Ras: Zwarte Russiche Terriër
Andere naam: Chornyi Terriër en Russkji Tchornji Terriër
Oorsprong: Rusland
Gehouden als: Waak, verdedigings en gezinshond
Grootte: Reuen 66-72 cm en teven 64-70 cm
Gewicht: 40-65 kg
Kleur: Effen zwart of zwart met enkele grijze haren
Vachtsoort: Ruwharige bovenvacht met een dichte ondervacht
Gem. Leeftijd: 10-11 Jaar
Geschiedenis
De Zwarte Russische Terriër is een van de nieuwere rashonden in de wereld. Het
Sovjetrussische Ministerie van Landbouw erkende de Tchiorny Terriër in 1981 als
nieuw Russisch ras. In 1984 volgde de erkenning van de FCI ( Federation
Cynologique International). Sindsdien maakt deze
geweldige hond steeds meer
vrienden over de gehele wereld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond bij het
Rode Leger een groeiende behoefte aan honden, welke geschikt waren voor
legerdoeleinden.
Het Rode Leger kreeg de opdracht om een hond te fokken, die breed inzetbaar was
voor veel militaire doeleinden. Juist deze militaire doeleinden zijn er debet
aan, dat er zo weinig van deze hond bekend is. Het fokprogramma van de nieuwe
hond is dan ook gebaseerd op honden, welke waren buitgemaakt op de Duitse Leger
ten tijde van de oorlog. Het is dan ook niet zo verwonderlijk, dat enkele Duitse
rassen aan de basis staan voor de Zwarte Rus. Dit zijn o.a. de Riesenschnauzer
en de Rottweiler. Ook de Airedale Terrier en de New Foundlander zijn naast
andere honden ook voorouders van de Zwarte Russische Terrier.
Het nieuwe ras moest groot en sterk genoeg zijn, om zware lasten te kunnen
verplaatsen. Ontzag inboezemen. Bestand zijn tegen de enorme klimatologische en
topografische verscheidenheid van de toenmalige Sovjet-Unie.
Het Rode Leger had een allrounder nodig; een hond die alle gewenste
eigenschappen in een groot, sterk en gezond lichaam herbergde. De
hondenspecialisten van de "Rode Ster Kennels" maakten creëerden een hond met
alle gevraagde eigenschappen. Hij moest zowel de hitte van het zuiden als de
ijzige koude van het noorden kunnen doorstaan. Hij moest groot zijn, maar ook
atletisch en wendbaar. Zeer waakzaam, zonder in het wilde weg om zich heen te
gaan bijten. Bovendien moest hij snel af te richten zijn.

De Rode Honden mannen begonnen met een prototype, waaraan de Riesenschnauzer, de
Rottweiler en de Airedale Terriër hun bijdrage leverden. De Airedale gaf zijn
uithoudingsvermogen, gehoorzaamheid en zijn temperament; de Rottweiler zijn
stevige bouw en fysieke kracht. Van de Riesenschnauzer kreeg hij zijn grootte en
felheid.
Deze honden werden niet zomaar op elkaar losgelaten, maar in een uitgekiend fok
programma met elkaar gekruist. De nakomelingen werden weer met elkaar gekruist
en daarna mochten ook andere rassen een duit in het zakje doen: Newfoundlander,
Duitse Staande Draadhaar, Laika, Kaukasische Owtcharka, Moskouse Retriever en
nog wat andere. In totaal werkten een twintigtal rassen mee aan dit bouwpakket,
dat na tientallen jaren fokken, experimenteren en selecteren de Tchiorny Roesky
(Zwarte Rus) opleverden.
Karakter:
Door gericht te fokken en een strenge selectie op de fokdieren toe te passen
ontwikkelde de eerste kruisingsproducten tot de geweldig mooie en stoere hond
van nu. De Zwarte Russische Terriër is zeer evenwichtig van karakter,
uiterst betrouwbaar en zeer intelligent. Hij heeft door zijn langdurig gebruik
in het Rode Leger, zijn enorme arbeidsgeschiktheid en betrouwbaarheid bewezen.
Zijn stabiel karakter en zijn goede en snelle
opmerkingsgave maakt hem voor meer
als alleen bewakingsdoeleinden geschikt. Doordat hij al zijn zintuigen zo goed
gebruikt, en hij zo sensibel is, is hij een zeer bruikbare hond in alle
hondensporten.
Bij uitstek is hij een zeer bekwame verdediger van erf en goed, daar hij een
zeer specifiek gevoel voor goed en kwaad heeft. Een van naturen aanwezige
bewaking- en verdedigingdrang, moet echter wel goed begeleid worden.
Bij alle goede eigenschappen van de Zwarte Russische Terriër is hij niet
van een zekere eigenwijsheid vrij te spreken.
