U bevindt zich hier: Y Yorkshire Terriër

Ras: Yorkshire Terriër
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als:
Gezinshond
Grootte:
19-22 cm
Gewicht: 2-3 kg
Kleur:
Donker staal blauw, roestbruin opde borst, kop en poten
Vachtsoort: Lange platte en rechte vacht
Gem. Leeftijd: 14 Jaar
Bijzonderheden:
Pups worden pas na enkele maanden donker staalblauw

Kenmerken:
- Kleine, platte kop met ronde schedel
- Rechtopstaande oren
- Rechte rug
- Zwart omringde ogen
- Rechte poten

Herkomst: Het ras is bekend vanaf de tweede helft van de 19de eeuw. Het kwam toen voor rond Leeds en Halifax (Engeland). Schotse textielarbeiders in Noord-Engeland kruisten hun Terriërs met de lokale Terriërs. Door op eenheid in type en op een steeds kleiner formaat te fokken, ontstond dit nu kleinste Terriërras. Ook buiten Engeland zeer populair.

Algemeen voorkomen: Langharig, gedrongen dameshondje. Onder de overvloedige, staalblauwe vacht schuilt een krachtig en evenredig lichaam. Het hoofd is klein en vlak, de rug is kort en recht. Maakt absoluut een 'klein maar dapper' indruk.

Vacht: De vacht is matig lang, volkomen recht en niet golvend. Hij glanst als zijde en doet ook zijdeachtig aan. Kleur: egaal donker staalblauw (geen zilverblauw) vanaf het achterhoofd tot de staartaanzet. De rest is warm tan.

Gebruik: Hoewel oorspronkelijk voor het Terriërwerk gefokt – o.a. het doden van ratten – nu al jaren een pittig gezelschaps- en tentoonstellingshondje.

Gezondheid: Patella luxatie komt vrij regelmatig voor.

Aard: Moedig, pienter, levendig.

Bijzonderheden: De vacht vraagt vrij veel onderhoud. Elke dag kammen en borstelen. Voor tentoonstellingsbezoek moet de vacht deskundig worden geprepareerd.