het meest opvallend verschil is de staart. De Cardigan heeft een vossenstaart en bij de Pembroke behoord de staart kort te zijn. Nederland kent enkele fokkers die pembroke met staarten prefereren.
Het hoofd van beide rassen is vosachtig van vorm, Bij de Pembroke is dit wat uitgesprokener het geval dan bij de Cardigan.
De corgi heeft een stockharige vacht met een zachte ondervacht. De beharing bij de kraag en de broek is iets langer dan op het lichaam.
De kleuren van de Pembroke zijn rood en sable ( rood met donkere haarpunten ) met witte aftekening op hoofd, benen en kraag; en driekleurig ( zwart met tan en witte aftekening ). De cardigan kent naast deze kleuren ook de brindle ( gestroomd ) ; zwart met wit; bleu merle ( zilverkleurig ) met zwarte vlekken en wit. Deze blue merles hebben vaak één of twee glasogen ( lichtblauw ). Bij alle andere kleuren moeten de ogen donker zijn.

Karakter:
Corgi's zijn herdershonden.
Als huishond kenmerken ze zich door trouw en waakzaamheid. Ze zijn leergierig, Attent, bereid voor de baas te werken en doen dit met veel plezier. het is een uitgesproken kindervriend. Ze hebben een pittig karakter, dat een consequent rn rechtvaardige hand van de Baas nodig.
Het verdient aanbeveling met een Coegi te gaan werken, bijvoorbeeld een cursus gedrag en gehoorzaamheid, eventueel behendigheid of fly-ball; ze hebben een hekel aan een saai bestaan. Ze willen overal bij zijn en hebben de aanleg zich ook overal mee te bemoeien. Men moet het karakter van een Corgi niet onderschatten.

Op de leeftijd van ongeveer 6 tot 14 maanden ( pubertijd ) zal de Corgi proberen de leiding van de roedel ( het gezin ) op zich te nemen. Bij een juiste en consequente aanpak, met soms stevige correcties, erkent de Corgi zijn baas verder gedurende zijn leven als de 'roedelleider'. U hebt dan een hond die iets speciaals heeft.
mensen die een Corgi bezitten of hebben bezeten, weten dat de Corgi 'iets' heeft, dat hem van andere honden onderscheidt.
De Cardigan en de pembroke verschillen ook in karakter enigszins van elkaar. Pembroke zijn in het algemeen wat serieuzer en iets pittiger. Cardigans zijn wat 'kwajongensachtiger' en mogen graag de clown uithangen. De verschillen zijn globaal, men moet niet uit het oog verliezen, dat de beide rassen tot 1934 door elkaar werden gefokt.


Standaard van de Welsh Corgi Pembroke:
Algeheel beeld:
Laag gesteld, stoer, stevig gebouwd, levendig en actief. Geeft de indruk van kracht en uithoudingsvermogen in een klein lichaam.

Algemene kenmerken
:
Vrijmoedige uitdrukking, voor zijn taak berekend. Vlot en vriendelijk; nooit zenuwachtig of agressief.

Hoofd en schedel:
Hoofd vosachtig in vorm en verschijning met een levendige blik en schrandere uitdrukking. Schedel tamelijk breed en vlak tussen de oren, matige stop. De lengte van de snuit verhoudt zich tot die van de schedel als drie staat tot vijf ( 3 : 5 ). Snuit iets versmallend. Neus zwart.

Ogen:
Goed geplaatst, rond, middelmatig groot, bruin, passend bij de kleur van de vacht.

Oren: Staand, middelmatig groot, licht gerond aan de top. Een lijn, getrokken van de punt van de neus door het oog, moet, indien doorgetrokken, door of vlak langs het uiteinde van het oor lopen.

Gebit: Sterke kaken met een schaargebit, d.w.z. dat de boventanden vlak over de ondertanden heen sluiten en recht in de kaak geplaatst zijn.

Hals: Tamelijk lang.

Voorhand: Korte benen, zo recht mogelijk; bovenarm aansluitend rond de borst. Stevig bot tot aan de voeten. Ellebogen dicht aangesloten tegen de zijden, noch los noch gebonden. Schouders goed geplaatst met een hoeking van 90 graden op de bovenarm.

Lichaam:
Middelmatig lang, goed gewelfde ribben. Niet gedrongen, van boven gezien geleidelijk versmallend. Rechte ruglijn. Borstkas breed en diep, goed diep tussen de voorbenen.

Achterhand: Sterk en lenig, goed gehoekt kniegewricht. Korte benen. Stevig bot tot aan de voeten. Van achteren gezien zijn de hielen recht.

Voeten:
Ovaal, krachtige tenen, goed gewelfd en gesloten, de twee middelste tenen iets voor de twee buitenste tenen, voetzolen sterk en goed gewelfd. Korte nagels.

Staart:
Kort, bij voorkeur van nature. ( bobtail )
Gecoupeerd: kort, ( coupeer verbod in Nederland ).
Ongecoupeerd: In een lijn voortvloeiend met de ruglijn, laag gedragen en niet over de rug gekruld. Als de hond in beweging is, draagt hij de staart in een lijn met zijn rug, in rust laag
Té hoog of té laag gedragen is ongewenst.

Gangwerk: Vrij vlot, noch los, noch gebonden. De voorbenen goed naar voren gebracht zonder teveel te worden opgetild en in harmonie met de voortstuwende beweging van de achterhand.

Beharing:
Van middelmatige lengte, recht met dichte ondervacht, niet zacht, golvend of draadharig

Kleur:
Alle effen kleuren rood; sable; lichtbruin; rood met zwart of één van de kleuren gecombineerd met witte aftekening op benen, borst en/of hals. Iets wit aan het hoofd en voorsnuit toegestaan.

Maten en gewicht:
Hoogte: bij benadering 25,4 - 30,5 cm. (10 - 12 inches) schofthoogte. Gewicht: reuen 10 - 12 kg.; teven 10 - 11 kg.

Fouten: Iedere afwijking van hetgeen in de standaard wordt gesteld moet als een fout worden beschouwd en de wijze waarop de fout wordt aangerekend moet nauwkeurig worden afgemeten aan de mate waarin de fout aanwezig is.

N.B. Reuen moeten twee kennelijk normale testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

( Informatie bron Nederlanse Welsh Corgi Club )