Opgroeiende pups moeten daarom met veel verstand van zaken en consequentie
worden opgevoed. Liefde voor het dier en respect voor het individu hoort hier
zeer zeker genoemd te worden. Daar hij een zeer zelfstandig hond wordt, is het
van belang, dat men goed weet, hoe met honden om te gaan.
De pups staan voor veel dingen open en zijn dan ook erg nieuwsgierig. Dol als ze
zijn op kinderen, gaan ze er ook altijd graag mee om. De pup groeit uit tot een
hond, die heel goed weet wie er tot zijn gezin (= roedel) behoort. Hij zal dan
ook ten alle tijden het voortouw nemen, als het erom gaat zijn roedelgenoten te
beschermen.Wordt de hond consequent opgevoed, dan neemt de Zwarte Russische
Terriër zonder veel moeite zijn plaats in het gezinsroedel in.
Door zijn grote mate van zelfstandigheid en zijn grote intelligentie, is hij
niet de meest geschikte hond voor een beginnende hondenliefhebber.

Men mag daarom alleen een pup in huis halen, als men bereid is om na een jaar en
langer de consequente omgang met de hond te handhaven. Ondanks de grote vreugde
over de nieuwe pup, moet men zich wel grondig realiseren, dat de Zwarte
Russische Terriër binnen een jaar uitgroeit tot een grote, sterke en
weerbare hond.
Veel van deze honden zijn pas laat af, d.w.z. dat zowel hun lichamelijke als hun
geestelijke ontwikkeling zich pas laat volledig ontplooit. Daarom mag men deze
jonge hond bij trainingen niet te zeer belasten.
De Zwarte Russische Terriër is dol op wandelen en zeer actief, zomer en
winter. Hij zwemt graag. Hij wil graag actief beziggehouden worden. In huis is
hij duidelijk aanwezig, zonder druk of zenuwachtig te zijn. Hij is erg waaks,
zonder overmatig veel geblaf; hij is een echte "melder". Hij heeft, zoals de
Engelsen dat zo mooi zeggen, een enorme "Will to please", wat hem
tot een onovertroffen sporthond maakt. Maar denk eraan, dat hij sterk en
zelfverzekerd is. Van oneerlijke fysieke aanpak is de Zwarte Russische Terriër
zeer wars, en hij zal dat dan ook zeer zeker niet accepteren.
Uiterlijk:
De Zwarte Russische Terriër is dus op een zeer ongewone manier gefokt, maar
gelukkig is hij een doodgewone hond. Een beetje groot misschien. Op straat loop
je met een opvallende verschijning aan je zijde; een ruim 45 kilo wegende, meer
dan 70 centimeter hoge kanjer. De Zwarte Russische Terriër heeft een
zwaar skelet met goed ontwikkelde bouw en een massieve bespiering. Een strakke
elastische huid zonder plooien of wammen.
De hoogte: De reu is 68 tot 74 centimeters; van teven is de hoogte 64 tot
70 centimeters.
De vacht: Dicht aangesloten, draadachtig en licht golvend. Het 4 tot 10
cm. lange bovenhaar bedekt het hele lichaam van de hond. De vacht is goed
ontwikkeld en vormt op de kop wenkbrauwen en baard, het z.g. garnituur.
Kleur: Zwart of zwart met enkele grijze haren.
De kop: Harmonisch in verhouding met de rest van het lichaam. Hij is
tamelijk smal in het schedelgedeelte, met ronde maar niet te sterk ontwikkelde
jukbeenderen. Hij heeft een vlakke schedel, de stop voelbaar doch niet te sterk.
De schedellijn loopt parallel met de neusrug, die iets korter is. De sterke
snuit eindigt in een stompe neus. Baard en baardharen geven de snuit een
vierkante vorm. De lippen zijn vlezig en liggen kort aan.
De Zwarte Russische Terriër beweegt makkelijk, vrij en harmonisch. De
draf en de galop zijn karakteristieke gangen. In draf bewegen zijn ledematen
correct; uit zijn gangwerk blijkt zijn zelfvertrouwen en kracht. De rug en de
nierstreek bewegen elastisch mee. Schoft en lendenen blijven bij de draf op een
lijn. Zijn verschijning is opvallend, en hij presenteert zich heel zelfverzekerd
en hij is alert op zijn omgeving.
De rasstandaard schrijft tevens voor dat de honden aan de staart gecoupeerd
dienen te worden, maar dat is in Nederland vanaf 1 september 2001 bij de wet
verboden. Wij zullen derhalve moeten wennen aan Zwarte Russische Terriërs met
een natuurlijke staart. In landen als Finland en Duitsland is men al weer gewend
aan de lange staarten van vele hondenrassen, omdat in deze landen het
coupeerverbod al van kracht is.