Ras: Zwitserse Witte Herdershond
Oorsprong: Zwitserland
Gemiddelde leeftijd: 11-13 Jaar
Gebruiksdoel:
Familie- en gebruikshond met uitgesproken liefde voor kinderen, een oplettende waker, een opgewekte en gemakkelijk lerende werkhond.
Kort overzicht van de geschiedenis:
In Amerika en Canada hebben de Witte Herders zich langzaamaan ontwikkeld tot
een op zich staand ras. De eerste honden van dit ras werden in de beginjaren ’70
geïmporteerd in Zwitserland. De Amerikaanse reu ‘Lobo’, geboren op 05-03-1966,
kan als de stamvader van het ras in Zwitserland beschouwd worden. Met de
nakomelingen van deze reu ingeschreven in het Zwitserse Stamboek (LOS- Livre des
origines Suisse) evenals de
nakomelingen van andere Witte Herders, geïmporteerd
uit Amerika en Canada, verbreidde de Witte Herder zich geleidelijk aan over
geheel Europa; waar ze vandaag de dag, meerdere generaties raszuiver gefokt, in
grote aantallen leven. Sinds juni 1991 worden deze honden als ‘nieuw ras’
ingeschreven in de Bijlage van het Zwitserse Hondenstamboek (LOS).
Algemene verschijning:
Een krachtige, goed bespierde middelgrote stok- of langstokharige
herdershond met staande oren, van rechthoekig formaat, middelzwaar beendergestel
en een elegant en harmonieus silhouet.
Belangrijke verhouding/formaat: Middellang rechthoekig formaat. De
verhouding van de lichaamslengte (gemeten vanaf het borstbeen tot het zitbeen)
en de schofthoogte bedraagt 12 : 10. De afstand van de stop tot aan de
neusspiegel overtreft die van de stop tot aan de achterhoofdsknobbel in geringe
mate.
Gedrag en karakter:
Temperamentvol zonder nervositeit, opmerkzaam en waakzaam, soms enigszins
gereserveerd tegenover vreemden, echter nooit angstig of agressief.
Hoofd:
Krachtig, droog en slank besneden, in goede verhouding tot het lichaam
staand. Van boven en opzij gezien wigvormig. Bovenbelijnin
g van schedel en snuit
lopen evenwijdig.
Schedel:
Schedel: Flauw gewelfd, met nauwelijks aanwezige middengroef.
Stop: Zacht verlopend, doch duidelijk zichtbaar.
Gezicht:
Neusspiegel: middelgroot. Zwart gewenst, een lichtere neus en/of een
wisselneus is toegestaan.
Snuit: Krachtig en middellang in verhouding tot de schedel. Neusrug en
onderkaakbelijning zijn recht, naar de neus toe licht samenlopend.
Lippen: Strak, goed gesloten, bij voorkeur zo zwart mogelijk.
Gebit: Krachtig en volledig schaargebit, waarbij de tanden loodrecht in
de kaak moeten staan.
Ogen: Middelgroot, amandelvormig, licht schuin geplaatst. De kleur is
donkerbruin tot zwart, goed aanliggende oogranden bij voorkeur zwart.
Oren: Hoog aangezette, goed rechtop gedragen evenwijdig en goed naar
vorengerichte grote staande oren in de vorm van een langgerekte van boven licht
afgeronde driehoek.
Hals:
Middellang en goed gespierd, harmonieus verlopend in het lichaam, zonder
keelhuid; de elegante neklijn verloopt zonder onderbreking vanaf het matig hoog
gedragen hoofd tot de schoft.
Lichaam: Krachtig, goed bespierd, middellang.
Schoft: Benadruk
t.
Rug: Horizontaal, vast.
Lendenen: Sterk bespierd.
Kruis: Lang en van gemiddelde breedte, vanaf de aanzet helt hij
geleidelijk naar de staartwortel.
Borst: Niet te breed, diep tot aan de ellebogen reikend, hij beslaat
ongeveer de halve schofthoogte. Ovale en ver naar achter reikende borstkas.
Duidelijke voorborst.
Buik en flanken: Slanke, stevige flanken. De buiklijn verloopt licht naar
boven.
Staart:
Rondom vol behaarde sabelstaart die naar de punt toe smaller wordt. Nogal
laag aangezet en tenminste reikend tot aan het spronggewricht, in rust hangend
of het onderste eenderde deel licht opgebogen, als de hond alert is wordt hij
hoger gedragen, maar nooit hoger dan de ruglijn.
Ledematen: Krachtig, pezig, middelzwaar.
Voorhand: In front gezien recht en matig breed, van opzij gezien goed
gehoekt.
Schouder: Lang en goed schuin gesteld schouderblad, goede hoeking, de
gehele schouderpartij goed gespierd.
Opperarm: Voldoende lang, sterk bespierd.
Ellebogen: Goed aangesloten.
Onderarm: lang, recht en droog.
Middenvoorvoet: Stevig en licht schuin gesteld.
Achterhand: Van achter gezien recht en evenwijdig, niet te breed staand,
van opzij gezien goed gehoekt.
Dijbeen: Middellang met sterke bespiering.
Onderbeen: Middellang, schuin gesteld met stevige botten en goed bespierd.
Spronggewicht: Krachtig, goed gehoekt.

Middenachtervoet: Middellang, recht en pezig. Wolfsklauwtjes moeten
verwijderd (met uitzondering in die landen waar verwijdering van de
wolfsklauwtjes verboden is).
Voeten: Ovaal, achter iets langer dan voor, tenen dicht sluitend
en goed gewelfd. Stevige, zwarte voetzolen; donkere nagels gewenst.
Gangwerk: Regelmatige gangen, vrij en volhardend: lange passen en
krachtige stuwing; tijdens de draf is de beweging uitgrijpend en vlot.
Huid: Zonder rimpelvorming en donker gepigmenteerd.
Vacht:
Middellang, dicht, goed aanliggend stok- of langstokhaar, overvloedige
ondervacht, dichte rechte dekvacht, recht stekelhaar. Snuit, gezicht, oren en
voorzijde van de benen zijn wat korter behaard, nek en achterzijde van de benen
zijn iets langer behaard. Licht golvend maar hard haar is toegestaan.
Kleur: Wit.

Maat en gewicht:
schofthoogte en gewicht:
Reuen: 60-66 cm - ca.30-40 kg.
Teven: 55-61 cm - ca. 25-35 kg.
Rastypische honden mogen wegens een lichte onder- of bovenmaat niet worden
gediskwalificeerd
Fouten:
Elke afwijking van voorgenoemde punten is als fout te beschouwen waarvan
waardering in verhouding staat tot de mate van afwijking.
Lichte fouten:
Lichte wildkleur (zwakke gelige of bruinrode gloed) aan oorpunten, rug of op
de staart. Vlekkerig pigmentverlies op de neus, lipranden en/of oogranden.
Zware fouten:
Plompe verschijning, vierkant gebouwd (te kort).Onvoldoende
geslachtskenmerken bij reuen en teven.Het ontbreken van meerdere gebitselementen
dan ten hoogste twee P1. De M3 wordt buiten beschouwing gelatenHangoren,
tiporen, knoporen.Sterk aflopende ruglijn.Ringstaart, knikstaart, haak
staart, op
de rug gedragen staart.Zacht dekhaar, zijdeachtig, wollig, gekruld, niet goed
tegen het lichaam aanliggend haar; uitgesproken langhaar zonder
ondervacht.duidelijke wildkleur (geelachtige of bruinrode gloed) aan oorpunten,
rug en bovenzijde staart.
Diskwalificerende fouten: Angstige honden, agressieve honden.Eén of beide
ogen blauw, uitpuilende ogen.Entropion, ectropion, uitpuilend oog.Ondervoorbeet,
bovenvoorbeet, scheefstaande snijtanden.Volledig pigmentverlies van de
neusspiegel, lipranden en/of oogranden.Volledig pigmentverlies van de huid en
voetzolen.Albinisme.
N.B. Reuen moeten in het bezit zijn van twee normaal ontwikkelde
testikels, die volledig zijn ingedaald in het scrotum.